Frankrijk, Italië, maar veel liever nog veel verder weg, naar oorden waar geen toerist komt. Nog een paar weken, dagen misschien nog maar, dan begint de vakantie en gaan we massaal de hort op. Niet zozeer om ergens naartoe te gaan, maar veel meer om het leven hier te ontvluchten, als je het hoogleraar filosofie Ruud Welten vraagt. Over reizen als collectieve dwangneurose, modern kolonialisme en mythisch individualisme.

De vraag waarom we met vakantie gaan, waarom we reizen, laat zich volgens Welten lastig beantwoorden 'Feit is dat we reizen. De mens is een reizend wezen. Ik haal graag wiskundige en filosoof Blaise Pascal aan. Die heeft eens gezegd dat alle ellende van de mens begint met het feit dat we niet rustig op een stoel in een kamer kunnen blijven zitten. Al zeggen we nog zo graag over onszelf dat we ergens geworteld zijn: de mens is geen boom of plant die met wortels in de aarde vastzit. Mensen zwermen de wereld over, leiden een nomadisch bestaan. Dat hoort bij ons. De vraag waarom we reizen is zo lastig te beantwoorden omdat het vraagt naar een oorsprong die er eigenlijk niet is. Er is slechts het feit dat we reizen. En dat dat van alle tijden is.'

Is daar iets aan veranderd?

'De manier waarop we reizen is enorm veranderd, met name sinds de Tweede Wereldoorlog. En verandert nog steeds. Kort gezegd had reizen vroeger een noodzakelijk doel. Dan heb ik het over ontdekkingsreizen, kolonialisme en handel. Vanaf de Tweede Wereldoorlog zie je dat mensen gaan reizen als toerist. Dan komt het massatoerisme op. Ironisch genoeg gebeurt dat met de opkomst van totalitaire staten. Franco is heel belangrijk geweest voor Spanje als toerisme-land en ook Hitler had een belangrijke rol in het toerisme. Die stuurde Duitsers naar de Oostzee voor vakantie. Dat was vanuit het idee dat er voor het volk gezorgd moest worden. Er moest hard gewerkt, maar ook uitgerust worden. Dat was een simpel idee, dat vanaf toen voor het eerst heel massaal georganiseerd werd. Het ging gepaard met de opkomst van nieuwe vervoersmiddelen: trein, vliegtuig en grote schepen.'

Zijn er nog reizigers, of zijn we allemaal toerist geworden? 

'Dat is er een interessant punt, want er is een verschil tussen de toerist en de reiziger. Maar het is met name een verschil waarmee we ons als reiziger willen onderscheiden van de toerist. Dat onderscheid is inherent aan het reizen. Al aan het begin van de negentiende eeuw zie je het terugkomen in de reisverslagen. Een mooi voorbeeld daarvan is de Franse schrijver Gérard de Nerval, die een reis maakte naar het oosten, naar Turkije. In zijn tijd was dat een heel exotisch oord.'

Hoe bedoel je dat?

'Inherent geworden aan toerisme is dat je jezelf van toeristen wilt onderscheiden. We zien onszelf als volstrekte individuen en reizen is een van de belangrijkste uitingen van dat individualisme geworden. Dat is vrij snel gegaan. Als een student 25 jaar geleden naar de andere kant van de wereld ging voor bijvoorbeeld een stage, dan was dat een uitzondering. Tegenwoordig is het een uitzondering als je dat niet doet. Dat geeft ook een zekere morele druk, een morele verplichting naar jezelf toe. Je moet alles uit jezelf halen.'

'En dat betekent vooral: heel veel reizen. Iemand die interessant is, heeft veel gezien, iemand die veel thuis heeft gezeten, die vinden we maar saai. En dan heb ik het niet over een vakantie naar Italië of Frankrijk, dat kennen we allemaal wel. We moeten naar plekken waar anderen niet komen. Dat heeft grote gevolgen voor het toerisme. Waar het toerisme in de jaren 70 duidelijk in te tekenen was op kaartjes, het evident was waar mensen naartoe gingen, naar de Eiffeltoren, bijvoorbeeld, daar gaan we tegenwoordig juist niet naar die plekken toe. Dat leidt tot nieuwe vormen van toerisme.'

Tekst gaat door onder afbeelding

Zoals?

'Het gaat bijvoorbeeld om dark tourism. 25 jaar geleden hadden we niet kunnen bedenken dat voormalig concentratiekamp Auschwitz een van de grote toeristische trekpleisters van Europa zou worden. Dat hadden we pervers gevonden. Een ander voorbeeld is sloppenwijktoerisme, dat de laatste tien jaar flink gegroeid is. In Brazilië kun je een rondleiding door de sloppen van Rio de Janeiro krijgen. Ik wil daar niet veroordelend over zijn, maar het geeft wel aan hoe breed het toerisme is geworden. We willen niet alleen zon, zee en strand, maar ook de keerzijde van de geschiedenis, de ellende van het leven zien. Ook weer met het idee dat dat een unieke ervaring is, die niet veel mensen gehad hebben. Maar het paradoxale is dat datgene dat zich voordoet als een alternatief voor toerisme, ook weer een optie wordt in de reisbrochure.'

