In Humans nieuwe film 'Holwerd Aan Zee' tonen vier betrokken dorpsbewoners dat een zogenaamd krimpdorp door groot te denken en samenwerking te zoeken met overheden en bedrijfsleven een nieuwe economische impuls kan krijgen.

In de documentaire Holwerd Aan Zee (15 april om 20:55 op NPO 2) volgen we een supermarkteigenaar, een aardappelboer, een ambtenaar en een inspecteur bij de NVWA in hun zoektocht naar geld voor hun ambitieuze plan om de dijk door te breken zodat het Friese terpdorp (weer) aan de Waddenzee komt te liggen. 

Zodoende denken de vier mannen in hun dorp, dat volgens de officiële lezing een krimpdorp heet, een nieuwe lokale en regionale economie te creëren. In de film, gemaakt door Kees Vlaanderen en Moondocs, zien we de mannen zelfs tot in Brussel leuren met hun plan, voor een eventuele Europese subsidie. Kosten? 65 miljoen.

Door het midden

‘Geweldig toch? Als je zo groot denkt, kun je juist partijen verbinden,’ zegt Sjors de Vries, directeur van RUIMTEVOLK, een bureau dat steden en dorpen helpt ‘om slimmer te worden’. RUIMTEVOLK ontwikkelt visies en strategieën in plattelands- en buitengebieden samen met lokale overheden en burgerinitiatieven.

Ook maken ze analyses en toekomstverkenningen voor dorpen en gebieden. In zijn gesprekken met lokale overheden, gebruikt De Vries het project Holwerd aan Zee  regelmatig als voorbeeld. 

‘Zij hebben een groot verhaal, een plan, een droom. En dat zie je niet vaak in die regio’s, waar veel nuchterheid heerst, en toch ook cynisme. Zo van: “Ach, dat lukt toch niet, laten we het klein houden.” Wat ik mooi vind van Holwerd is dat vanaf het allereerste begin het niet een plan van de bewoners is gebleven, maar dat ze heel bewust de samenwerking hebben gezocht met overheid en andere partijen. Dat noemen wij samenwerken door het midden.’

Tekst gaat verder onder de afbeelding

De initiatiefnemers van 'Holwerd Aan Zee'

1-0 achter

Buiten de Randstad heeft elke provincie te maken met zogeheten krimp. Hoewel de betrokkenen zelf vaak gruwelen bij de ambtelijke term die in Den Haag is bedacht voor het fenomeen dat dorpen in buitengebieden te maken hebben met leegloop en voorzieningen als openbaar vervoer, scholing, zorg en detailhandel verdwijnen. 

‘Ik vind dat een dorp met zo’n negatieve framing als krimp meteen al met 1-0 achterstaat,’ zegt Hilda Hoekstra, coördinator bij Groninger Dorpen, een organisatie die zich sterk maakt voor - je raadt het al - dorpen in Groningen.

‘In het ene dorp gebeurt van alles en is er volop groei, in het andere dorp nemen voorzieningen weliswaar af, maar bekommeren mensen zich om hun buren en ontplooien initiatieven. Dat soort creativiteit moet je niet wegzetten als krimp, dat is een hele rare framing. Het roept een soort slachtoffergedachte op, waar de bewoners ook helemaal niet op zitten te wachten.’ 

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Scholen hebben soms last van krimp

Netflixen in de auto

Krimp is een framing, vindt ook Sjors de Vries. ‘Het is een taboe in de regio’s zelf om het zo te noemen. In regio’s als Zeeland en Twente spreken ze liever niet van krimp, terwijl ze dat wel gewoon doen. Ik ben het er ook niet helemaal mee oneens. Eigenlijk moet je het gewoon hebben over de toekomst van dorpen. Er zijn wel degelijk kansen. Er zijn veel ontwikkelingen die dorpen in de kaart spelen.

Mensen in het algemeen willen steeds minder drukte, steeds minder hectiek en meer ruimte om wat dan ook te doen en hebben ook steeds minder zin om vele tonnen te betalen voor een paar vierkante meter. Regio’s aan de randen van Nederland bieden wel die ruimte om te leven. Ik geloof in dat perspectief en denk dat de zogenaamde krimpregio’s wel weer de wind in de rug krijgen.’ 

