Het verhaal van een waterlijk

Rowan Olierook

Interview met documentairemaakster Nelleke Koop

Van gevonden voorwerp tot mens

Forensisch patholoog onderzoekt met haar team van specialisten een lichaam

Als er een lichaam wordt gevonden in het water, dan komt er een hele machinerie van specialisten op gang die elk detail van het lichaam bestuderen om het geheim erachter te ontdekken. Hoe is hij/zij om het leven gekomen? Wie is het? Wat is zijn/haar verhaal?

De fascinatie voor deze waterlijken ontstond bij regisseuse Nelleke Koop door het lezen van een kort bericht op een nieuwssite, waarin stond dat een lichaam was gevonden in de grachten van Amsterdam. Ze was verbaasd dat er zo’n twaalf keer per jaar een lichaam wordt gevonden in de grachten en ze vroeg zich af wie zich vervolgens met deze ‘waterlijken’ bemoeiden: “Het berichtje raakte me, omdat ik sowieso al bewondering heb voor mensen die een bepaalde vorm van zorg geven. En deze bewondering is alleen maar groter voor mensen die zorg verlenen aan iets dat uit het water komt, aan iets wat er bijna niet meer uitziet als een lichaam. Een waterlijk is bijna een gevonden voorwerp en ik bewonder het ontzettend dat mensen daar toch voor zorgen en er een mens in zien.” Na intensieve research, het schrijven van een filmplan, het verbeteren en verder researchen tijdens de Mediafonds Workshop, won Koop de IDFA-Mediafonds Prijs 2011, waarmee ze haar plan voor de documentaire ‘Waterlijken’ kon gaan realiseren. Het draaien kon beginnen.

“De eerste keer dat je een dood lichaam ziet dat je niet kent, is niet fijn. Maar gelukkig was ik er wel op voorbereid. Toen ik de eerste keer echter de ontleding van een lichaam zag, kwam ik wel verbouwereerd thuis. Als je uiteindelijk gaat filmen, kun je wat meer afstand nemen, omdat er een camera tussen zit. Je kunt er op een andere manier naar kijken, eigenlijk net zoals de politie, met een professionelere blik.”

Tekst gaat verder onder afbeelding.

Samen met haar crew kon Koop, door plaats te nemen achter de camera, een bepaalde afstand houden, maar zodra deze uitging en ze sprak met iemand van de familie, kwam er een heel ander gevoel bij kijken. “De momenten dat we een lijk hebben zien liggen, kon het redelijk abstract blijven, maar het spreken met de familierechercheur (de bemiddelaar tussen de politie en de familie), die vervolgens vertelt dat het om een zoon gaat die er zus en zo uitziet, is erg heftig. In één keer krijg je dan het totaalplaatje, waardoor je in één keer ziet dat het om een mens gaat met een geschiedenis en familie.” Deze fase in het traject was voor Koop erg belangrijk. Zo sprak ze ook met alle nabestaanden en kon ze hen zelfs op een bepaalde manier iets meegeven. “Er was bijvoorbeeld een familie die hun familielid niet meer mocht zien, omdat het té was. Maar omdat ik het op een bepaalde manier had gefilmd, heb ik ze toch iets kunnen laten zien. Voor hen was dat een cadeau, dat ze hun geliefde toch nog even konden zien. Voor de verwerking heb je dat denk ik ook nodig. Je wilt toch afscheid nemen.”

Door deze film heeft Koop met andere ogen naar de dood leren kijken. “Ik denk dat ik het nu met minder angst en beven onder ogen kan zien. In Nederland willen we de dood wegduwen, denk ik. Het is iets wat we er niet bij willen hebben. Terwijl de specialisten in de documentaire er wel aan moeten zitten. Zij zijn degenen die het lichaam uitkleden, betasten en weer aankleden. Door dat te zien, kan ik het nu ook beter relativeren. Zoals één van de personages zegt: ‘Ik geef deze persoon nu juist aandacht, omdat ik hem bekijk en hem uitkleed. Deze aandacht verdient ieder mens.’ De forensisch patholoog zei daarnaast heel mooi: ‘Ik maak geen onderscheid tussen levende en dode lichamen. Ik zie in allebei hoe mooi een lichaam is en dat het echt een prachtige machine is.’ Ik ben er heel dankbaar voor dat ik met hun ogen mocht meekijken, zodat ik de schoonheid ervan kan inzien. Het is een wonderlijk systeem.”
Deze schoonheid van het leven zit ook verborgen in Puccini’s opera ‘Tosca’ waarvan de klanken het klotsende water begeleiden die het einde van de documentaire inluiden. Eén van de laatste regels die de operazanger Joseph Calleja het publiek toezingt, is: ‘Juist nu op het moment dat ik zo lijd, houd ik het meest van het leven’. Koop heeft voor deze muziek op het einde gekozen, omdat “juist door te kijken naar de dood en te zien wat er gebeurt, je des te meer beseft dat je van het leven geniet of dat je van het leven houdt zoals het is.” De specialisten gaan weer door met het ontrafelen van de geheimen van een nieuw onbekend menselijk lichaam en geven hem of haar zijn waardigheid terug door het een identiteit te geven.

Na de uitzending wordt de documentaire naar verscheidende festivals gestuurd en zal het beschikbaar worden gesteld voor allerlei instanties, zoals opleidingen. Koop is alweer bezig met nieuwe projecten. “Ik ben bezig met een misschien nog wel zwaarder project als dit. Dat is wel even de knop omdraaien, maar ik vind het gewoon zo ontzettend leuk om films te maken!”

Kijk mee met de ogen van Nelleke Koop en de specialisten en ontdek hoe een gevonden lichaam zijn menselijkheid weer terugkrijgt.