Wat houdt ons tegen om deze stapel kleren eindelijk aan te pakken?

Drie manieren waarop we onze zee aan kleding kunnen beteugelen

Kijkwijzer: alle leeftijden

Zeg eens eerlijk: hoeveel artikelen heb je al in de Black Friday-sale gekocht? En hoeveel daarvan zijn impulsaankopen? Nu we aan het einde van de maand zitten waarin we zijn overspoeld met het korting-geweld, kunnen onze breinen bijna geen weerstand meer bieden aan alle verkooptrucs die op ons zijn afgevuurd. Daarom is dit nu het uitgelezen moment om na te denken over een van onze grootste verslavingen: kleding.

Gemiddeld kopen Nederlands maar liefst vijftig nieuwe kledingstukken per jaar. En dat is niet zo gek, want er is een overvloed aan kleding. Waar voorheen twee collecties per jaar werden gemaakt, spelen merken nu in op onze dopamine-aanmaak door iedere twee weken met een nieuwe collectie te komen. Fast fashion noemen we dat: kleding als wegwerpartikel. 

En net als in fast food, zit fast fashion ook vol met troep. Polyester om precies te zijn. Sinds 2000 is het gebruik van deze synthetische stof geëxplodeerd. Logisch ook, want kleding waar polyester in zit, drukt de prijs en dat is het enige dat telt in de fast fashion wereld. Maar aan polyester hangt nog een ander prijskaartje: het is ontzettend vervuilend. 

Niet alleen omdat de polyestervezel wordt gemaakt van plastic, dus van vervuilende fossiele grondstoffen, maar ook omdat polyester vaak in een mix van materialen wordt gebruikt. Een katoenen shirt met polyester erin is daardoor niet meer recyclebaar. Het is namelijk ontzettend moeilijk om die verschillende vezels uit elkaar te halen, waardoor veel kleding die netjes in de kledingcontainer is gegooid, alsnog de verbrandingsoven in gaat. Uw kledingstuk van gerecycled polyester is dan ook niet gemaakt van oud textiel, maar van gerecyclede PET-flessen. 

Het helpt dus al om kleding te kopen waar geen mix aan materialen in zit, zodat het in ieder geval nog gerecycled kan worden. Maar we moeten ook iets doen aan de 1 miljard kledingstukken die er in Nederland per jaar (!) bijkomen. Dat vindt ook de overheid. In 2030 zouden we naar 35 nieuwe kledingstukken per persoon per jaar moeten.

Hoe? We zouden een verbod op reclame voor ultra fast fashion kunnen instellen, zoals dat al in Frankrijk gebeurt. Of nog een stap verder gaan, en dit ook voor fast fashion laten gelden. Of je kunt, net als voormalig topmodel Kiki Boreel, jezelf een quotum opleggen van nog maar vijf nieuwe kledingstukken per jaar. “Je moet het zien als een challenge,” zegt ze in de aflevering. “Bij elk nieuw item denk je, is dít een van de vijf?” 

Presentator Jeroen Smit heeft tot slot nog een goed idee: kledingreparatie toegankelijker maken. Hoe denkt Zeeman CEO Erik-Jan Mares over een reparatiehoek in zijn winkels waar mensen hun kapotte kleding naartoe kunnen brengen? “Dat zou geen onlogische gedachte zijn, maar we hebben het nog niet. We hebben hier niet eens een paskamer. Dit vereist een businessmodel-aanpassing, en waarschijnlijk is dit wel de weg voorwaarts.”

Tips van onze redactie