Op je elfde krijg je een advies voor de middelbare school, mede op basis van een resultaat van de Centrale Eindtoets. Deze toets, die we vroeger de Cito-toets noemden, is daarmee van invloed op de rest van je leven. Maar hoe zijn we eigenlijk ooit bij die toets gekomen? Wat is de historie van deze Cito-toets?

Na de Tweede Wereldoorlog ontstaan ideeën om de sociale scheidslijnen binnen het onderwijs te verkleinen. Het moet minder vanzelfsprekend worden dat kinderen uit de arbeidersklasse naar de ambachts- of huishoudschool gaan, en met name kinderen van welgestelden naar het gymnasium. 

Het duurt jaren om voldoende draagkracht te krijgen voor deze plannen. Pas in 1963 komt onderwijsminister Jo Cals met de Mammoetwet, die eigenlijk Wet op het voorgezet onderwijs heet. Die wet zorgt voor een grote onderwijsvernieuwing en heeft als doel die ongelijkheid te verminderen. De wet betekende onder meer het einde van de huishoudschool en de mulo, en de start van de mavo, havo en het atheneum. 

De Mammoetwet omschreef ook een brugklas, die diende als overbrugging tussen het basisonderwijs en het voortgezet onderwijs. Pas na de brugklas zou de keus voor een definitief schoolniveau volgen, om fouten in het advies dat een leerling op de basisschool kreeg nog recht te kunnen zetten. Helaas, dat idee bleek niet te werken. Het niveau tussen leerlingen was te groot, en in 1993 werd de algemene brugklas afgeschaft en vervangen door een basisvorming per niveau. De term bleef wel hangen.

Tekst gaat door na afbeelding

Minister Jo Cals, (Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen) legt aan de hand van een schema op een persconferentie de Mammoetwet uit in Den Haag op 27 oktober 1958, jaren voor de wet werkelijkheid wordt.

Een eindtoets om ongelijkheid tegen te gaan

Een tweede spoor om de ongelijkheid in het onderwijs te verminderen vinden we in 1965. Minister Cals is inmiddels premier Cals. Met een koninklijk besluit regelt de regering dat basisscholen die leerlingen naar het voorbereidend hoger en middelbaar onderwijs (vhmo, later havo, vwo en gymnasium) willen sturen, eerst een toets moeten afnemen. 

Voor een gymnasium was zo'n toets tot dat moment namelijk niet verplicht. Een positief advies van een lagereschoolhoofd was al voldoende. Met name Amsterdamse lycea maakten gebruik van die maas in de wet, door al hun nieuwe leerlingen als potentiële gymnasiasten te zien. Door de verplichte toets in te voeren, is alleen het advies van het schoolhoofd niet langer voldoende.

En dus moet Amsterdam een manier vinden om aan de nieuwe regel te voldoen, en een toets invoeren. Een Amsterdamse wethouder vraagt eind 1965 advies aan zijn vriend en psycholoog Adriaan de Groot. Deze De Groot zal later als geestelijk vader van het Cito en de Cito-toets worden gezien. 

Objectieve beoordeling

Adriaan de Groot in 1967

De Groot ontwikkelt in slechts een paar maanden tijd, samen met docenten van het basisonderwijs, de Amsterdamse Schooltoets. De gestandaardiseerde toets, naar Amerikaans voorbeeld, moet objectiever in beeld brengen wat de ware capaciteiten van de leerlingen zijn dan een leerkracht kan. 

"Het is onrechtvaardig dat een zwakke leerling meer kans van slagen heeft bij een hoog cijferende leraar," zegt De Groot daar in 2000 over in Psychologie Magazine. "Daar komt bij dat leraren cijfers niet alleen gebruiken voor de meting van prestaties. Zij doen er een puntje bij als bemoediging en trekken er een puntje af om voor een gebrek aan ijver te waarschuwen. Ook kunnen zwakheden als sympathie en antipathie meewegen."

De test, waar uiteindelijk van kan worden afgeleid welke kennis en inzichten de leerling heeft verworven op de lagere school, slaat aan. Doordat de toets meerkeuze is, en daardoor machinaal (door een IBM-computer ter grootte van een kleine wasstraat) kan worden nagekeken, is de toets behoorlijk efficiënt en goedkoper dan een test die niet uit meerkeuzevragen bestaat en dus niet door een computer kan worden nagekeken.

De geboorte van het Cito (en de kritiek op het Cito)

Steden rondom Amsterdam nemen de efficiënte toets over, en in 1968 wordt het Centraal Instituut voor Toetsontwikkeling (Cito) opgericht, op advies van een commissie (op initiatief van De Groot) die dit adviseert. Cito volgt de weg die De Groot met zijn Amsterdamse Schooltoets al had geplaveid en ontwikkelt sinds dat jaar de gestandaardiseerde eindtoets.

