Ebola in Oeganda: Dit is het echte verhaal

, Tinke Douma

‘Ebola slaat over naar Oeganda’, kopte westerse media rond 12 juni van dit jaar. Wat voor impact zo’n misleidend bericht heeft, kan oud Human-stagiair Tinke Douma, die al twee jaar in Oeganda woont, haarfijn uitleggen.

Het is de tweede week van juni, en mijn telefoon trilt zenuwachtig van de notificaties. De whatsapp-berichtjes van bezorgde vrienden stromen binnen, en vullen mijn inbox met screenshots van een nieuwsbericht van NOS: “Ebola slaat over naar Uganda, eerste ziektegeval bevestigd!” Mijn hart slaat een paar slagen over en mijn knieën voelen opeens nogal slap. 

Oeganda is als mijn thuis: ik woon er nu twee jaar en de rampscenario’s spelen zich levendig af in mijn hoofd. Snel open ik het nieuwsbericht en lees verder: “De uitbraak van de gevaarlijke ziekte Ebola in de Democratische Republiek Congo is overgeslagen naar buurland Oeganda. Bij drie mensen is de ziekte vastgesteld, meldt de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO).” “De WHO vreest dat de verdere verspreiding van ebola moeilijk is tegen te gaan. Het virus grijpt in rap tempo om zich heen.”

Ik scroll verder naar beneden, maar het artikel houdt op. Ik blijf met vragen achter. Wat gaat er nu gebeuren met Oeganda, de Parel van Afrika?

Dit soort nieuwsberichten zijn natuurlijk akelig, en mijn vrienden zijn bezorgd omdat ik er woon. Maar hoe zit het voor toeristen die een reis naar Oeganda in hun agenda hebben staan? Gaan die nog wel, of hebben die maar vast hun vlucht gecancelled? Er knagen nog meer vragen: in hoeverre is het bericht van de NOS waar? Is dit wel het hele verhaal? En zo niet, wat is het gevaar van het weglaten van de context?

De hoofdstad van Oeganda: Kampala

Ebola; hoe zat het ook al weer?

Dat Ebola een ziekte is die in rap tempo om zich heen grijpt, is een realistische uitspraak. Weinig mensen overleven een besmetting, minder dan de helft, en het verspreidt zich via lichaamsvocht. Als je iemand die ziek is begroet met een klamme handdruk en je vervolgens etensrestjes tussen je tanden uit peutert, kun je al besmet zijn. 

De grootste uitbraak in de moderne geschiedenis vond plaats in West-Afrika in 2014 en momenteel broedt de op één-na-grootste: in Oost-Congo, pal naast de Oegandese grens. Sinds Ebola daar uitbrak tien maanden geleden zijn al 1400 mensen in Congo overleden en dit aantal groeit per week. 

Om meer te weten te komen over het virus - en het bestrijden ervan - sprak ik met goede kennis Bart. Hij is namens een internationale hulporganisatie on the ground  aanwezig in Goma, één van de grotere steden in Congo, en doet er vanuit zijn professie alles aan om ervoor te zorgen dat de ziekte geen voet aan de grond krijgt in de bruisende stad. ‘Het is een ernstig virus, maar veel minder besmettelijk dan bijvoorbeeld de griep, dat zich via de lucht verspreidt,’ vertelt Bart. ‘Je moet echt in aanraking komen met zieke patiënten die al ziekteverschijnselen tonen, wil je besmet raken.’ 

Een breakdance battle in Kampala. Dat heeft verder niet zoveel met Ebola te maken, maar er waren dan ook maar drie gevallen aan de grens van Oeganda, die vanuit Congo de grens over waren gewandeld.

Liever naar de lokale medicijnman

Wel is het moeilijk voor hulpverleners - zelfs levensgevaarlijk - om het virus in dit gebied de kop in te drukken. Er broeien heftige conflicten, waarbij rebellen met geweren en hakmessen rondrennen, onrust zaaien in de dorpen en hulpcentra in vuur en vlam zetten.

Daarnaast heerst achterdocht en wantrouwen jegens - vooral westerse - hulpverleners onder de lokale bevolking. Ze zien witte mensen met grote spuitnaalden, omringd door zwaarbewapend konvooi. En iedereen die in de buurt komt verdwijnt in een witte tent en sterft vervolgens aan ebola. 

Geruchten doen de ronde dat het virus door overheden wordt verzonnen of ingezet om bijvoorbeeld de bevolkingsomvang te verkleinen. Wanneer Ebola-verschijnselen optreden, brengen de bewoners liever een bezoekje aan de lokale medicijnman. Een lastig verschijnsel, volgens Bart. 'Wanneer mensen na een bezoek aan de lokale dokter thuis komen te overlijden aan Ebola, is het bijna onmogelijk om te traceren door wie hij besmet is geraakt, wie hij in de tussentijd besmet kan hebben, en wie dus gemonitord moet worden.’

