Fast furniture: de bank waar je nu op zit, kan helpen tegen klimaatverandering

Kijkwijzer: alle leeftijden

Volledige bankstellen, salontafels zonder een krasje, eetkamerstoelen die echt nog wel een tweede leven in zich hebben: ze belanden massaal in de verbrandingsoven. Net als in de mode-industrie wisselen interieur-collecties elkaar tegenwoordig snel af. Het gevolg is dat we 90 miljoen kilo aan meubels per jaar kopen, en 80 miljoen kilo weer weggooien. Hoe maken we van onze meubelmeuk weer duurzame pronkstukken?

Tot voor kort stonden Nederlanders in het buitenland bekend als mensen die ‘kijken, kijken maar niet kopen’, maar nu hebben wij ons ook overgegeven aan onze koopverslaving. Woonmagazines, make-over programma’s en TikToktrends maken ons hebberig voor het nieuwste interieur. Bij een nieuwe bank horen uiteraard nieuwe gordijnen en dat kan niet zonder een paar nieuwe eetkamerstoelen. 

Een kast uit China produceert twee keer meer CO2-uitstoot dan eentje uit Nederland. En dan staat hij nog niet in je huis. 

Die steeds wisselende collecties hebben een prijskaartje: ze worden goedkoop geproduceerd met laagwaardig materiaal dat gemaakt is om niet lang mee te gaan. Bovendien leggen onze meubelstukken nu veel meer afstand af, omdat het merendeel uit China komt. Een kast uit China produceert twee keer meer CO2-uitstoot dan eentje uit Nederland. En dan staat hij nog niet in je huis. 

Als de goedkope, laagwaardige meubelstukken dan na een aantal jaar worden weggedaan - we doen gemiddeld 5 tot 7 jaar korter met een bank dan twintig jaar geleden - belanden ze nog veel te vaak in de verbandingsoven. Fast furniture bestaat namelijk uit een ratjetoe aan grondstoffen, en dat is bijna niet te recyclen. 

Slow furniture lijkt dus de oplossing. Hoe langer we met een meubelstuk doen, hoe beter. In de aflevering die morgen verschijnt, onderzoeken we hoe we dat voor elkaar kunnen krijgen. Dat begint bij meubelgiganten zelf: als zij producten maken die meerdere levenscycli meegaan, heeft dat een positieve impact op de hele keten. Klinkt leuk, maar meubelgiganten hebben vooral baat bij winst. Gaat circulair ondernemen wel samen met commerciële doelstellingen?

Fast furniture bestaat uit een ratjetoe aan grondstoffen, en dat is bijna niet te recyclen. 

Volgens circulair ontwerper Rick Porcelijn wel. “Grote meubelfabrikanten lopen er tegenaan dat al het nieuwe materiaal langzaam opraakt,” vertelt hij. “Het economische systeem van oneindige groei in een eindige wereld begint te kraken.”

IKEA, de grootste meubelketen ter wereld, doet een poging gebruikte meubels weer te verkopen via de zogenaamde tweedekanshoek. Terwijl er iedere 5 seconden ergens in de wereld een Billy boekenkast wordt verkocht, staat daar een fractie van de meubels te wachten op een tweede leven. ‘We hopen dit jaar 100.000 meubels een tweede leven te geven,’ aldus duurzaamheidsmanager Maron van der Krieken. 

Zo ligt de bal uiteindelijk toch weer bij de consument. Die moet zich minder laten verleiden door trends en in woonwinkels. Een lastige taak want zodra je binnen bent doen winkels er alles aan om je van bezoeker tot koper te maken, vertelt gedragspsycholoog Elisah Pals. Daarom zouden we onszelf één vraag vaker moeten stellen. Elisah: “Vind je het straks ook nog mooi?”

Tips van onze redactie