De Vries is positief gestemd, kortom. ‘Kijk alleen maar naar zoiets als mobiliteit. Stel je voor dat auto’s straks inderdaard duurzaam en zelfrijdend zijn. Dat je bij wijze van spreken om 6:00 in de auto instapt in Winterswijk, nog even kunt door slapen, werk kunt doen of Netflix kunt kijken, kunt televergaderen en dat de auto ervoor zorgt dat je netjes om 8:30 in Utrecht bent. Dat zijn ontwikkelingen die de stad in de kaart spelen, maar net zo goed de plattelandsgebieden.’

Tekst gaat verder onder de banner

Geen krimp- maar krachtgebied

Vraag je het aan Hoekstra, dan ligt één van de belangrijkste mogelijkheden voor dorpen in verbinding. Niet alleen verbinding tussen overheden, burgers en initiatieven, maar ook gewoon heel goed en snel internet, wat vaak geen sinecure is in de buitengebieden.

'Het is heel anders dan vroeger,’ zegt Hoekstra. ‘Dat zien we aan de jeugd als we met hen praten. Die denken op een heel andere manier na over hoe je met elkaar in verbinding staat. Voor een plattelandsgebied, en met name voor boeren, jongeren en potentiële ondernemers, is een goede internetverbinding belangrijker geworden dan we ooit hebben voorzien.’ 

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Goed voorbeeld is volgens Hoekstra het Groningse dorp Steendam, waar burgers buiten alle overheden om zelf goede en snelle internetvoorzieningen hebben aangelegd. Toch weet Hoekstra ook dat de steun van overheden nagenoeg onontbeerlijk zijn om de krimp tegen te gaan.

Soms heb je dan wel nodig dat soepel wordt omgegaan met regels. Stel, je woont in een dorp waar geen enkele horecavoorziening is. Je kunt dan het dorpshuis verenigen met horeca, maar dan is er kans dat je subsidie verliest voor de functie als ontmoetingsplek. Het is nodig om die regelruimte in dorpen wat te vergroten.

‘Ik noem een krimpgebied liever een krachtgebied. Er wonen net zulke krachtige mensen als in de Randstad of elders. Alleen werken ze binnen andere kaders. Ze hebben hebben meer ruimte nodig om hun plannen te ontwikkelen. En ze moeten meer steun uit de omgeving krijgen. Niet in de zin dat ze gestut moeten worden, maar meer in de zin dat het best wel veel creativiteit kost om in het ‘overgeregelde’ Nederland iets voor elkaar te krijgen.’ 

Zaaltje voor biljartvereniging

Ondanks zijn optimistische toekomstbeeld, ziet De Vries tijdens zijn rondreis door Nederland dat vaak dezelfde denkfouten worden gemaakt. ‘De participatiesamenleving wordt van twee kanten niet helemaal goed begrepen. Overheden denken: Burgers moeten het zelf doen. Bewoners denken vaak dat ze het alleen wel kunnen. Daardoor ontstaan geen duurzame oplossingen.

‘Het gaat juist om de nieuwe samenwerkingen tussen bewoners, ondernemers, overheden en maatschappelijke organisaties zoals zorg- en welzijnsorganisaties en woningcorporaties.’ 

Om die mogelijkheden te benutten, hebben burgers een helpende hand nodig. RUIMTEVOLK biedt lokale en overheden en burgers die hand. ‘Wij proberen bepaalde projecten in een paar sessies heel concreet verder te brengen. Dat het dorp een prachtig pand heeft, maar de exploitatie niet rond krijgt.’ 

Tekst gaat verder onder de afbeelding

Buurtcentrum in Tilburg

‘Vaak hebben ze niet eens door hoeveel waarde een pand heeft en denken ze niet verder dan een zaaltje verhuren aan de biljartvereniging of de prijs van koffie met een kwartje verhogen. Terwijl je het ook kunt verhuren aan start-ups of dat je er zzp-plekken van maakt en je kunt er zorg aanbieden. Wij helpen dorpen met het verkennen van dit soort businessmodellen.’ 

Volgens De Vries is een belangrijke reden voor het succes van Holwerd Aan Zee, dat een aantal bevlogen dorpsbewoners bereid is om een paar jaar lang tien tot zestien uur per week in zo’n project te steken.

‘Daarnaast is het zo succesvol omdat de gemeente vanaf het begin heeft begrepen dat ze de bewoners niet alleen kunnen laten. Een ambtenaar van de gemeente heeft vanaf het begin een dag in de week gekregen om aan dat project te werken. Dat is cruciaal. Je moet het samen doen.’