Ebola in Oeganda

Een vijfjarig jongetje van half Oegandese en half Congolese afkomst was begin juni in Congo om zijn opa, gestorven aan Ebola, te begraven. Toen hij met zijn familie terug probeerde te keren naar Oeganda, werden ze aan de grens gestopt: ze vertoonden koortsverschijnselen en hadden diarree. Ter isolatie werden ze in een witte tent neergezet om te wachten op uitslag. 

Zes familieleden, waaronder het vijfjarige jongetje, besloten het niet uit te zitten en het heft in eigen hand te nemen. Toen de avond viel, slopen ze uit de isolatietent en liepen door de bossen richting Oeganda, waar ze via een onbewaakt pad de grens over wandelden. Zodra de Congolese grenswacht hier lucht van kreeg werd groot alarm geslagen.

Het jongetje en zijn familie werden gevonden in een ziekenhuis in een Oegandees grensstadje: het kind spuugde bloed en overleed één dag later. Ook bij zijn oma en broertje werd Ebola vastgesteld; ook zij hebben het niet gered.

Oeganda’s bewapening tegen Ebola: de context die miste

Oeganda voelt de dreiging van het virus al maandenlang in de nek hijgen. De grens tussen Oeganda en Congo, waar de ziekte dood en verderf zaait, is meer dan achthonderd  kilometer lang, en officieuze grensovergangen bestaan soms uit niet veel meer dan een houten plank over een riviertje. Dat het virus een keer de grens over komt lijkt haast onvermijdelijk. En dus wapent Oeganda zich voor de strijd en zet zich schrap. 

Hoe ze Ebola de kop in moeten drukken weten ze wel: het is namelijk niet voor het eerst dat het land met dit virus de strijd aangaat. Er zijn in het verleden al vijf uitbraken ingedamd. Toen in West-Afrika Ebola uitbrak, zijn Oegandese medici vanwege hun expertise overgevlogen om daar het virus te bestrijden.

De World Health Organization en het Ministerie van Gezondheid in Oeganda hebben uit voorzorg 4.700 mensen - voornamelijk hulpverleners - gevaccineerd, verspreid over 165 medische instellingen. Verschillende taskforces en een rapid response team staan in de startblokken om onmiddellijk bovenop een mogelijke uitbraak te kunnen springen.

Tinke Douma op het festival Nyege Nyege, waar de mensen ongehinderd door Ebola feest vierden.

Geen internationaal noodgeval

Zo geschiedde dus ook toen bij het vijfjarige jongetje en twee van zijn familieleden Ebola werd vastgesteld in het ziekenhuis aan de grens. Volgens de WHO werden de zieke familieleden opgenomen in een instelling in Congo en werd een lijst opgesteld van iedereen die aan het virus blootgesteld kon zijn. Deze mensen worden scherp in de gaten gehouden.

‘Oeganda’s reactie was snel en gecoördineerd,’ zegt Bart. ‘Waardoor er op het moment geen bevestigde gevallen van Ebola meer in het land zijn.’ Het gevaar is geweken, maar blijft sluimeren. De grenzen blijken niet waterdicht, en hoewel Oeganda de ziekte beter kan bestrijden dan Congo doordat het land stabiel en georganiseerd is, heeft dat ook een keerzijde: de relatief goede infrastructuur zou het wellicht makkelijker maken voor het virus om af te reizen naar bijvoorbeeld bruisende hoofdstad Kampala. 

Toch heeft de World Health Organization na een spoedvergadering besloten om de situatie niet als internationaal noodgeval uit te roepen. Waarom? André Leliveld, economisch onderzoeker bij Africa Studies Centre in Leiden, vertelt mij daar meer over.

‘In het officiële persbericht omschreven het ministerie van gezondheid en de WHO de situatie terecht als een ernstige zaak. Dit laat ziet dat de alertheid hoog is en dat ze de kwestie serieus nemen. Tegelijkertijd weten zij ook dat er meer risico’s dreigen wanneer er een internationaal noodgeval wordt uitgeroepen. Die liggen niet bij de directe volksgezondheid, maar bij de mogelijke gevolgen voor de economie van het land.’

De prachtige Murchison Fall in het noord-westen van Oeganda en een toeristische trekpleister. Ook hier was geen sprake van Ebola.

 Verstrekkende implicaties

Oeganda wordt ook wel ‘de Parel van Afrika’ genoemd. Als je er reist, of woont zoals ik, snap je waarom. Het land bestaat uit glooiende, groene heuvels, meren, bergen, oerwouden en savannes. Vooral de safariparken en de dichte jungles waar de zeldzame berggorilla’s wonen, zijn erg populair onder toeristen. 

