Woody Allen: de grootste grap

, Gawie Keyser

In de gedaante van de Rus Boris die de doodstraf heeft gekregen wegens een moordaanslag op Napoleon overpeinst Woody Allen aan het begin van ‘Love and Death’ (1975) zijn lot: ‘Ongelofelijk: om onterecht te worden geëxecuteerd. Maar is iedereen niet in hetzelfde bootje: omgelegd voor een misdaad die we nooit begaan?’

Misdaad en straf, toeval en voorbestemming. Het zijn kernvragen, grote constanten in de films van Woody Allen.

Love and Death
Dat is ook het geval in zijn vroege komedies, zoals ‘Love and Death’ waarin Allen samen Diane Keaton, in de rol van zijn amoureuze nichtje Sonja, tijdens de Napoleontische oorlogen betrokken raakt bij een complot om de Franse overheerser een kopje kleiner te maken.

Zijn Allen en Keaton ertoe in staat een ander te doden, niet om er zelf beter van te worden, maar als daad die de mensheid ten goede komt?

Dood gaan we toch
De vraag gaat dieper: wat is de betekenis van moord, als de dood toch iets is wat ons allemaal te wachten staat?

Lezers van ‘Gawie Weet Raad’ gaan in deze discussie op Facebook in op gevoelens van schuld die misschien wel, maar misschien ook niet zijn ingebouwd in onze morele opmaak.

Woody Allen vindt hier een antwoord op in ‘Love and Death’.

‘Maar ik kán hem niet doden! Hij is een levend mens, hij zal op het tapijt bloeden!’

Ook Sonja is tot haar grote verbazing er niet toe in staat de tiran te doden. Boris weet waarom: het is een immorele daad.

Slapstick zegeviert
Een hilarische filosofische discussie ontstaat tussen de twee geliefden. Boris: ‘Zie je dan niet dat je jezelf vermoordt? We zijn gevangen in een absolutisme.’ En, zogenaamd Thomas van Aquino citerend: ‘Vermoord nooit een mens, vooral niet als dat inhoudt dat je hem het leven ontneemt.’

Dat slapstick uiteindelijk zegeviert — Napoleon (in werkelijkheid een dubbelganger) wordt gedood door een sluipmoordenaar die zich al die tijd in een kast had verstopt — is essentieel: de doldrieste humor weerspiegelt volmaakt de zinloosheid van discussies over moraliteit. Immers, waar dient ‘schuld’ voor als willekeur toch de drijvende kracht in het menselijk bestaan is?

In ‘Love and Death’ is de slapstick gitzwart. Iedere poging tot diep denken wordt seconden later ondermijnd door hilariteit. Met dit vroege werk zegt Allen dat het leven geen zin heeft, omdat we toch allemaal ten onder gaan aan ‘misdaden die we niet hebben begaan’.

Dodendans
Derhalve is de enige zekerheid de dood. Deze existentiële conclusie leidt tot de fabuleuze slotscène waarin Allens Boris in een hommage aan Ingmar Bergmans ‘The Seventh Seal’ (1957) wordt weggevoerd door de Dood gekleed in wit gewaad. Samen dansen ze de dodendans. In het aangezicht van het ultieme einde is slapstick de enige mogelijke reactie.

Maar je zou kunnen zeggen: dat is het ook tijdens het leven. Dat je niets kunt veranderen aan je lot, hoe diep je ook denkt, hoe nadrukkelijk je ook de grote filosofen leest, dat is immers de grootste grap.

Volgende week: nog een blik op het thema ‘misdaad en straf’ aan de hand van een van Woody Allens beste films: ‘Crimes and Misdemeanors’ (1989).

Dit is de derde aflevering in een zomerserie van ‘Gawie Weet Raad’, getiteld ‘De wijsheden van Woody Allen’, in het kader van een retrospectief van zijn werk dat momenteel in het filmmuseum EYE te zien is.