Het begon denk ik in de zomer van 2017, tijdens de Nacht van Kunst & Kennis in Leiden, waar we bij toeval terechtkwamen in een lezing over slakken. De bioloog van dienst liet een foto van een slak zien. "Wat is er met deze slak aan de hand?" vroeg hij. Ik glunderde, en elleboogde m'n vriend in zijn zij. "Het huisje draait de verkeerde kant op!" fluisterde ik enthousiast.

Na afloop van de lezing liep ik naar voren om de slakken die de bioloog had meegenomen van dichtbij te bekijken. Eentje zat op een slablaadje, te eten. De ander gleed weliswaar traag, maar met een grote vastberadenheid, naar de rand van de tafel. Haar spoor stond in een bijna rechte lijn op het plastic tafelkleed.

Ineens kwam alles weer terug; de informatieboeken die ik bij de bibliotheek haalde, hoe ik alle plaatjes van de slakken bekeek, gefascineerd door die doodnormale, maar in mijn ogen onvoorstelbaar schattige dieren. De liefde groeide alleen maar toen me duidelijk werd dat mijn ouders ze de oorlog hadden verklaard. Ik dook tussen de struiken en plukte wijngaard- en tuinslakken tussen de welvende bladeren van de hosta vandaan, net op tijd, voor ze van de felgekleurde gifkorrels aten.

De slakken die ik voor een gewisse dood wist te behoeden, stopte ik in glazen potten, gevuld met aarde, blaadjes en grassprieten. Ik bestudeerde de voet van de slak tegen het glas, hoe de spieren bolden en zich strekten, de mond die zich opende alsof hij proefde, en de voelsprieten, die los van elkaar konden bewegen.

Schattige aliens waren het, en de leukste dieren om urenlang naar te kijken op een saaie zaterdagmiddag. Maar omdat mijn slakken in gevangenschap weigerden te eten, liet ik ze na een dag weer los (ergens ver, ver weg van onze gevaarlijke tuin). Uiteindelijk gaf ik het op: een slak is geen huisdier, besloot ik, maar een tuindier.

Ik had het mis. De huisjesslak heeft zich in de afgelopen jaren tot een populair huisdier ontwikkeld. Op TikTok en Instagram maken mensen goede sier met hun slakken. De een vond er per ongeluk een in een krop sla, en besloot die in leven te houden, en te redden van het grauwe betonleven in de grote stad. De ander bestelt ze voor tien dollar online. Ze bouwen hele terraria voor hun gastropoden, voeren ze proteïnepoeder en paddenstoelen. Een hele upgrade van een glazen potje met wat tuinafval.

In mijn eigen tuin ging het de afgelopen jaren nog niet veel beter. Mijn vriend wilde de dieren niet doden, en ging met allerlei inventieve methoden als gebroken eierschalen en stinkende knoflookkorrels in de weer. Toen hij alles geprobeerd had, stapte hij over op grover geschut: verleidelijke bierbadjes waarin de slakken zouden verdrinken – luguber genoeg in de vorm van een keramieken slak.

Tot die middag waarop hij een slak tijdens de maaltijd betrapte.
"Kijk nou!" Mijn vriend rende de keuken in, het blad met de slak erop in zijn handen. "Hij neemt zulke kleine hapjes," zei hij vertederd. Een paar weken na die eerste ontmoeting lag er een nieuw boek op tafel: The Sound of a Wild Snail eating, van Elisabeth Tova Bailey.

In dit memoir/natuurboek beschrijft Tova Bailey hoe ze al maandenlang ziek in bed ligt als ze van een vriendin die op bezoek komt een slak krijgt toegeschoven. In eerste instantie begrijpt ze er niets van, maar ze is te moe om de slak weer naar buiten te brengen. De volgende ochtend wordt ze wakker, en ziet ze dat er een klein hapje uit haar envelop is genomen.

De dag daarna weer, uit een ander stukje papier. Ze begrijpt dat de slak een nachtdier is, en haar papieren opeet, en begint kaarten te sturen naar vrienden met kleine gaatjes erin. "Dit heeft mijn slak gedaan!" schrijft ze met enige trots.

'Ik kon hen horen eten'

Langzaamaan gaat Elisabeth van het dier houden, en dus ook moeite voor hen (de slak is hermafrodiet, dus vermoedelijk non-binair) doen. Ze plukt wat verlepte bloemen uit de vaas, en legt de bloemblaadjes in het schaaltje onder de pot, waar de slak in woont. De slak is wakker, en kruipt naar beneden, om het geschenk beter te bekijken. Dan begint hen te eten. Bailey schrijft:

"A petal started to disappear at a barely discernible rate. I listened carefully. I could hear it eating. The sound was of someone very small munching celery continuously. I watched, transfixed, as over the course of an hour the snail meticulously ate an entire purple petal for dinner. The tiny, intimate sound of the snail's eating gave me a distinct feeling of companionship and shared space."

Je gaat ze vanzelf bewonderen

Inmiddels hebben The Guardian en New York Magazine de slak uitgeroepen tot Pandemic Pet, om precies die reden. In een tijd waarin mensen eenzaam en afgesloten van de wereld in hun kamer zitten, blijkt de slak een ideale lockdown-kameraad. Slakken doen weinig en hebben weinig nodig. Met hun langzame bewegingen zijn ze perfect afgestemd op deze trage tijd. Het is een laagdrempelige manier om, als mens in quarantaine, toch nog contact te hebben met de natuur: door wat je normaliter buiten tegenkomt, naar binnen te halen.

Ik vermoed dat er nog meer aan de hand is. De meeste mensen zullen al lange tijd niet meer aandachtig naar een slak hebben gekeken – een dier dat nu eenmaal niet voor de hand ligt om te bestuderen. Maar wie nu met het diertje in aanraking komt, via sociale media of in de achtertuin, neemt misschien wel de tijd om wat meer over dat grappige, alien-achtige beest te weten te komen. En als je eenmaal leert hoe slakken zich voortplanten; hoe ze bewegen; hoe ze hun huisjes maken en repareren; en hoe ze minuscule hapjes van een blad nemen, dan ga je ze vanzelf bewonderen. Of zelfs van ze houden.