WORD LID

Iris (22) beschadigde zichzelf

“Als ik mezelf kraste, was het eindelijk even stil in mijn hoofd.”

, 3FM Tussenuur

Het is niet iets wat een uur duurde. Het beschadigen nam nooit langer dan vijf minuten in beslag en Iris had geen vaste rituelen. “Enige voorwaarde was dat ik alleen was. En dan kon het met van alles: een schaar, satéprikker of gewoon mijn nagels."

>> Dit verhaal zou triggers kunnen bevatten voor mensen die daar gevoelig voor zijn. Denk je dat dit voor jou geldt, klik dan hier of hier

Even niks
Wat ze voelde? Helemaal niks, afgezien van de lichamelijke pijn. “Heel kort voelde ik een kalmte en was het even stil in mijn hoofd.

"Maar dat is ook het schrijnende, want meteen daarna dacht ik: Shit man, ik heb mezelf pijn gedaan. Ik voelde me meteen weer rot, maar dan met een extra litteken. En elke keer dacht ik: De volgende keer lukt het me om zonder te kunnen.”

Dagboekhoekje
Natuurlijk vindt Iris het niet makkelijk om over haar zelfbeschadiging te praten. Maar omdat ze vrijwilliger is bij de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging (LSZ) neemt ze die rol op zich.

Bij LSZ is ze coördinator van het lotgenotenforum, een online community van mensen die zichzelf beschadigen of beschadigd hebben en daar op wat voor manier dan ook mee worstelen. Zelf meldde ze zich een jaar of zes geleden aan, ze zat toen in vwo 5.

“Het forum is vooral een veilige plek. Hier praten lotgenoten over hun werk of studie, hun herstel en er is een dagboekhoekje. Daar is veel interactie omdat je bijvoorbeeld iets herkent of tips geeft hoe jij met bepaalde zaken omgaat. Vanuit het forum worden ontmoetingen in real-life opgezet en soms leidt dat tot echte vriendschappen.”

>> Lees ook het verhaal van Roos: "Het eindigt niet altijd met een happy end"

Een plek met lotgenoten
Iris vond het spannend om zich aan te melden destijds, het duurde wel een maand of zes voordat ze daadwerkelijk een account aanmaakte. “Ik was vooral op zoek naar een luisterend oor, naar mensen die me niet veroordeelden omdat ik mezelf pijn deed. Daar was ik namelijk bang voor in mijn directe omgeving, dat mensen geen vrienden met me wilden zijn of me gek zouden vinden.”

Het tegendeel was waar. Ze vond een plek met lotgenoten, die haar niet veroordeelden, maar juist probeerden te helpen. “Het is een plek waar ik over mezelf kon schrijven als ik me goed voelde, maar ook als ik me minder voelde. En ik heb er hele fijne contacten opgedaan.”

‘Sla Iris omdat ze lang is’
In de derde klas van het vwo in Culemborg was Iris 1 meter 80. En ze had een bril. Voor een groepje van zes à zeven schoolgenoten was dat schijnbaar reden genoeg om haar dagelijks te pesten. Het begon met naroepen en vervelende bijnamen.

“Maar al snel werd het fysiek. Als ik ze tegenkwam in de gang kreeg ik een duw of soms een knietje. En ze hadden een haatpagina aangemaakt op Hyves. De anti-vlinderpagina, omdat ik om mijn eigen Hyves een vlinder als profielfoto had. Daar stonden dingen op als: Sla Iris omdat ze lang is. En: Schop haar omdat ze een bril heeft.”

Eindelijk actie
Iris durfde niet van zich af te bijten, daar was ze te onzeker voor. Na een half jaar vond ze eindelijk de moed om een docent in te schakelen, die mentor was van een aantal pesters.

“Zij reageerde heel geschokt en heeft dezelfde middag nog ouders van de leerlingen gebeld. Daar werd ik een beetje gelukkig van, omdat iemand me serieus nam en tot actie overging. De pesters moesten hun excuses aanbieden en het pesten hield op.”

‘Ligt het aan mij?’
Het jaar daarna was het weer raak, ditmaal door een zestal jongens die bij Iris in de klas zaten. “Dat is niet echt lekker voor je zelfvertrouwen. In de derde klas dacht ik nog: Het ligt aan de ander dat ik word gepest. In de vierde klas gebeurde het weer, maar nu door anderen, dus dacht ik: Zou het dan aan mij liggen?”

In de onderbouw van de middelbare school ontwikkelde Iris een nare gewoonte, het kapotkrabben van wondjes op vooral haar hoofd, wat ze niet beschouwt als een vorm van zelfbeschadiging.

“Die jongens maakten voor mijn gevoel tijdens de les de hele tijd krabbewegingen. Of ze staarden me gewoon naar me. En ze roddelden over me, echt heel achterbaks. Ik dacht echt dat er iets mis met me was.”

>> Lees ook: Dit is wat jij kunt doen tegen pesten

De emmer liep over
Dit was de periode dat Iris begon met zelfbeschadiging. Ze ging elke dag met buikpijn naar school en voelde zich eenzaam. Het krassen was niet zozeer een oplossing van haar problemen, maar meer een uitweg.