De Cito-toets wordt met de nodige scepsis ontvangen. Ouders verkeren in de veronderstelling dat de Cito-toets "als nietsontziend selectiemiddel dient en het lot bepaalt van het arme zesdeklassertje dat toevallig zijn dag niet heeft bij het invullen ervan." Volgens toenmalig Cito-directeur Solberg dient de toets echter slechts als hulpmiddel voor het advies van het schoolhoofd en de wens van de ouders, en is het geen examen.

Bovendien jaagt de computer die de toets in die tijd nakijkt angst aan. Het kind zou gedegradeerd worden tot "een stuk karton" dat door een machine wordt gejaagd. Ook zou de toets juist tot extra klassenverschillen leiden, omdat een schoolhoofd bij gelijke uitkomsten een kind uit een arme buurt toch een lager advies geeft. Dit zou blijken uit cijfers van het Bureau Statistiek van de gemeente Amsterdam, volgens critici. 

Tekst gaat verder na afbeelding

Koningin Beatrix bekijkt leermiddelen voor kinderen van 0 tot 7 jaar, bij de opening van het nieuwe pand van het Cito in Arnhem in 2011. Cito is ooit in Arnhem neergestreken, omdat dit een mooie neutrale plek was, zo werd geredeneerd.

Centrale Eindtoets als hulpmiddel, geen afrekening

Toch groeit Cito uit tot een onafhankelijk bedrijf met 550 medewerkers in 2019. Nog altijd streeft Cito naar het geven van goed en eerlijk inzicht in iemands ontwikkeling en mogelijkheden, ongeacht afkomst, status of geld. En nog altijd mag de toets niet het doel op zich zijn. "Het is een hulpmiddel voor leraren," schrijft Cito op zijn site.

Sinds 2015 komt het resultaat van de eindtoets (die vanaf dit jaar ook verplicht is) pas nadat de school een voorlopig advies heeft gegeven. Als het resultaat hoger is dan het voorlopig advies, kan de school dat advies heroverwegen. Bovendien mogen scholen zelf kiezen welke toets ze willen afnemen; die van het Cito, of van een andere goedgekeurde aanbieder. 

In 2018 zou nog 56 procent van de scholen de Cito-toets afnemen, waar dat in 2015 nog 85 procent was. Doordat er nu verschillende toetsen in omloop zijn, is het moeilijker objectief vergelijken, stelt het Centraal Planbureau (CPB) in 2019. Bovendien zou het toetsresultaat volgens het CPB weer zwaarder moeten meewegen. Vaak heroverwegen scholen namelijk niet hun advies, hoewel een hogere eindtoetsuitslag daar dus wel de mogelijkheid toe biedt.

Een voordeel van het belangrijker maken van de toets is dat het (onbewuste) vooroordelen van leraren kan corrigeren. "Vooral kinderen van laagopgeleide ouders en ouders met lagere inkomens krijgen vaker een lager schooladvies dan de toets uitwijst, en hun advies wordt minder vaak bijgesteld," zegt onderzoeker Lisette Swart in 2019 tegen Trouw.

Tekst gaat verder na video

Is de Cito-toets een eerlijke manier van toekennen van kansen?

In onze Brainwash Special Met Michael Sandel spreken tien jongeren met elkaar over gelijke kansen, en of een dubbeltje een kwartje kan worden; de meritocratische samenleving. Maar wie van de jongeren vindt de Cito-toets, waarin opleidingsrichtingen en -niveaus worden toegewezen, een eerlijke manier van het toekennen van kansen? Kijk hieronder de discussie over deze vraag, een fragment uit de hele uitzending.

Blijven strijden voor gelijke kansen

Grondlegger De Groot, die overleed in 2006, zou naar verluidt toch teleurgesteld zijn geweest, omdat zijn toets toch teveel als selectiemiddel wordt gebruikt, en te weinig als hulpmiddel om de vorderingen van leerlingen bij te houden. Ook volgens minister Slob (Basis- en Voortgezet Onderwijs) wordt de eindtoets nu te veel gezien als bepalend moment in de schoolloopbaan van kinderen. De discussie over de eindtoets en gelijke kansen in het onderwijs lijkt dus geenszins beslecht. En dat zou professor De Groot dan wel weer gunstig stemmen.

Overigens werd deze Adriaan de Groot in 2000 door Psychologie Magazine uitgeroepen tot Psycholoog van de eeuw, op gelijke hoogte met Sigmund Freud.

Kijk Klassen vanaf 30 november om 21:25 op NPO 1.

Ook in onze serie Klassen zien we de strijd voor gelijke kansen. Maar we zien ook dat we te vroeg selecteren, volgens de makers van de serie. Bovendien blijkt het helemaal niet altijd het geval dat iemand een niveau kan stijgen als-ie maar hard genoeg werkt en het juiste stel hersens heeft.