Dit zijn de vrouwen van Venserpolder

We stellen de vrouwen van Venserpolder aan je voor.

Talita

Talita heet eigenlijk Yvonne Mildred. Yvonne heeft leuke maar ook minder leuke dingen meegemaakt in haar jeugd. Op een dag besloot ze haar naam te veranderen. Toen ze las wat Talita cumi betekent; 'meisje sta op en leef', vond ze dat zo mooi, dat ze zichzelf daar naar heeft vernoemd. Bij Talita voelt ze zich beter dan bij Yvonne en ze haalt inspiratie uit de naam.

Talita wordt ook wel de zingende tramconductrice genoemd. Ze werkt al 17 jaar als conductrice bij de GVB in Amsterdam. Ze rijdt op tram 4, waar ze passagiers altijd verwelkomt met 'tram 4, veel plezier'. Vroeger reed ze op tram 2, 'lijn 2 is ok'. En soms zit ze op lijn 12, waar tot Talita's spijt niks op rijmt. Maar liedjes zingen kan ze op alle routes evengoed.

Talita is een actieve bewoonster van Venserpolder. Op maandagochtend organiseert ze een wandelclub, op zondag presenteert een radioshow bij Radio Zuidoost, ze is actief binnen ZOOV! (Zichtbaar Opvoeden en Opgroeien in Venserpolder) en sinds vorig jaar is ze voor de PvdA lid van de stadsdeelcommissie Zuidoost. Ze maakt zich vooral druk om de jongeren in Venserpolder. Ondanks haar volle agenda vindt Talita zo nu en dan tijd om in de moestuin te zijn waar ze iedereen voorziet van een vrolijke noot.

Melie

Melie is een van eerste bewoonsters van Venserpolder. Met veel tegenzin kwam ze naar Nederland. Haar broer had meerdere malen een vliegticket voor haar gekocht maar steeds weigerde ze te komen. Totdat ze 34 jaar geleden overstag ging. Sindsdien heeft ze elke dag heimwee naar Suriname.

In Venserpolder noemen ze Melie ook wel 'Oma'. Melie heeft 7 kinderen en 5 kleinkinderen grootgebracht in haar appartement in Venserpolder. Nu zorgt ze er voor haar kleinzoon en kleindochter, die nog bij haar in huis wonen.

Melie is een van de fanatiekste deelneemsters van de moestuin. Ze is elke dag als eerste in de tuin te vinden en gaat altijd als laatste naar huis. Behalve op zaterdag, want dan gaat ze naar de kerk. Melie gelooft in God de moeder, een vrouwelijke god, die naast God de vader bestaat. Het geloof in God de moeder geeft haar kracht en biedt haar steun bij de problemen in haar leven.

De moestuin heeft Melie veel goeds gebracht. Door Surinaamse groente te verbouwen komt ze weer een beetje dichterbij haar thuisland. En ze kreeg er nieuwe vriendinnen, wat het leven in Nederland minder eenzaam maakt.

Gilma

Gilma groeide op in de Pijp, waar haar moeder een woning gekraakt had. Ze zag er Gordon zingen op de Albert Cuijp. Op een dag vertrok het gezin naar Zuidoost, waar ze een legale woning konden krijgen. Gilma keek haar ogen uit, dit was een totaal andere wereld dan dat ze gewend was.

Het leven van een jong meisje was niet makkelijk in Zuidoost. Er was zoveel criminaliteit en het leven was erg hard. Er zat voor Gilma niks anders op dan zelf ook hard te worden en een olifantenhuid te kweken.

Toen ze ouder werd groeide bij Gilma het besef dat ze iets wilde doen tegen alle ellende die ze om zich heen zag. Ze wist alleen niet wat. Totdat ze 3 keer achter elkaar dezelfde droom kreeg. Steeds droomde ze dat ze kinderen ging opvangen. Dat is ze toen gaan doen. Na school komen veel kinderen naar het buurthuis, waar Gilma ze opwacht. Daar probeert ze er op allerlei manieren voor ze te zijn en ze te helpen. Ook organiseert ze activiteiten; ze sport met ze, doet spelletjes en neemt ze mee naar de moestuin.

Voor Gilma is de tuin een rustpunt. Ze is altijd voor alles en iedereen in de weer en slaapt maar een paar uur per dag. Ze is er dan ook het liefst als de tuin leeg is.