Wanneer een internationaal noodgeval wordt uitgeroepen, zal Oeganda wereldwijd bekend komen te staan als het land waar de griezelige Ebola is uitgebroken. En dat is fnuikend voor de economie, volgens Leliveld. ‘Inkomsten van toerisme vormen volgens de boekjes bijna acht procent van het BBP en creëert meer dan 600.000 banen. Een kwart van de buitenlandse valuta dat Oeganda binnenkomt, komt van toeristen. Er zijn veel gemeenschappen die leven op in de inkomsten die van toeristen afkomen, vaak door een nabijgelegen natuurgebied of andere toeristische attractie.’

Toerisme-cijfers over Oeganda.

Angst op 5.000 kilometer afstand

Wat gebeurt er nu wanneer toeristen bang zijn voor Ebola? Daarvoor grijpen we terug naar de uitbraak in West-Afrika in 2014. Deze uitbraak, die woedde in Sierra-Leone, Guinee en Liberia eiste meer dan 11.000 levens. West-Afrikaanse buurlanden sloten hun grenzen en wisten zich tegen het virus te weren. De impact op het toerisme bleek waanzinnig, en niet alleen in deze West-Afrikaanse buurlanden. 

Volgens Afrikaanse tour-operators durfden in 2014 veel toeristen het gehele continent niet meer te bereizen, ondanks de beperkte gevallen buiten het epicentrum van het virus. Een rapport van de United Nations Economic Commission for Africa verwerkte de resultaten van een survey uitgevoerd door Safari Bookings, een online bureau om vakanties te boeken.

Deze resultaten lieten zien dat de helft van de touroperators over het gehele continent, twintig tot zeventig procent minder boekingen had dan voorheen. Volgens onderzoek van de World Travel and Tourism Council kwam de klap zelfs in landen als Kenia hard aan, meer dan vijfduizend kilometer van de uitbraak. Daar daalde het toerisme met meer dan tien procent. ‘Men realiseert zich niet dat Zuidelijk en Oost-Afrika, waar het meeste safari-toerisme plaatsvindt, zich net zo ver van de uitbraak bevinden als Europa of Zuid-Amerika,’ schreef een respondent. 

Deze buffels en zeezwaluwen in trekpleister Queen Elizabeth National Park hebben geen Ebola opgelopen omdat er vrijwel geen Ebola is in Oeganda, en derhalve zien ze er dan ook nog kerngezond uit.

Niet overspoeld door Ebola 

Leliveld begrijpt de woordkeuze van de berichtgeving rondom de Ebola-gevallen in Oeganda niet: ‘Veel media hebben het over een uitbraak in Oeganda. Welke uitbraak? Het zijn enkele gevallen die besmet over de grens zijn gewandeld.’ 

Bart is het daarmee eens. ‘Zelf maak ik altijd het onderscheid tussen een actieve transmissie en een imported case. Bij een actieve transmissie weet je dat er een verspreiding aan de hand is. Het is dan moeilijker om in kaart te brengen wie aan het virus blootgesteld kan zijn geweest, of een bepaald geval aan een ander geval te linken. In Oeganda heeft er tot nu toe nog geen actieve transmissie plaatsgevonden. De familie raakte besmet in Congo, en stak vervolgens de grens met Oeganda over.’ 

Niet alleen berichtgeving voedt de angst van potentiële toeristen, denkt Leliveld. ‘Er heerst een bepaald beeld over Afrika: armoede, conflict, corruptie, slecht functionerende overheden. Niet onwaar, maar hierdoor staat Oeganda per definitie met 1:0 achter. Men gaat er vanuit dat de overheid niet adequaat zal reageren, en dat maakt bang.’ 

‘Afrika wordt nog steeds vaak als één plek gezien,’ beaamt Leliveld. ‘In Afrika heerst Ebola, wordt dan gedacht. Ik snap dat mensen die hun reis nog moeten boeken aan het twijfelen worden gebracht, zeker wanneer je met je gezin op vakantie gaat. Maar men realiseert zich niet altijd dat het om enkele Afrikaanse landen gaat, en binnen die landen slechts bepaalde regio’s. Het is niet alsof heel Congo overspoeld is met Ebola.’ 

Volgens Bart kun je vooralsnog zelfs prima op vakantie naar Goma in Congo. ‘Alleen medische hulpverleners lopen hier met Ebola-vrije pakken rond,’ legt hij uit. ‘Die behandelen Ebola-verdachte patiënten. Verder is hier nog geen ebola, dus geen restricties!’

Wat is het selectieproces van westerse media?

