'De vloeibare moderniteit is een tijdperk waarin verandering nog de enige constante is en onzekerheid de enige zekerheid.'

Het wordt onvoorstelbaar koud in de winter van Novosibirsk, een stadje aan de Trans-Siberische spoorlijn. Toen ik met een paar vrienden een paar jaar geleden deze trein nam, stapten we daar uit, want dat is een bijzondere plek in Rusland. Daar is namelijk Akademgorodok. Dat is een academisch stadje, al in de tijd van de Sovjet-Unie. Wijze koppen kwamen daar bijeen om allemaal slimme dingen te bedenken, bijvoorbeeld een voorloper van het internet. Tegenwoordig is dit het Silicon Valley van Siberië, met allemaal nieuwe start-ups. Silicon Taiga wordt het genoemd.

In de winter wordt het er soms min 41 graden. Gruwelijk koud.

We zijn in een academische omgeving, in de buurt van Novosibirsk, dus laten we een experiment doen. Niks te doen, min 41, koud, dus je blijft binnen. En je hebt een pan kokend heet water opgezet en je vraagt je af: wat gebeurt er als ik met een pan kokend heet water naar buiten loop, op het balkon ga staan en ik zo de inhoud van die pan over het balkon gooi?

verschillende vormen

In Nederland stort kokend heet water naar beneden. Dus hopelijk hebben we onze buren gewaarschuwd of loopt er niemand even snel voorbij. Maar als het min 41 graden is, zoals in Novosibirsk, dan verandert die pan kokend heet water. Het blijft geen water dat naar beneden valt, nee, het verandert in een split second in rijp, in sneeuw. Dus wat gebeurt er? We gooien die pan en we zien een wolk van rijp van sneeuw, van ons af drijven.

Dat betekent dat moleculen, wij, verschillende vormen hebben. We kunnen een vaste vorm zijn. Die sneeuw, die rijp die we net over het balkon hebben gegooid. We kunnen in een vloeibare vorm zijn. Als we maar genoeg opwarmen dan wordt een ijsje, dat eerst hard was, vanzelf een keer vloeibaar. Als we het nog verder opwarmen, dan komen we in een gasstaat. En als we nog meer opwarmen - dan heb je heel veel Celsius nodig - komen we in een plasmastaat terecht.

We hebben dus verschillende vormen. En daar gaan we het over hebben.

Tekst loopt door onder afbeelding.

permanente verandering

We verschuiven namelijk van vast naar vloeibaar, volgens de Pools-Britse filosoof Zygmunt Bauman. Van heavy modernity naar liquid modernity, noemde hij deze veranderingen van vorm. Naar de vloeibare samenleving, naar de vloeibare moderniteit. Zijn boek is schandalig genoeg nooit naar het Nederlands vertaald, maar dat boek omschrijft heel precies de verandering van omstandigheden waar we nu middenin zitten.

Wat we nu zien, is dat we door technologie als het ware langzaam aan het opwarmen zijn. Daarmee smelten al die vaste vormen die we nu kennen in de politiek en economie. Hoe we zelf georganiseerd zijn, hoe onze organisaties georganiseerd zijn, dit alles smelt. Ze worden allemaal vloeibaar. Volgens Bauman is de vloeibare moderniteit een tijdperk waarin verandering nog de enige constante is en onzekerheid de enige zekerheid. Een tijdperk van permanente verandering en van permanente onzekerheid. Zo omschrijft hij het huidige tijdsgewricht, of het tijdsgewricht waar we langzaam naartoe aan het smelten zijn.

de samenleving gedraagt zich vloeibaar

Bauman was niet zo optimistisch over zijn eigen analyse. Hij dacht niet: wat fijn, die vloeibare moderniteit. Want ga er maar aan staan, wij als mensen, dat wij om moeten leren gaan met permanente verandering en permanente onzekerheid.

Toch is die analyse van hem haarscherp. We zien op allerlei manieren dat de samenleving zich inderdaad steeds meer vloeibaar gedraagt. Denk maar aan hoe geld zich over deze planeet verspreidt. Dat is een nogal vloeibare, snelle manier van kapitaal dat van A naar B en weer terug verplaatst. Het is bijna niet meer grijpbaar, en het heeft ongelooflijke consequenties. Denk aan de arbeidsmarkt. Daar wordt ongelooflijk veel flexibiliteit van ons gevraagd. We moeten ons steeds flexibeler opstellen, want het ene moment heb je bij het ene bedrijf een contract, en dan weer op een andere plek. Er wordt steeds meer van ons gevraagd, met steeds meer verschillende rollen.

ontleren

De vloeibare moderniteit heeft heel veel impact op wie we zijn, wat we zijn en hoe we ons organiseren. Bauman wilde weten: hoe gaan we daarmee om? Hoe moeten we dit een plek gaan geven? Want de gevolgen zijn enorm. Als we stilstaan bij het feit dat we ons steeds vaker vanuit netwerken moeten organiseren.

Dat is ook vloeibaar. Niet meer werken in een vaste organisatie, maar ons organiseren via netwerken. Hoe doen we dat? Als we nadenken over wat netwerken zijn, hoe we ons tot dat netwerk kunnen relateren, dan moeten we om kunnen gaan met diversiteit, met pluriformiteit, zoals Bauman dat omschreef. Dat je om kan gaan met verschillende mensen in verschillende situaties in verschillende soorten tijden. Dat wordt er van ons gevraagd in die vloeibare samenleving. En dat is niet zo makkelijk.

