De waarheid is een slagveld

, Jaron Harambam, socioloog

'Wetenschappelijke feiten zijn niet zozeer een spiegel van de natuur, maar worden actief geconstrueerd door wetenschappers. Dit maakt de feiten natuurlijk niet minder waar, maar wel mensenwerk'

De Waarheid is de afgelopen tijd volop onderwerp van discussie en strijd. Zo maken veel moeders zich zorgen over de veiligheid en doeltreffendheid van vaccinaties, terwijl anderen blijven hameren op het overweldigende wetenschappelijke bewijs dat er niets aan de hand is. Zo wordt er ook heftig getwijfeld over wie of wat de World Trade Center torens naar beneden heeft gehaald, terwijl anderen het weer onvoorstelbaar vinden dat het gangbare verhaal over de aanslagen van 9/11 zo betwist kan worden. En wat te zeggen over de opwarming van ons klimaat, die voor allen een grote zorg lijkt, maar voor sommigen toch echt niet door ons veroorzaakt wordt.

Met de komst van Donald Trump als president van de Verenigde Staten is de discussie over de Waarheid alleen nog maar prominenter geworden. Want waar gaat het allemaal heen als de machtigste persoon van de wereld te pas en te onpas allerlei kritische geluiden en zelfs hele instituten zoals de gerespecteerde media als nep bestempelt? Van verschillende kanten wordt geroepen dat wij nu in het post-waarheidtijdperk zijn beland, een wereld waarin objectieve feiten een steeds kleinere rol zouden spelen en emotionele of persoonlijke overtuigingen in toenemende mate als feitelijke waarheden gepresenteerd worden.

Nu zijn deze discussies over de waarheid voor mij weinig nieuws. Ik kan mij nog goed herinneren hoe mijn ouders vroeger ruzie maakten, en mijn moeder altijd verbolgen reageerde wanneer mijn vader weer eens zei dat dit toch 'echt gewoon de waarheid is'. 'Ja, jouw waarheid zul je bedoelen', was haar antwoord steevast. De kiem was toen gelegd van mijn fascinatie voor de waarheid. Want wat is dat eigenlijk? Is er zoiets als een absolute, universele waarheid en wat heeft die te maken met een externe realiteit, de wereld die wij om ons heen zien? Of is de waarheid vooral een subjectieve afspraak tussen mensen? En wie bepaalt eigenlijk wat dat is?

In mijn studietijd ben ik gefascineerd geraakt door allerlei postmoderne filosofen, die benadrukten hoe er niet zoiets kan bestaan als een universele waarheid, maar dat deze altijd afhankelijk is van plaats en tijd, en vooral ook van macht, van wie in staat is om een bepaald idee als waarheid geaccepteerd te krijgen. Wetenschappelijke kennis, die wij als waarheid zijn gaan zien, is daarom ook helemaal niet zo objectief en universeel als gedacht wordt. Er bestaan volgens postmodernisten dan ook allerlei verschillende waarheden naast elkaar, die inherent niet beter of slechter zijn dan andere waarheidsclaims.

Jaron Harambam

tijdens de Brainwash Talks

Postmoderne filosofieƫn

Deze ideeën resoneerden enorm met mijn ervaringen als kind en tiener, opgroeiende tussen twee culturen, tussen twee werelden, want welk wereldbeeld is nu echt waar? Maar ook als jongvolwassene die zijn ogen uitkeek in de wetenschappelijke wereld waren deze ideeën belangrijk. Want wat doen wij hier eigenlijk, vroeg ik mij af? Waarom is deze vorm van kennis beter dan andere?

Het postmoderne gedachtegoed begon zich goed te nestelen bij mij, en dit leidde tot heftige discussies in het café waar mijn vrienden en ik uitgebreid discussieerden over dit soort kwesties. Mijn postmoderne uitspraken over de waarheid als niets anders dan een afspraak tussen mensen over hoe de werkelijkheid eruit ziet, irriteerde sommige van mijn vrienden mateloos. Want als de zwaartekracht een illusie is, waarom val je dan toch echt dood te pletter als je uit een raam springt op tien hoog? En als alle waarheden even waar zouden zijn, hoe voorkom je dan dat de meest gruwelijke en perverse ideeën als waarheid gezien zullen worden? Als de waarheid niet bestaat, zo zeiden sommigen van mijn vrienden dan, wat blijft er dan over van onze beschaving? Zeker jij als bruine, half-joodse, gehandicapte homo zou toch beter moeten weten!

