De Parade maakt een stad gelukkig

Interview met Terts en Luc Brinkhoff

, Roberto Lobosco

Deze zomer is Human mediapartner van het rondreizend theatergezelschap de Parade. We nemen Brainwash Talks op, je kunt onderin de Theatertoren "daten" met filosofen, we selecteerden voorstellingen en we maken verhalen over en vanaf de Parade. We trappen af met een interview met bedenker en oprichter Terts Brinkhoff en zijn zoon Luc. 'Je moet een tent over de mensen heen zetten.'

Wat Jan Smeets van Pinkpop is voor de Nederlandse muziekindustrie, is Terts Brinkhoff van de Parade voor de Nederlandse theaterwereld. Parallellen tussen de twee zijn dan ook onvermijdelijk. Beide begonnen hun - inmiddels roemruchte - festival als een mogelijkheid voor zichzelf en wat vrienden om hun creatieve impulsen vorm te geven.

Bij allebei gingen die eerste festivalletjes zo goed, dat ze er meteen wat geld aan overhielden, zodat ze hun kunstje het jaar erop nog eens konden flikken. En bij beide creatieve directeuren groeide hun liefhebberij in dertig, veertig jaar tijd uit tot een gezaghebbend en immens populair jaarlijks festijn. 

In de loodsen van Het Domijn ligt van alles

Met de paplepel

We ontmoeten Terts op Het Domijn in Weesp, waar het grootste gedeelte van de tenten van de Parade zijn opgeslagen, worden onderhouden en waar nieuwe projecten worden ontwikkeld. Die tenten zijn namelijk van Firma Traktor, het bedrijf van Terts en oudste zoon Luc en worden ook gebruikt voor andere festivals. Hoewel Nicole van Vessum al ruim tien jaar directeur is, kan Terts de Parade - net zoals Jan Smeets - maar moeilijk loslaten. 

Omdat het een drukte is van jewelste van vrachtwagens, werklui en theatertentbouwers, nemen we met Terts en oudste zoon Luc plaats in een antieke pipowagen. Terts toont ons een prachtige zwart-wit foto van Elly Strassburger, die een paard dresseert in een circuspiste. 

Een tent over de mensen

'Eind jaren zeventig, begin tachtig ben ik gewoon begonnen,' zegt Terts. 'Ik was muzikant, speelde in een bandje, we konden een tent lenen en zijn gewoon gaan spelen. Totdat iemand tegen me zei: "Weet je wat jij moet doen? Je moet naar een oude loods in Hilversum." Daar stond een wagenkerkhof van Circus Strassburger: wagens, tenten van drie generaties circus, posters, pakken, van die dingen waar olifanten op staan, alles. Het stond weg te rotten in die hal, waar de regen door het dak kwam. Zegt die man: "Die mag je zo meenemen", want hij moest er van af.

'De tourwagen van pa Strassburger gebruiken we nog steeds, die heb ik dit jaar opnieuw geschilderd. En de wagen waar we nu in zitten, was de salonwagen van Elly Strassburger, artiest en later directeur van het circus. Elly zei destijds: "Ik vind jullie aardig, dus jullie mogen de wagens hebben, maar je mag ze nooit aan Boltini (het andere grote circus dat toentertijd door Europa reisde, RL) geven".'

Als je de familie Brinkhoff zou afficheren als een circus- of kermisfamilie, dan zullen ze dat zeker als compliment beschouwen. Jongste zoon Laszlo, die al twee jaar in een woonwagen woont (en dit jaar "campingbaas" is op de Parade), zegt dat de familie er inmiddels naar streeft om zo te leven.

'Van een circusdirecteur heb ik geleerd dat je een tent over de mensen heen moet zetten,' zegt Terts. 'Je moet met kunsten niet iets heel moeilijks in een bos gaan doen, of een hoge drempel opwerpen in een schouwburg. Je moet naar de plekken waar de mensen al zijn en dan gewoon een tent over die mensen zetten. Dat zijn wetten van het vak, die we gaandeweg en spelenderwijs hebben geleerd. Een lid van onze raad van bestuur zei ooit dat de Parade refereert aan een gevoel dat iedereen heeft. Het gevoel van: Ik wil met het circus mee, reizen van stad naar stad, de ultieme vrijheid.' 