Je moet ook andere dingen leren. Bauman dacht dat we daarom het beste op een andere manier met leren om konden gaan. Zijn stelling was dat als we flexibel en vloeibaar willen zijn, we in feite veel moeten ontleren. Niet leren, want dat geeft alleen maar ballast mee die we niet kunnen gebruiken als we snel wendbaar willen zijn. Veel bagage helpt niet om snel te kunnen veranderen.

Een prikkelende stelling.

Tekst loopt door onder afbeelding.

weten wie je bent

Veel van wat we nu leren in het onderwijs en wat we elkaar leren, is alleen onhandig, beperkt ons alleen maar in de snelheid van handelen en van veranderen. Leren gaat te vaak over de geschiedenis, terwijl leren meer innoveren moet zijn. Je moet altijd weer bereid zijn om te kijken naar de volgende stap, naar de volgende toekomst.

Bauman dacht ook op een hoger niveau na over wat dit betekent. Macht is immers ook niet meer op één centrale plek te organiseren. Tot op heden hebben we dat wel gedaan met het opbouwen van de natiestaat Nederland, Frankrijk of Amerika. Maar dat moeten we veel groter ofwel internationaler organiseren met elkaar, willen we nog controle houden over al die veranderingen.

Als wij vloeibaar willen zijn, is het volgens Bauman belangrijk dat je heel goed weet wie je bent en wat je moraliteit is. Vanuit die eigen definitie van wat goed is en wat niet, wordt het gemakkelijker om je te verhouden tot de ander.

We zien dat terug bij de baas van de belastinginspectie, Jaap Uijlenbroek, die onlangs zei dat belastingadviseurs in hun werk niet kunnen volstaan met wetten en regels, maar ook vanuit hun eigen normbesef zullen moeten bepalen wat zij adviseren. Het gaat dus ook over de normen die we met elkaar hanteren.

tijd van versnelling

In onze eigen professie zien we ook dat we steeds vaker zelf moeten bedenken wat van waarde is en waar we voor willen gaan staan, omdat dat precies de manier kan zijn om met elkaar verbonden te raken.

Misschien is dat wel wat we met elkaar moeten gaan organiseren. Mijn stelling daarbovenop is dat als we vloeibaar willen zijn, als wij die flexibiliteit willen creëren met elkaar, we ook dondersgoed moeten weten wie we zelf zijn, en wat onze eigen talenten en passies zijn. Als we die hebben ontdekt, is het gemakkelijker om een relatie met een ander aan te gaan, of zelf te kunnen bedenken wat je toevoegt op die arbeidsmarkt of in die bestaande samenleving.

Dat moeten we wel ontdekken, uit onszelf halen, in relatie tot de ander. Dat we met elkaar uitvinden wat we goed kunnen, en hoe we dat productief kunnen maken of ten dienste van de samenleving kunnen stellen.

Een belangrijk begrip in het werk van Bauman is tijd. Want iets wat vast is, is vandaag vast, maar ook morgen vast, dus tijd heeft daar weinig invloed op. Maar in een tijd van versnelling heeft een vloeibare vorm op het ene moment deze vorm, en een paar seconden later een andere vorm. Tijd is dus van zeer groot belang in een vloeibaar tijdperk. En die tijd gaat ook nog heel snel. In een tijd van versnelling zien we alles weer om ons heen schieten. Dus in zo'n tijd van versnelling zouden we precies het tegenovergestelde met elkaar moeten doen. Het is juist essentieel om te kijken of we ook kunnen vertragen.

midden in het omsmeltproces

Stollen gaat niet lukken. Dat vloeibare tijdperk zal wel door blijven denderen. Maar kunnen we binnen dat vloeibare tijdperk momenten vinden, tijd vinden, vertraging creëren, waardoor we begrijpen wat er aan de hand is? Dat we begrijpen hoe we met deze vloeibare omgeving om moeten gaan?

We zitten we midden in het omsmeltproces. We gaan langzaam naar het vloeibare tijdperk. Misschien is nu wel het moment om een stap terug te zetten en ons af te vragen wat we moeten kunnen, wat we moeten willen, en waar we nog een bestaanszekerheid kunnen organiseren met elkaar.

Dat moeten we dan wel met elkaar gaan doen, dat vertragen. En tijd aan elkaar gaan gunnen. Om een gesprek met elkaar te voeren: wat moeten we eigenlijk kunnen in die vloeibare samenleving? Welke nieuwe houdingen horen daarbij? Wat moeten we leren en wat ontleren?

Makkelijk gezegd, maar wel lastig om juist in een tijd van versnelling bijna het tegenovergestelde te gaan doen. Maar dat is volgens mij, en volgens Bauman van essentieel belang. Het is een feit dat we naar de vloeibare samenleving gaan. En dan is de enige vraag: gaan we met elkaar een zwemdiploma halen om overeind te blijven, niet kopje onder te gaan in dat vloeibare tijdperk?

Daar moeten we ons op gaan voorbereiden, en dat doen we vandaag. Dat blijven we hopelijk doen. Uiteindelijk nemen we een keer die sprong in het diepe. En als we goed dat diploma hebben gehaald, komen we kopje boven en dan komt die vloeibare samenleving hopelijk ook nog goed terecht.

brainwash