Hoewel de postmoderne filosofieën mij goed hielpen bij het in perspectief kunnen plaatsen van de waarheid, bleef ik zelf ook met onopgeloste kwesties zitten bij het postmoderne gedachtegoed. Want het idee dat alles maar relatief is en fundamenteel aan elkaar gelijk zou zijn vond ik zowel moreel als inhoudelijk niet plausibel, noch aantrekkelijk. Ook kon de postmoderne filosofie mij niet uitleggen waarom sommige waarheden toch zo goed blijven hangen, en anderen het snel afleggen. Zoals vaker vond ik de filosofie niet toereikend om op dit soort kwesties licht te werpen, en bracht de antropologie/sociologie mij verder.

Wetenschappers bestuderen

In dit geval, de wetenschapssociologie, die vanaf de jaren zestig niet zozeer ging onderzoeken wat de waarheid, of wetenschappelijke kennis, daadwerkelijk is, maar hoe deze empirisch gemaakt wordt. Hoewel het natuurlijk altijd oneerlijk is om een hele discipline te reduceren tot één persoon, is het werk van Bruno Latour voor mij erg belangrijk gebleken. Hij heeft mijn blik op de wetenschap en haar rol in de samenleving drastisch veranderd. Oorspronkelijk opgeleid als filosoof en theoloog, ontwikkelde Latour zich tijdens zijn militaire dienst in Ivoorkust als antropoloog. Enkele jaren later kreeg hij de mogelijkheid om twee jaar lang antropologisch onderzoek te doen bij topwetenschappers in San Diego. Hij benaderde deze wetenschappers echt als antropoloog, heel naïef, alsof hij op bezoek was bij een exotische stam, en ging hen volgen in de laboratoria: wat doen ze daar eigenlijk?

Op basis van dat onderzoek schreef hij in 1979 hij het baanbrekende Laboratory Life, wat liet zien hoe wetenschappelijke feiten onder heel specifieke omstandigheden en met heel specifieke methoden door wetenschappers geconstrueerd worden. Het zijn volgens hem dus die bepaalde methoden en omstandigheden die de werkelijkheid, die de waarheid, maken. Dit ging lijnrecht in tegen het gangbare idee dat wetenschappers met hun methodes een zo goed mogelijke representatie van de werkelijkheid proberen te maken. Wetenschappelijke feiten zijn dus niet zozeer een spiegel van de natuur, maar worden actief geconstrueerd door wetenschappers. Dit maakt de feiten natuurlijk niet minder waar, maar laat wel zien dat de waarheid mensenwerk is.

In zijn hierop volgende werken, The Pasteurization of France en Science in Actionbouwde hij hierop voort en liet hij zien hoe het succes van wetenschappelijke feiten niet zozeer afhangt van hoe goed zij de werkelijkheid benaderen, maar dat dit veel meer af hangt van hoe goed wetenschappers in staat zijn om anderen te kunnen mobiliseren als bondgenoten om deze werkelijkheid als waarheid geaccepteerd te krijgen. Andere wetenschappers, of andere groeperingen in de samenleving, zullen namelijk proberen dit netwerk kapot te maken en zo hun eigen versie van de werkelijkheid te bevorderen. De oorspronkelijke Franse titel van The Pasteurization of France heet dan ook niet voor niets Guerre et Paix, Oorlog en Vrede. Wetenschap is oorlogsvoering. Latour liet met dit werk prachtig zien hoe wetenschappelijke ontdekkingen niet zozeer het resultaat zijn van ingenieus laboratoriumwerk, maar eerder voortkomen uit een complexe strijd tussen allerlei verschillende actoren met verschillende kenmerken, achtergronden en belangen. Wil je als wetenschapper jouw ideeën over de werkelijkheid laten slagen als feiten, dan moet je anderen kunnen meenemen die jouw project gaan steunen, je moet nieuwe allianties sluiten, tegenstanders uitschakelen, en ga zo maar door. Het succes van wetenschappelijke feiten wordt dus vooral in de wereld buiten de laboratoria bepaald, zo is Latours argument.

wetenschap als politiek

Dat was nogal een uitspraak! Latours betoog – dat wetenschappelijke feiten en de waarheid dus niet zozeer de best uitgevoerde representatie zijn van de werkelijkheid, maar vooral het product zijn van de best georganiseerde oorlogsvoering – zette de wetenschappelijke wereld op z'n kop. En eerlijk gezegd mijn wereld ook. Tot dan toe had ik ook het idee dat de kwaliteit en accuraatheid van feiten doorslaggevend zijn, maar Latour liet mij zien wat voor een grote rol macht, sluwheid en strategie hebben in wetenschappelijk succes. Ik vond dit allemaal prachtig, want zijn werk liet zo mooi en genuanceerd zien hoe complex en sociologisch kennisproductie eigenlijk is. Het is zoveel rijker en interessanter dan de gangbare ideeën dat feiten simpelweg gevonden worden door nauwkeurig werk van wetenschappers opgesloten in ivoren torens.