Op het Domijn stikt het van de tenten

Niemand uitsluiten

Terts' uit de hand gelopen hobby groeide uit tot een vak, kortom. Het vak van het rondreizend theatergezelschap, super populair, maar doordat het zo specifiek en specialistisch is, maar weinig gekopieerd. 'Het rondreizen is het vak inderdaad,' zegt Terts. ‘Deals maken met artiesten en groepen, horeca regelen en vooral het infiltreren in steden. Burgemeesters zijn altijd dol op de Parade, want ze zien dat hun stad gelukkig is. Daarom is horeca op de Parade ook belangrijk. Het is niet onmisbaar wat betreft de kunsten, maar wel voor het aspect dat 120.000 bezoekers in zo’n week het naar hun zin hebben.'

Het was nogal wat in de beginjaren, zo’n karavaan die neerstreek in een stad. 'Destijds had je in de zomer alleen de Vierdaagse, Pinkpop en wat braderieën,' zegt Terts. 'En dan kwamen wij aan, met ons circus. Steden zeiden echt: "Op het Vrijthof? In juni? Dan komt niemand." En ik dacht altijd: Er zijn altijd genoeg mensen en juist omdat er niets te doen is, komen ze. Wij doken als eerste in die markt en tot hun stomme verbazing zagen die steden dat het inderdaad lukte. Als je in de winter naar het theater gaat, dan ga je echt naar een voorstelling. Maar bij de Parade zeg je: "Ik ga naar de Parade", en dan kun je gaan snuffelen, net zoals op een markt. Geen grote thema’s, alles openhouden en vooral: niemand uitsluiten. Als je prijzen te hoog zijn, en je kunt met buurtbewoners geen dealtje maken, dan sta je in de weg. Dan willen ze je volgend jaar niet meer hebben.

'Dus: voor iedereen programmeren, eten en drinken erbij om de mensen vast te houden en een leuk bandje voor het feest, dat is het succes bij de Parade. Een reclamejongen zei ooit tegen mij dat op de Parade in Amsterdam alle grote reclamebureaus van Amsterdam rondlopen. "Waarom," vroeg ik. "Omdat wat jullie doen, is de beleving verkopen. Er zit een verhaal omheen".'

Van spatbord tot schouwburg

Wat begon met een zomertour langs een paar steden met vijf tenten, is inmiddels uitgegroeid tot internationaal bedrijf dat het hele jaar door en over de hele wereld festivaldorpen uit de grond stampt. Op de Parade staat inmiddels al een tent of veertig, waarvan een aanzienlijk deel geperfectioneerd, getweakt, gebouwd en zelfs is verzonnen door Luc Brinkhoff, de oudste zoon van Terts. Als driejarige zat hij op het spatbord van de rode tractor, waarmee Terts de karavaan aanvoer van de ene stad naar de andere. Door zijn studie Bouwkunde Voorbereiding neemt Luc inmiddels vooral de tenten van de Parade voor zijn rekening.  

'Het seizoen houdt nooit meer op voor ons,' zegt hij in de salonwagen van Elly Strassburger. 'De tenten die je hier ziet op het terrein, komen net terug uit Australië, waar ik voor twee festivals alle theatertenten doe en een paar horecatenten. Dat is heel anders dan de Parade, want het is veel meer logistiek. Maar we werken ook met circustenten, waar mensen aan het dak kunnen hangen. Dus dan pas ik onze Paradetenten zo aan, dat we dat ook kunnen doen. Zodoende komen mensen naar Mobile Arts echt voor mij, en niet voor Terts.'

'Hij was een jaar of 22 toen hij naar me toekwam dat hij een tent wilde bouwen,' zegt Terts. 'Wat er ook gebeurde, ik wilde geen "nee" zeggen. Dus toen is hij gaan tekenen, maar hij had het nog nooit gedaan, dus het was super spannend. Want als je een vrachtwagen bestelt met staal dat op maat is gesneden, en het past niet, dan kun je wel inpakken.'