Ik denk terug aan de uiteenlopende reacties die ik kreeg toen ik mijn tas inpakte en aankondigde dat ik in Oeganda ging wonen. ‘In Afrika? Is dat niet levensgevaarlijk?’ Ook ik moet schoorvoetend toegeven dat ik aanvankelijk niet wist waar Oeganda eigenlijk lag. En mijn beeld van Afrika bestond voornamelijk uit droogte, honger, armoede, kinderen met vliegen op hun gezicht en hier en daar een olifant. Eigenlijk een vreemde gedachte, gezien we het hier hebben over het op één-na-grootste continent op de aardbol.

Matoke wordt veel gegeten in Oeganda. Het is een hartige, gekookte banaan en rundvlees in een saus van groundnuts, een soort pinda's.

Terwijl ik mijn vrienden geruststellende appjes stuur dat ik met aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid geen Ebola zal oplopen, blijft de vraag knagen:

Waarom wordt de context weggelaten in nieuwsberichten, zoals in die van de screenshots in mijn telefoon? Waarom durven zoveel toeristen het gehele continent niet meer te bezoeken wanneer een uitbraak van Ebola woedt in slechts drie van de in totaal 54 landen? Wat zegt dit over ons beeld van Afrika en welke rol spelen westerse media hierin?

Wanneer de ellende op het continent geportretteerd wordt - de kinderen met de vliegen op het gezicht - betekent dat niet dat ze geen realiteit schetsen. En zeker met ernstige ziektes als Ebola zullen reizigers geïnformeerd moeten worden. Wel is het interessant - zelfs noodzakelijk - om onszelf de volgende vragen te stellen: welk selectieproces gaat vooraf aan deze berichtgeving? Welke vooroordelen liggen hieraan ten grondslag? En welke stereotyperingen worden in de hand gewerkt? 

Één ding lijkt in ieder geval duidelijk: een gebrek aan context kan een land als Oeganda dat afhankelijk is van buitenlandse toeristen, economisch flink in de penarie brengen. Vooralsnog blijf ik waar ik ben, om nog even een wandeling onder de wuivende palmbomen naar de markt te maken, waar ik in blakende gezondheid tussen alle geuren en kleuren van groenten en fruit mijn geld aan boodschappen uitgeef! 

Gebruikte bronnen voor dit stuk:

World Travel & Tourism Council: Impact of the Ebola epidemic on Travel & Tourism - December 2018

‘Media representations of Africa: Still the same old story?’ uit Journal ‘Policy & Practice: A Development Education Review’ 2017 door Michael Mahadeo and Joe McKinney

Tourism Sector Annual Performance Report FY 2018-18.pdf: Ministry of Tourism, Wildlife and Antiquities

Ook interessant

Lees meer over publieke opinie

6 items

Hoe publieke opinie tot stand komt en wat de gevolgen van deze meningsvorming zijn op ons alledaagse leven.

Dossier
Recent Toegevoegd

Kun je politiek charisma trainen?

Wat is politiek charisma? Kun je dat trainen? In de vijfde aflevering van De Publieke Tribune bespreekt Coen Verbraak deze en andere vragen met spindoctor Kay van de Linde, cartoonist Joep Bertrams, voormalig SP-Kamerlid Sharon Gesthuizen en Dominique van der Heyde, chef van de parlementaire redactie van de NOS.

Het Medialogica-moment van

Wat is de kwaliteit van het publieke debat in Nederland? In hoeverre vindt de argumentatie plaats op basis van de feiten? Welke retoriek wordt er gebruikt? En hoe beïnvloeden (nieuws)beelden onze publieke opinie?

Gemeenten doen maar wat bij anti-radicaliseringsbeleid

Theatervoorstellingen, weerbaarheidstrainingen en fakenews lessen. Miljoenen worden uitgegeven aan het anti-radicaliseringsbeleid van gemeenten. Maar of deze preventieve programma’s effect hebben, wordt nauwelijks gemeten.

Zo beleefde Daan Roovers het debat Rutte-Baudet

De kersverse Denker des Vaderlands Daan Roovers zat op de tribune in de Rode Hoed bij het debat tussen Mark Rutte en Thierry Baudet. De verbazing die ze voelde, suddert nog na.

Dit vindt Zeikschrift van de anti-abortuswet in Alabama

Onlangs stemden 25 republikeinse mannen in de Amerikaanse staat Alabama voor een wet die abortus verbiedt, zelfs na verkrachting. Wij spraken met Madeleijn van den Nieuwenhuizen, die Amerikaanse politieke- en rechtsgeschiedenis studeerde aan de Columbia University, columns schrijft voor VOGUE en beheerder is van het mediakritische Instagramaccount Zeikschrift.