Dus ik ben

Ik heb smaak, dus ik ben

Dus ik ben

Ik heb smaak, dus ik ben

Over het aangename valt niet te twisten. Over smaak wel. (Immanuel Kant) Hoe kom ik aan mijn smaak? Wat zegt mijn smaak over wie ik ben? Heb ik goede smaak? Wie bepaalt wat goede smaak is? Zoals we van haar zijn gewend zal Stine Jensen niet rusten voordat ze op tenminste een aantal van deze vragen een antwoord heeft. Daartoe bezoekt Jensen allereerst de kunstminnende filosoof Alain de Botton. Hij beweert dagelijks geconfronteerd te moeten worden met goede smaak om zijn zielenrust te behouden. Zijn huis ziet hij vooral als een soort therapie. Over elke vierkante centimeter is nagedacht; het moet perfect zijn. En geloof het of niet, maar zelfs deze purist heeft guilty pleasures. Filosoof Maarten Doorman heeft eveneens uitgesproken ideeën over smaak en schoonheid, al staan deze lijnrecht tegenover die van De Botton. Schoonheid is volgens hem niet functioneel. Doorman introduceert de term 'smaakstress'. Hoe ontkomen we aan de druk om naar 'goede' theatervoorstellingen, concerten te moeten en 'goede' boeken te lezen om aan onze smaak te werken? Benieuwd naar haar eigen smaak laat Stine deze onderwerpen aan het oordeel van enkele smaak-experts. Styliste Simone buigt zich over haar garderobe: Wat is dit? Het lijkt wel een gordijn! Kunstenaarsduo Lennart en Sander nemen een kijkje in Stine's huis. Waarom heb je dit hier gehangen?Tja, er hing toevallig een spijker. En Dick, eigenaar van een beroemde Amsterdamse ('de betere') platenzaak, gaat met een kritische blik door haar muziekverzameling. Over muzieksmaak zegt hij: Je bent een smakeloze sukkel of je bent een muziekfreak.Waar zal Stine onder vallen?