Ook Luc vond het spannend. 'Terts legt uit met zijn handen hoe ik het moet maken, en dan kon ik daar verder mee tekenen. Zo kwamen we uit bij een heel groot toneelhuis, waarbij de eerste zitrij anderhalve meter omhoog moest, zoals de Globe van Shakespeare. waardoor het een soort loge werd en het in één klap heel vet werd. Ik kon het helemaal bedenken, heb die tent precies zo gemaakt dat-ie in één zeecontainer past. Het is de enige tent die wij kennen waar vijfhonderd personen in passen en die in éen zeecontainer past, met alles erop en eraan, klaar om te spelen.'

Luc en Terts, circusmensen

Oog voor het geheel

En zo wordt de Parade elk jaar een stukje beter gemaakt, mede dankzij circusfamilie Berkhoff. 'Als je mobiel bent, word je heel snel heel effectief,' zegt Terts. 'Als je twee keer iets groots meeneemt, dat je niet gebruikt, dan hoef je niet zo heel slim te zijn om het de derde keer niet mee te nemen.' 

Luc vult zijn vader aan. 'Het is heel erg veel geworden. Vroeger deed Terts de programmering en bouwde hij tenten. Nu zijn we een bedrijf, waarin mijn twee broertjes  ook meedoen. Dit jaar is de Laszlo campingbaas, maar voor ons andere festival de Showman’s Fair doet hij de programmering en heeft hij met vrienden een circusact, waarmee hij ook in Australië optreedt. Aldo, de middelste, maakt zijn eigen kunstprojecten en ik vind het heerlijk om me helemaal te storten op de tenten.'

Volgens Terts heeft Luc door zijn opvoeding op de Parade oog voor het geheel gekregen. 'Want het is niet alleen maar tenten bouwen. Je moet het overzicht hebben, met alles rekening houden. Ook met de buurt waar je de tenten opzet. Je kunt niet zomaar met een vrachtwagen een park in rammen, want dan willen ze je volgend jaar niet meer.' 

'De Parade gaat keihard,’ zegt Luc. 'We breken alles in één dag af en diezelfde avond zijn we in de volgende stad. Dan is het twee dagen bouwen, één dag voor het licht en geluid en dan kunnen de theatermakers erin. Ongelofelijk, in vijf dagen is het hele dorp verplaatst.'

Aanvoerders van de karavaan

Elke stad is anders

Elk terrein is anders, elke stad vraagt om zijn eigen aanpak. Amsterdam is de grootste stad, dus daar staan ook de meeste tenten. Op de backstage (waar zoon Laszlo dus de scepter zwaait dit jaar) verblijven dan ongeveer vierhonderd mensen.

Maar ook de ambiance verschilt per stad, volgens Terts. 'In Rotterdam is echt een scene. Een soort vriendengroep, iedereen kent elkaar lijkt het wel. In Den Haag heb je een wat netter publiek, dat veel naar het theater wil en niet per se hoeven te feesten. In Utrecht is het heel jong en bovendien zijn we daar altijd in het vakantiemoment van het seizoen. Na de Vierdaagse is er even niks te doen in Nederland, en dan staan wij in Utrecht net naast het spoor en komen mensen van alle windhoeken naar de Parade.

'In Amsterdam is het feestje, als iedereen net van vakantie terugkomt, elkaar weer treft op de Parade en de portemonnee nog een beetje los in de zak zit. In Rotterdam is het vaak nog een beetje van: Zullen we ook wat eten? Wijntje misschien? Maar in Amsterdam is het: "Doe maar twee flessen rosé!"' 

Human is dit jaar mediapartner van de Parade. Alle zondagen van de Parade kun je onderin de Theatertoren naar Date de Denkers. Op 9 en 10 juli worden in Den Haag nieuwe Brainwash Talks opgenomen die je kunt bijwonen. Op 25 augustus geeft Stine Jensen onderin de Theatertoren de talk ‘Geluk voor Ongelovigen’.

Ook zochten we samen met de Parade elke zondag twee voorstellingen uit, die je met korting kan bezoeken. Voor maar twintig euro koop je het Human-pakket dat toegang geeft tot het terrein en twee geselecteerde voorstellingen. De pakketten bevatten onder andere de voorstellingen van Scapino Ballet Rotterdam, The Smartphone Orchestra en Collectief het Paradijs. Bekijk alle pakketten hier.