Latours ideeën hebben mij als dan ook enorm veel geholpen. Door zijn constructivistische blik op kennisproducties ben ik veel scherper en kritischer gaan kijken naar wat allemaal voor waar gehouden wordt. Bij elke 'waarheid' die ik nu op mijn bordje krijg, let ik niet alleen op hoe die tot stand is gekomen, maar onderzoek ik juist ook het netwerk dat deze waarheid in leven houdt. Welke wetenschappers en organisaties zitten hierachter, met welke overtuigingen en belangen opereren zij, en hoe is deze waarheidsconstructie historisch tot stand gekomen?

Maar dit inzicht geeft mij vaak ook een vreemd en ongemakkelijk gevoel, want als je krantenberichten op de wetenschapspagina's leest, discussies op het internet volgt of zelfs wetenschappers zelf aan het woord hoort, is dit gangbare idee over feiten en de waarheid springlevend. Ik zie de werkelijkheid ondertussen compleet anders dan de meeste mensen om mij heen, alsof iedereen alleen maar de jonge vrouw ziet, en ik ook de oude vrouw - om de beroemde optische illusie aan te halen. En dat roept een continue stroom aan emoties op: van irritatie over hoe in publieke discussies 'feiten' maar steeds worden aangehaald als iets objectiefs en vaststaands, tot bewondering en verzuchting over het werk dat verricht moet worden om bepaalde ideeën over de werkelijkheid breed aanvaard te krijgen. Denk bijvoorbeeld aan de menselijke opwarming van het klimaat en hoe moeilijk het lijkt om deze werkelijkheid aanvaard te krijgen.

Geen feit meer veilig?

Veel mensen vrezen dat als je een Latouriaans, oftewel een constructivistisch, perspectief op de wetenschap er op na houdt, geen feit meer veilig is, en geen waarheid meer kan bestaan. Latour zou met zijn ideeën hierdoor niet alleen de autoriteit van de wetenschap ondermijnen, maar ook onze rationele samenlevingen in gevaar brengen die nog steeds aan allerlei vormen van irrationaliteit lijden, zoals religieuze overtuigingen en complottheorieën. Latour en consorten worden vaak valselijk weggezet als postmoderne relativisten die alle vormen van kennis aan elkaar gelijk zouden zetten, maar niets is minder waar. Juist door het laten zien van hoe de waarheid geproduceerd wordt, kun je onderscheid maken en dus kwaliteit aantonen. Juist door het openen van de blackbox die feiten heet, kun je op basis van inhoudelijke, in plaats van autoriteitsargumenten aantonen waarom deze waarheid beter is dan die andere. Juist door het laten zien van de praktijken en belangen die achter bepaalde kennisproducties zitten kan tegenwicht geboden worden aan manipulaties en machtsmisbruik.

Het belang van Latour is voor mij dus niet alleen wetenschappelijk, maar juist ook politiek. Als je de waarheid kan openbreken en onderzoeken is er meer ruimte voor discussie. We kunnen dan zien dat sommige kennisproducties gewoon beter in elkaar steken dan andere, en hiermee onderscheid maken tussen verschillende vormen van kennis op basis van hun inhoud, robuustheid en achtergrond, in plaats van ons te moeten beroepen op die ouderwetse autoriteitsargumenten als 'de wetenschap is waarheid', of 'experts weten het beste wat te doen'. De enorme waarde van Latour zit hem voor mij dus niet alleen in het beter kunnen begrijpen van hoe wetenschappelijke kennis tot stand komt, maar vooral ook in de politieke handvatten die hij in zijn latere werk biedt om op meer democratische manieren met wetenschappelijke kennis in onze maatschappijen om te gaan.

Als ik dan even weer het voorbeeld neem van de vaccinatieproblematiek, dan kunnen we met Latour de zorgen van deze mensen serieus nemen, hun ideeën en gevoelens onderzoeken, hun feiten blootleggen en meenemen in de discussie, en deze dan naast de wetenschappelijke consensus leggen. Hoe ziet die eruit? Welke belangen, gevoelens en feiten bepalen daar de positie dat vaccinaties veilig en goed zijn? Met Latours perspectief op kennisproductie kunnen we betere publieke discussies voeren over welke feiten wij ons door willen laten leiden, en dus ook over welke politieke richting wij collectief op willen gaan. En dat is een enorme verdienste en een noodzakelijke vooruitgang in dit post-waarheidtijdperk.

brainwash