'Op het moment dat jij zegt dat je geen toerist bent, maar een individu, op zoek naar een unieke en authentieke ervaring, dan zegt de touroperator: 'Nou, fantastisch. Daar help ik je mee.' Als een soort olievlek breidt het toerisme uit over de wereld, naar plekken waar het voorheen niet kwam. Het is wat met een chique woord commodificatie genoemd wordt. Alles wordt in een verdienmodel gegoten. Overal moet iets gehaald worden. Het verzet tegen het traditionele toerisme is fantastisch voor het kapitalisme, of het neoliberalisme. Want hoe meer je je verzet, hoe meer het kapitalisme daarop gaat teren. De wereld verkoopt zich. Het is een supermarkt geworden van mooie plekjes, en daar gaan we ons vervolgens weer tegen verzetten. Betaal mij en ik ga je een nog authentiekere ervaring geven. Het is niet voor niets dat toerisme de grootste industrie ter wereld is geworden.'

Is dat erg?

'Ja, ik zou zeggen van wel. Want wat we vergeten is dat toerisme in feite steeds meer een vorm van neo-kolonialisme is. Juist dat moderne toerisme, dat een alternatief moet zijn voor een reisje naar de Eiffeltoren of het strand. Daar zie je de patronen van het kolonialisme heel duidelijk terugkomen. Een fenomeen dat enorm aan het groeien is, is voluntourism of vrijwilligerstoerisme. Mensen gaan naar Zuid-Afrika om daar de lokale gemeenschappen te helpen. Ze willen geen passieve toerist zijn, maar werkelijk de handen uit de mouwen steken. Wat je dan ziet, is dat allerlei patronen van kolonialisme terugkomen.'

'Want wat gaan we doen? We gaan scholen bouwen, mensen van onderwijs voorzien en infrastructuur aanleggen. Precies dat deden de oude kolonialisten. Het heeft niets te maken met de werkelijke behoefte van de mensen daar. Daar vragen we niet eens naar. Nee, wij vullen in wat die mensen daar nodig hebben en daar gaan we ze in voorzien. Omdat het goed voelt om een school te bouwen. Begrijp me niet verkeerd, die mensen willen niets anders dan helpen en stromen over van goedheid. Ik vind het lastig om dat te bekritiseren, maar ik denk wel dat we er een discussie over moeten voeren. Het probleem is namelijk dat als we allemaal individueel gaan proberen om het goede te doen, problemen nooit structureel worden opgelost.'

Tekst gaat door onder afbeelding

We doen het hoofdzakelijk voor onszelf, niet voor de ander?

'We zijn te gemakkelijk individuen geworden en allemaal op zoek naar een zinvol leven. We zijn niet meer in staat om die zingeving collectief te organiseren. We schieten in de individualiteit. Ik vind het zeer kwalijk dat we tegen mensen van een jaar of twintig zeggen dat ze zich kunnen onderscheiden. 'You can make the difference', is zo'n slogan van nu. Dat is volslagen onzin. Het laatste wat je wilt is een samenleving waarin iedereen zich van de ander onderscheidt. Dat is het recept voor een samenleving die niet werkt.'

'Bovendien is het zeer wreed om tegen mensen te zeggen dat ze zich moeten onderscheiden, omdat je dan niet zegt wat ze wél moeten doen. Ik zie dat direct terugkomen in het toerisme. We zijn obsessief bezig ons te onderscheiden van andere toeristen. We zien onszelf niet als toerist, maar benadrukken dat we juist naar die plekken gaan, waar toeristen niet komen. Als je een succesvol verhaal wilt hebben als je in augustus of september van vakantie terugkomt, dan vertel je dat je op een plek geweest bent, waar geen ander mens geweest is. Je was volkomen uniek.'

En daar moeten we vanaf?

'Ja, want die individualiteit is volstrekt mythisch. Het bestaat niet, om de doodeenvoudige reden dat we allemaal hetzelfde zeggen. We zeggen allemaal dat we anders zijn, dat we ons onderscheiden. Als we het over massatoerisme hebben, dan hebben we het over mensen die massaal op het strand van Lloret de Mar of Benidorm liggen. Maar dat is de massa niet. Als je kijkt naar de cijfers, dan moet je constateren dat backpackers net zo goed massa zijn. Mensen die 'in hun eentje' de wereld overtrekken.'

'In zekere zin is het ook dat toerisme de blik op de wereld niet verruimt, zoals we graag denken, maar eerder vernauwt. Elk jaar gaan veel Nederlanders op reis naar Kenia, om bij thuiskomst te vertellen dat 'het daar best meevalt'. Ze hebben weinig armoede en problemen gezien en wel veel prachtige dieren. Dat is precies wat de toerisme-industrie doet: terrorisme, geweld, milieuproblematiek, de waterproblemen die ze in Kenia hebben, het wordt allemaal aan je blikveld onttrokken. Als ik dan hoor dat iemand naar Kenia is geweest en dat het zo goed is om andere culturen te leren kennen, dan word ik daar wel een beetje sceptisch van.'

Goed, alle verloven intrekken dus, deze zomer?

'Nee, natuurlijk niet, ik ben ook helemaal niet tegen met vakantie gaan of reizen. Maar het zou wel goed zijn als we ons wat beter beseffen wat toerisme is. En hoe koloniaal dat is. En onthoud vooral ook dat je best een beetje teleurgesteld mag worden. Hoe graag we ook willen dat de wereld mooi en leuk is, hij is ook verontrustend. Tot slot, wat ik vaak zeg, is dat als je op reis gaat, je ook altijd iets ontvlucht. Het echte gesprek begint niet bij de avonturen, bij alles dat je gezien hebt en hoe mooi dat wel niet was, maar bij het eigen leven, bij het eigen ongeluk, bij datgene dat je probeert te ontvluchten. Want ook dat is een reis: de materialisatie van het wegvluchten.'