Voor meer dan 22.000 kinderen tot 21 jaar in Nederland is een veilig thuis niet vanzelfsprekend. Door omstandigheden kunnen zij terechtkomen in een opvang of pleeggezin. Hoe is het om uit huis te worden geplaatst? 3FM-dj Lieke de Kok, zelf pleegzus, zoekt het uit in de nieuwe podcast van ons jongerenplatform Tussenuur.

Luister de Tussenuur-podcast in Spotify, de 3FM app (Google Play of Apple), in iTunes, in Stitcher of op Soundcloud

Dat een gesprek over pleegzorg belangrijk is, weet podcast-presentator Lieke de Kok als geen ander. Ze is momenteel pleegzus van een meisje van acht, dat al zeven jaar bij haar ouders woont. Hiervoor heeft ze meerdere andere pleegzussen- en broers gehad. Schrijnende verhalen over ouders die hun kind niet meer kunnen verzorgen, heeft ze sinds kind af aan meegekregen.

In de podcast van ons jongerenplatform 3FM Tussenuur vraagt De Kok twee pleegkinderen en de woordvoerder van Pleegzorg Nederland naar hun verhaal. "Dat je als kind moet wachten op een gezin, maakt je erg onzeker."

Gemiste knuffels

De 21-jarige Maaike, die liever niet met haar achternaam in dit artikel komt, ging op haar zestiende uit huis en vóór haar achttiende was ze al negentien (!) keer verhuisd. Ze woonde in een crisisopvang, een vrouwenopvang, een korte tijd in een gastgezin en bracht zelfs de feestdagen door in een daklozenopvang.

"Ik verhuisde heel vaak omdat het traject waar ik bijvoorbeeld in zat, afliep. Dan ging ik weer een ander traject in, op een andere plaats. Of ik paste niet in de groep. Dan moest ik het proberen op een andere plek."

Die vele verhuizingen waren erg frustrerend. "Elke keer als ik net een band had opgebouwd met een groepsleider, moest ik weer weg. Ik legde mijn hele leven bloot, maar kon diegene vervolgens niet meer spreken. Zo bleef ik mijn verhaal maar herhalen." 

En een groepsbegeleider kan ook niet helemaal hetzelfde bieden als een pleegouder, denkt Maaike. "Als ik een pleegouder had gehad, denk ik dat ik meer liefde had gehad dan bij de groepsleiding. Groepsleiding knuffelt niet zo snel. Een pleegmoeder waarschijnlijk wel." 

Het is Maaike nooit gelukt om in een pleeggezin te komen, ook al wilde ze dat heel graag. "Er is al een tekort aan pleeg- en gastgezinnen, en baby's en kinderen onder de zestien hebben voorrang." De kans dat je als ouder kind een pleeggezin vindt, is dus klein.

Maaike moest negentien keer verhuizen

"Mijn moeder hoefde me nooit meer te zien"

Toen Rachel Aponza (20) vier maanden oud was, kon haar moeder de zorg voor haar niet meer aan. Ze besloot Rachel naar een pleeggezin te brengen en daar werd ze warm verwelkomd. "Ik ben opgegroeid bij pleegouders die écht van mij houden, mij hebben geaccepteerd en mij van jongs af aan hebben zien groeien."

In haar jonge jaren had Rachel nog wel goed contact met haar biologische moeder, maar dat werd steeds slechter.Tot haar moeder na een aantal jaar ineens weer wél veel contact wilde. Toen is in een rechtszaak besloten dat plotseling intensief contact niet goed zou zijn voor Rachel, maar dat het contact opgebouwd moest worden.

"Mijn moeder heeft toen gezegd dat ze me dan nooit meer hoefde te zien. En gezien hebben we elkaar nooit meer. Ik heb haar nog wel een paar keer via Facebook gesproken en daarna heel lang niet. Toevallig laat ze nu weer van zich horen. Het is heftig, maar ik heb de situatie voor mezelf geaccepteerd." 

Haar ervaring met pleegzorg zet Rachel in bij JongWijs, een netwerk van jongeren met ervaring in een pleeggezin, gezinshuis of jeugdzorgboerderij, dat zich hard maakt voor betere zorg voor hen. "We willen de pleegjongeren een stem geven en we hopen dat wij het verschil kunnen maken." 

Rachel Aponza: "Mijn pleegouders hebben me zien opgroeien en houden ├ęcht van me."

700 wachtende kinderen

Zo’n zevenhonderd kinderen in Nederland wachten momenteel op een plek in een pleeggezin, vertelt Esther Overweter die werkt voor Pleegzorg Nederland. "En dat is heel schrijnend. Kinderen moeten wachten op een pleegouder, en in de tussentijd zitten ze dan misschien op een leefgroep, of thuis bij familie, maar in ieder geval niet op de juiste plek.

"Dat maakt kinderen heel onzeker.Want als kind weet je niet of je gaat verhuizen, wanneer, waarheen of in wat voor gezin je terecht komt. Alles wordt anders als je naar een pleeggezin toe gaat, en het is slecht voor kinderen als ze niet weten waar ze aan toe zijn."

Zelf is Overweter pleegmoeder geweest van vijf kinderen. Dat idee ontstond toen ze werkte voor het aanmeldpunt waar de vragen voor jeugdzorg binnenkwamen. "Elke vrijdag waren er crisissituaties, omdat er geen plekken waren en nog wel heel veel kinderen die hulp nodig hadden. Dat heb ik thuis aan mijn man verteld en toen zei hij: neem die kinderen mee!"

Om meer kinderen te helpen, werkt Overweter voor de campagne Open je Wereld, waarmee ze mensen probeert te enthousiasmeren voor het pleegouderschap. Ook maakte ze vorig jaar afspraken met de gemeente en het Ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport dat pleegkinderen langer in een pleeggezin mogen blijven wonen. Eerst bleven pleegkinderen tot hun achttiende in een gezin, nu mogen ze blijven totdat ze 21 jaar zijn.

Esther Overweter probeert mensen te enthousiasmeren voor het pleegouderschap

Wil je het hele verhaal van Maaike, Rachel en Esther Overweten horen? Luister de Tussenuur-podcast in Spotify, de 3FM app (Google Play of Apple), in iTunes, check 'm in Stitcher of op Soundcloud

Ook interessant

Begeleider: 'Je gaat voor een tijdje bij een andere familie wonen. Daar hebben ze ook kinderen.' Remy: 'Is er ook een moeder bij?' Remy is niet zomaar lastig: hij is druk, opstandig en onhandelbaar. Al vanaf zijn geboorte. Als zijn moeder de verzorging van haar zoon, naast die van zijn twee zusjes, niet meer aan kan wordt besloten dat Remy zijn ouderlijk huis moet verlaten. Hij is dan pas vier jaar. Het is het begin van een jarenlange tocht langs opvanggezinnen en instanties.