We praten maar weinig over mantelzorg

, Petra Platschorre

Driekwart (78 procent) van volwassen kinderen praat niet met hun ouders over toekomstige mantelzorg. En ook ouders hebben weinig behoefte om het gesprek aan te gaan. Dat blijkt uit onderzoek van het ‘EenVandaag Opiniepanel’. ‘Mensen zien de noodzaak niet.’

Het onderzoek werd uitgevoerd in samenwerking met MantelzorgNL, de landelijke vereniging voor mantelzorgers. Volgens hen is het juist belangrijk om het over mantelzorg te hebben. ‘Het voorkomt verrassingen,’ zegt Josien van Eijk, van MantelzorgNL. Daarom voeren ze nu de campagne Praten over later. ‘Veel mensen hebben bijvoorbeeld al wel besproken wat ze willen als ze er niet meer zijn, maar niet als ze er nog wel zijn.’

Uit het onderzoek van EenVandaag  blijkt dan ook dat kinderen meer met hun ouders praten over hun testament dan over toekomstige (mantel)zorg. Daarnaast weet bijna de helft van de volwassen kinderen hoe hun ouders hun uitvaart geregeld hebben.

‘Mensen zien de noodzaak niet. Terwijl er altijd dingen zijn waarvan het fijn is als je die weet. Bijvoorbeeld als het gaat om betalingen. Stel iemand krijgt een hartaanval, of valt. Dat zijn dingen die bij ouderen wel wat meer voorkomen. Maar betalingen gaan gewoon door. Dan heb je opeens de vraag: “Pa, waar zijn eigenlijk je wachtwoorden te vinden?”’

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Taboe op gesprek

Om het gesprek op gang te brengen, heeft MantelzorgNL de zogeheten Praatposter ontwikkeld. Op de foto staan veertig vragen over de toekomst die het gesprek op gang kunnen brengen. ‘Je hoeft niet per se de diepte in. Het kan ook op een luchtige manier. Doe het eens tijdens een wandeling, of het afwassen. Houd het gesprek informeel en laagdrempelig.’

Volgens Van Eijk kan het al gaan om praktische, kleine dingen, zoals dus het kunnen vinden van belangrijke wachtwoorden. ‘Mantelzorg gaat ook niet altijd over ouderdom. Je kunt ook tijdelijk zorg nodig hebben, door bijvoorbeeld een ongeluk. Bepaalde dingen gaan dan wel door.’

Volgens het onderzoek van EenVandaag  wil acht op de tien ouders niet met hun volwassen kinderen praten over wat te doen als ze hulpbehoevend worden. ‘Er zit een taboe voor ouders om het gesprek te beginnen. Ze zien dat hun kinderen het druk hebben, met werk en het gezin. Hulp vragen zit ook niet echt in ons systeem.’

Daarnaast heeft ook acht op de tien mantelzorgers nog nooit gesproken over het geven van structurele hulp, toen ze hiermee begonnen. Voor 43 procent van hen voelde het als iets waar ze op dat moment niet onderuit konden.

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Mantelzorgers zwaar belast

Nederland telde in 2016 ruim vier miljoen mensen die een vorm van mantelzorg gaven, volgens een rapport van het Sociaal Cultureel Planbureau (SCP). Een tiende van mantelzorgers gaf aan een hoge belasting te ervaren. In het onderzoek van EenVandaag  geeft drie op de tien mantelzorgers aan zwaar belast te zijn.

‘Mantelzorg komt bij veel mensen op het pad,’ zegt Van Eijk. ‘Eerst doe je misschien een boodschapje, dan dit en dat. Tot je misschien wel medicijnen moet gaan toedienen. Er wordt een steeds groter beroep gedaan op mantelzorgers. En dan is het lastig om je grenzen aan te geven.’

Dat herkent ook Jolanda van Veldhoven. Onlangs zette zij ‘De Gezelschapsdame’ op, een organisatie die mantelzorg biedt aan ouderen, waarmee ze ook de mantelzorgers helpt. ‘Mantelzorgers vinden het moeilijk om hulp van buitenaf te vragen,’ zegt Van Veldhoven in een eerder interview. ‘Ze voelen zich schuldig, omdat het allemaal niet lukt.’

Tekst gaat verder onder de banner

Onduidelijke verwachtingen

Volgens het onderzoek van EenVandaag  is de bereidheid om mantelzorg te bieden er wel. Die is zelfs gestegen. In 2013 was 50 procent bereid tot mantelzorg, nu is dat 72 procent. Het gaat dan wel vooral om huishoudelijke taken, zoals boodschappen doen of de administratie.

‘Mensen zitten vaak niet te springen om echte zorg te bieden, zoals het douchen van een ouder,’ zegt Van Eijk. ‘En een deel van de ouderen heeft dat liever ook niet van hun kinderen.

‘Maar als je dat niet bespreekt, dan weet je niet wat de verwachtingen zijn. Misschien zegt een moeder wel dat ze wel al die dingen verwacht, en een dochter niet. Het moet ook allemaal wel mogelijk zijn binnen je leven.

‘We snappen ook dat het gesprek lastig is. Je kunt ook niet alles in een keer bespreken en oplossen. Maar in de basis zijn er wel dingen die je kunt bespreken. Mensen hebben vaak zoiets van: “Dat zie ik dan wel.” Maar later komt altijd eerder.’

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Meer van netwerk vragen

De campagne Praten over later richt zich nu vooral op 65-plussers die ouder aan het worden zijn, vorig jaar richtte de campagne van MantelzorgNL zich op de kinderen waarvan ouders ouder worden. ‘Maar het gesprek over zorg geldt net zo goed voor partners. En voor iedereen die ouder aan het worden is.’

Volgens Van Eijk is het dus voor iedereen belangrijk om na te denken over toekomstige zorg, ook als je bijvoorbeeld geen kinderen hebt, of kinderen die niet voor je kunnen zorgen. ‘We zullen meer in ons netwerk moeten kijken, naar buren en vrienden. We zullen daar meer van moeten vragen.’

Toch blijkt uit het onderzoek van EenVandaag  dat 51 procent van de respondenten denkt dat hun netwerk niet groot genoeg is om in de toekomst voldoende mantelzorg te ontvangen.

‘Je kunt proberen je netwerk uit te breiden. Maar daarnaast zul je dan moeten gaan nadenken over bijvoorbeeld de mogelijkheden van zorg inkopen. Er zijn bijvoorbeeld initiatieven waar je particulier zorg inkoopt. Maar dan moet dit wel financieel haalbaar zijn. Hier nu al naar kijken is dus van belang.’