‘Kunst is de toegang tot de samenleving’

, Roma Santoro

De 2Doc ‘Radio Kobanî’ won op het Ismailia Film festival in Egypte de prijs voor beste lange documentaire en de prijs voor Jury of Film Critics Society of Egypt. Op het Internationale documentairefestival DocumentaMadrid 2017 won de documentaire de publieksprijs.
Wij vroegen regisseur Reber Dosky naar zijn reactie en hoe het nu gaat met hoofdpersoon Dilovan.

In ‘Radio Kobanî’ begint de twintigjarige Koerdische verslaggever Dilovan een radiostation in haar stad Kobanî.  Terwijl de Syrische stad bezig is met de wederopbouw na de bevrijdingsstrijd tegen IS, interviewt Dilovan overlevenden, bevrijders, terugkerende vluchtelingen en muzikanten.

Eerder viel documentairemaker Reber Dosky voor 'Radio Kobanî' in de prijzen op het International Documentary Filmfestival Amsterdam en het Copenhagen International Documentary Film Festival. Hij vindt het bijzonder dat zijn film ook tijdens het festival in Egypte twee belangrijke prijzen heeft gewonnen. “Het is altijd fijn om waardering te krijgen voor je werk, maar ik vind het vooral belangrijk dat er op deze manier wordt stilgestaan bij inwoners van Kobanî en hun ellende. Daar gaat alles gewoon door en moet er een manier worden gezocht om met het trauma te leren leven. Met zo’n prijs wordt de situatie in Syrië extra belicht en gaat het spelen in het hoofd van mensen hier.”

Tekst gaat verder onder foto

Met hoofdpersoon Dilovan gaat het volgens Dosky goed. Hij heeft nog regelmatig contact met haar. Ze is druk met haar leven in Kobanî, denkt aan het krijgen van kinderen en heeft haar studie Sociologie opgepakt op de universiteit van de stad. Radio maken heeft ze op een lager pitje gezet. Waar ze voorheen vijf dagen in de week in de studio zat, is ze daar nu nog maar twee dagen in de week te vinden. “Radio is voor haar vooral een herinnering aan de oorlog. Ik heb het gevoel dat ze er steeds meer afstand van neemt.”

De documentairemaker is nog altijd veel met Kobanî bezig. Hij heeft plannen voor het bouwen van een bioscoop in de stad. Volgens Dosky vinden de inwoners het bijzonder dat buitenstaanders helpen met de wederopbouw. “Ze voelen zich een beetje in de steek gelaten door het westen. Zodra de oorlog voorbij was, werd er niet meer naar de stad omgekeken, maar we moeten niet vergeten dat tachtig procent van Kobanî is vernietigd. De overheid is ontzettend blij met hulp van buitenaf. De wederopbouw ligt nu stil, door de spanningen tussen Turkije en Syrië. Er mag niets meer naar binnen.”

In de bioscoop komt een café voor jongeren, waar zij zich samen kunnen terugtrekken en lol kunnen maken. Er komt ook een kleine radiostudio in de bioscoop. Hier kunnen mensen hun talenten ontwikkelen. “Ik vind dat kunst de eerste toegang is tot de samenleving. Het is belangrijk dat mensen zich ook tijdens een oorlog kunnen amuseren en kunnen genieten. Ik weet zeker dat de inwoners van Kobanî slim genoeg zijn om zelf films te maken om hun verhalen met de rest van de wereld te delen. We moeten alleen een handje helpen.”