Ze voelde zich niet goed genoeg, had aan de ene kant de behoefte om er met mensen over te praten, maar probeerde ook mooi weer te spelen, goeie cijfers te halen en een goeie indruk te maken op klasgenoten, familie, vrienden en leraren. En dan moest ze ontladen.

“Ik deed niet mezelf pijn omdat ik het graag wilde, maar omdat ik op z’n moment niet anders kon. Het ging mis als de emmer overliep, dat ik geen grip meer had op al die gedachtes en gevoelens van boosheid, verdriet, schuld, schaamte en onmacht.”

Minder bedrukt
Halverwege het vierde jaar vond ze toch ergens de kracht om het pesten aan te kaarten op school. Ze had zich inmiddels al aangemeld op het lotgenotenforum. En ook toen hield het pesten weer op.

“Omdat ik niet hoefde te dealen met starende mensen, die me sloegen, schopten en duwden, werd het minder bedrukt in mijn hoofd en duurde het langer voordat de emmer overliep.”

Ze voelde zich betrapt
Dat was ook het moment dat Iris’ ouders voor het eerst kennis namen van haar problemen. Iris had aan een vriendin verteld dat ze zichzelf beschadigde en zich had aangemeld op het forum van LSZ. Die was zo geschrokken, dat ze het aan haar ouders vertelde, die het weer aan Iris’ ouders vertelden.

“Dus stonden ze op een avond aan mijn bed. Ik voelde me betrapt en ik schaamde me en ik had het gevoel dat ze boos op me waren, omdat ik me had aangemeld bij het forum in plaats van dat ik bij hen was gekomen. Ik heb toen beloofd dat ik het niet meer zou doen.”

Met de belofte dat ze het niet meer zou doen stopte de zelfbeschadiging niet. "Ik ging het meer verbergen, was me extra bewust van dat mensen het zouden zien of zouden merken, en dat wilde ik graag voorkomen." 

Kostte veel moeite
Waar Iris niet kon voorkomen dat het misging met zelfbeschadiging, ging ze wel op zoek naar manieren om met de drang om zichzelf te beschadigen om te gaan. "Wat vaak bijzonder wordt gevonden is dat ik er op eigen houtje uitgekomen ben. Ik heb geen gebruik gemaakt van professionele hulp, huisarts, jeugdhulp of de GGZ.

"Het heeft mij heel veel moeite gekost om te komen waar ik nu sta. Ik heb vaak in mijn uppie keuzes gemaakt die mij hielpen bij de verwerking, om de pesterijen van vroeger en alles wat daarbij kwam kijken een plekje te geven.

"De steun van mijn vrienden en lotgenoten op het forum van de LSZ, maar ook de fijne thuisbasis en het plezier aan de dingen die belangrijk voor mij zijn hebben eraan bijgedragen dat ik overeind bleef staan. Weliswaar ‘wankel’ zoals ik vaak zelf zeg, maar ik ben niet omgevallen."

(In 'Goede Tijden Slechte Tijden' brandde Rover Dekker zichzelf aan een kaars, om zo het thema zelfbeschadiging onder de aandacht te brengen, lees hier meer) 

Nog steeds een waas
Ruim twee jaar geleden was de laatste keer dat Iris zichzelf kraste. Ze deed zich nog wel pijn, bijvoorbeeld door zichzelf te slaan, maar het had geen blijvende schade.  “Ik denk dat het altijd het eerste is waar ik naar teruggrijp als ik echt niet meer weet wat ik moet doen.”

Wel heeft ze andere manieren gevonden om te ontladen: muziek luisteren, zelf muziek maken of schrijven. “En ik zit nog steeds op het forum, waar ik in mijn dagboek schrijf. Ik krijg nog steeds soms zo’n waas voor ogen, alleen doe ik nu andere dingen.”

>> Lees Iris' gedicht 'Storm In Mij'

Luisterend oor
Daarom wil ze haar verhaal te delen. "Het is belangrijk dat jongeren ervaren dat 'jezelf pijn doen' bespreekbaar is en dat zij daar niet om worden veroordeeld. Het stigma is: je bent niet goed wijs, je bent ziek. Zeker op de middelbare school ben je heel vatbaar voor wat anderen van je denken. Daarom wil ik het bespreekbaar maken."

Op die manier wordt de kans groter dat ze de juiste hulp krijgen, omdat het eenvoudiger wordt om ruimte te vinden over dit thema in gesprek te gaan met iemand uit hun omgeving, of dat nu een vriendin, de huisarts, ouders, leerkracht of een buurvrouw is. 

“Het begint vaak met een luisterend oor. Dus praat met iemand bij wie je je fijn voelt. Je kunt ook terecht bij de Landelijke Stichting Zelfbeschadiging, voor informatie en om je verhaal kwijt te kunnen. Misschien meld je je dan ook aan op lotgenotenforum.”

Mocht je je herkennen in het verhaal van Iris en en kom je er zelf niet uit? Neem dan contact op met MINDyoung.

Net zo belangrijk om te lezen:
>> Eva (22) zat een jaar in een psychiatrisch ziekenhuis
>> De vele vicieuze cirkels van pesten
>> Svenja (16) ziet haar ouders alleen in het weekend