Dirk De Wachter: om te leven hebben we betekenis nodig

, Dirk De Wachter, psychiater

Bezielende verbanden, structuren die zin en betekenis geven aan het leven. In zijn werk legt psychiater Dirk De Wachter bloot hoe na de ontkerkelijking een vacuüm ontstond, dat we tevergeefs proberen te vullen met verdoving, met consumentisme. Een gesprek over geloof en zingeving.

U bent geboren in 1960, speelde het geloof een grote rol in uw jeugd?

'Een grote meerderheid van de Vlaamse bevolking was nog kerkelijk, toen. In veel families kwam wel een oom voor die pater was, of een tante die zuster was. Mijn moeder had twee broers die allebei priester waren. De een was een priesterleraar in een college, de ander missionaris in Congo. Ik ben opgegroeid in die sferen. Ik heb daar ook nooit zo bij stilgestaan, dat was hoe mijn wereld was, toen. Wij woonden in het ouderlijk huis van mijn moeder, haar ouders stierven nog voor ik geboren werd. Die twee ooms kwamen daar nog altijd thuis. De een wekelijks, op de zondag, om te eten, en dan deed mijn moeder zijn was. De ander kwam zo eens in de vijf jaar terug uit Congo, om geld in te zamelen voor scholen. Ik zie hem nog voor me: lang wit gewaad, zwarte baard.'

'In tegenstelling tot sommige van mijn generatiegenoten heb ik me daar nooit heel sterk tegen afgezet. Ik heb mijn ooms altijd beleefd als heel wijze, verstandige, geëngageerde mensen. Ik heb nooit de behoefte gehad om me tegen hen te keren, ook niet om me tegen het kerkelijke te keren. Dat zou misschien ook raar geweest zijn, want dan zou ik me tegen mijn oorsprong keren, en ik kom uit een zeer liefdevol gezin. Mijn broer en ik waren ook graag gezien door al die mensen. Tegelijk, langs mijn vaders kant, is het een ander verhaal. Mijn vader komt uit een liberaal gezin, waar ze niet naar de kerk gingen, hoewel ze ook niet fanatiek anti-klerikaal waren. De zus van mijn vader was dat wel. Die was zeer geëngageerd socialistisch en niet-kerkelijk, met veel sympathie voor het communisme. Zij en haar man maakten reizen naar Cuba, Rusland, naar het Oostblok. Dus die familie hing zo wat bij elkaar. Ik ben opgegroeid in een merkwaardige spreidstand van gedachtegoed.'

Ging u zelf naar de kerk?

'Ik ging wekelijks naar de kerk, dat deed ik zonder daarbij na te denken. Ik was het oudste kleinkind en een goede student op school. Een broer van mijn grootvader was deken en een soort pater familias. Hij is er altijd vanuit gegaan dat ik priester zou worden, dat ik de familietraditie zou voortzetten. Toen mijn huidige vrouw aan de familie werd voorgesteld, tijdens een familiefeest, toen zei hij, duidelijk ontgoocheld: 'Wat zijn moet, moet zijn.' Het is mijn moeder geweest die ervoor heeft gezorgd dat het priesterschap geen optie was voor mij. Zij sprak regelmatig over haar broers, mijn ooms dus − over haar briljante, intellectuele broers − en hoe zonde het was dat die geen eigen gezin hadden gesticht. Ze vond het zonde dat dat priesterschap een gemiste kans was voor het echte leven. Zo noemde ze dat: het echte leven dat was voor mijn moeder een gezin met kinderen. Dat werd niet uitgesproken naar haar broers − we zijn geen Nederlanders, wij spreken niet − maar zo heb ik dat wel altijd beleefd. Ik heb het priesterschap nooit geambieerd, maar misschien ligt de psychiatrie wel in het verlengde daarvan.'

Is dat zo?

'Ja, hoewel dat een dubbel gevoel is. Ergens hoor ik dat ook niet graag. Als ik het vanuit mijn engagement spreek over de verbinding tussen mensen, of over zingeving, al die thema's die mij nauw aan het hart liggen en waar ik ook veel over schrijf, dan zet men mij soms weg als een pastoor. Dat is vaak denigrerend en beledigend bedoeld. Dat doet me pijn. Dat is een manier om te zeggen dat ik een onnozelaar ben, dat ik niet van deze tijd zou zijn. Ik ervaar dat als kwetsend, als men mij een pastoor noemt. En dat is dan eigenlijk dubbel ambetant, omdat ik uit een gezin kom waar een pastoor zinnig en betekenisvol was.'

U heeft wel eens gezegd dat u niet gelovig bent, maar spiritueel.

'Ik probeer me daar genuanceerd over uit te drukken. Zeker in Nederland, waar de gereformeerde beweging veel meer aanwezig is dan in België, lijkt heel gelovig soms heel expliciet tegenover heel ongelovig gezet te worden. In beide kampen herken ik me niet. Ik ga niet meer wekelijks naar de kerk, daar kan ik eerlijk over zijn, ik ben een geseculariseerd mens. Maar ik herken me niet in de strijd die veel atheïsten voeren tegen een traditie die ik heel rijk en betekenisvol vind. Het etiket dat ik mezelf heb aangemeten − want mensen vragen nou eenmaal graag naar etiketten − is dat ik een christelijk non-theïst ben.'

'Het non-theïstische is een begrip van de Vlaamse filosoof Leo Apostel, waar ik nog bij gestudeerd heb. Waar het atheïsme een antibeweging is, geeft het non-theïsme het goddelijke een respectvolle plaats. En als ik het dan over het goddelijke heb, dan heb ik het over het goddelijke zoals de Amsterdamse filosoof Spinoza dat voor ogen had. Het onbegrijpelijke, het grote, de kosmos, de natuur. Dat wat ons als mens nietig maakt. Dat was waar hij de goddelijkheid in definieerde. En christelijk, omdat ik me niet wil keren tegen een lange traditie van spiritualiteit, van kunst, van sociale engagementen. Een soort beworteling en traditie van tweeduizend jaar waar we niet van los zijn, en die ik niet zomaar zou willen wegzetten.'

In uw werk komt de ontheemding terug, die overbleef na het wegvallen van kerkelijke structuren.

'Dat is een van mijn hypothesen. Het belangrijkste kenmerk van deze tijd lijkt me zinloosheid, ledigheid, doelloosheid. Misschien zijn die zaken wel van alle tijden, maar onze tijd kenmerkt zich sterk door secularisering, die heel snel is gegaan. In één generatie tijd − ik ben daar zelf het product van − is een kerkelijke, verzuilde samenleving weggespoeld en zijn we naar een soort vrijheid gegaan die geen houvast kan bieden. Daar wil ik vraagtekens bij plaatsen. Ik wil absoluut niet zeggen dat we terug moeten naar vroeger. Dat kan ook helemaal niet, de tijd keert zich niet. Maar hoe kunnen we toch die betekenis terugbrengen? Hoe kunnen we zingeving en betekenis een plek geven in een geseculariseerde samenleving?'

'Velen lijken het nu te zoeken in de verdoving, in het consumeren, in het genieten. Sommige mensen zoeken het in het religieuze. In Amerika zie je hoe kerken opnieuw opleven. Anderen denken dat het vacuüm door een moslimcultuur opgevuld zal worden, naar het gedachtegoed van de Franse schrijver Michel Houellebecq. Weer anderen stellen dat de apocalyps totaal is. Dat door het wegvallen van de godsdienstigheid de wereld naar de knoppen gaat, de val van het Romeinse rijk. Ik ben het niet eens met die opvattingen. Ik denk dat een jonge generatie zal moeten zoeken naar zin en betekenis in nieuwe structuren, op nieuwe manieren.'

'Dat gaat niet in twintig jaar lukken, maar ik denk dat zin en betekenis fundamenteel zijn voor het menselijk bestaan. Kan een humanistische beweging het invullen? Moet dat een kerkelijke structuur zijn? Ik zie hoe Boeddhistische bewegingen veel succes hebben in het westen. Vaak op een wat oppervlakkige manier, vaak op een wat gesampelde manier, vaak ingebed in een leven dat toch nog heel consumentistisch is ingesteld. Maar ik zie dat de mens zoekend is, ik zie dat ook in mijn praktijk, de mens zoekt naar zin en betekenis. Hoe weet ik nog niet, maar ze moeten worden ingevuld. Om te leven hebben we betekenis nodig.'

Is het huidige Kerstfeest een product van die seculariering?

'Dat lijkt me evident. Vraag aan kinderen wat Kerst is en ze zullen het over cadeautjes hebben. Wat het kindje Jezus is, dat zal ze veel minder zeggen. Is dat erg? Ik weet het niet, maar het is een voorbeeld van secularisering, en hoe we geneigd zijn het vacuüm dat ontstaan is op te vullen met cadeaus, met puur hedonistisch genieten. Elk jaar verschijnen bij de Belgische kranten, dat zal in Nederland niet anders zijn, bijlagen met cadeautips. Dat zijn vaak onwaarschijnlijk dure zaken. Smartphones van honderden euro's, the sky is the limit. Ik wil daar niet al te veroordelend over zijn, niet naar individuele mensen. Als mensen mij vragen of ze dan geen kalkoen meer mogen eten, geen cadeautjes mogen geven, dan zeg ik: natuurlijk wel, zoek elkaar op, maak het gezellig, wees vreugdevol. Drink wijn die alleen voor deze gelegenheid uit de kelder gehaald wordt. En geniet van de mooie cadeaus, vooral van het geven.'

'Maar als metaverhaal, voor een maatschappij als geheel, zeg ik: moeten we niet een beetje minderen, kunnen we niet een deel van ons budget besteden aan medemenselijkheid? Ik zie gelukkig dat dat ook gebeurt, dat mensen vrijgevig zijn. Maar soms lijken we zo haaks te staan op het oorspronkelijke kerstverhaal. Dat gaat over een vluchtelingenfamilie, die nergens welkom is en die niets heeft. Een zwangere vrouw die dan maar moet bevallen in een stal. Veel explicieter kan het niet verteld worden. Die oude verhalen, en dat geldt ook voor de Griekse mythologie, zijn zo wezenlijk voor wie wij zijn. Ze liggen ten grondslag aan onze broze beschaving. Ze vertellen ons wie we kunnen zijn. Dat we kunnen zorgen voor mensen die niets hebben, die in de kou staan.'

VOORDAT JE VERDER LEEST

Human wil mens en wereld vooruithelpen met een gezonde dosis blikverruiming. Hersenvoer voor doendenkers, mensen die eerst vragen stellen vóór ze zich een mening vormen. En vervolgens ook echt iets doen voor de wereld.

Doe je mee? De wereld heeft mensen nodig.

Word vriend. Voor slechts 1 euro per maand krijg je meer stof tot nadenken.

Samen leven in een mooiere wereld. Dat is ons doel. Samen met jou én 149.999 anderen. Want met 150 duizend vrienden blijft Human als publieke omroep bestaan.