28 maart 2021 was de allerlaatste Zondag met Lubach. De rek was eruit, je kunt je maar over zoveel onderwerpen boos maken. Het satirisch programma is alom bewierookt, en kreeg de afgelopen jaren steeds meer macht toegeschreven. Dat laatste is zowel terecht als overdreven, schrijft mediawetenschapper Linda Duits.

Humor is een prachtig onderzoeksonderwerp, omdat mensen er – net als bij smaak – gretig over twisten. Een grapje wel of niet snappen heeft sociale gevolgen. Niet zelden is humor, of wat daarvoor door moet gaan, aanleiding tot ophef, denk aan Youp van 't Heks homofobe opmerkingen, of tot dikke crisis, zoals na de Deense Mohammed-cartoons. Humor is ''notoir cultuurspecifiek'', stelt socioloog Giselinde Kuipers. Zij heeft er uitgebreid onderzoek naar gedaan.

Het verschilt per land en context wat mensen grappig vinden en wat ze te ver vinden gaan. Met humor kan je laten zien waar je staat en bij wie je hoort – humor gaat dus over klasse. Humor kan verbinden, maar juist ook uitsluiten. Het is daarom extra knap dat Zondag met Lubach zo'n kijkcijferkanon is geworden: naar het laatste seizoen keken wekelijks anderhalf miljoen mensen.

Zondag met Lubach was satire, een specifieke vorm van humor die in Europa een lange traditie kent. Literatuurwetenschappers Marijke Meijer Drees en Ivo Nieuwenhuis deden onderzoek naar toverlantaarns en rarekieks (kijkdozen) uit de achttiende eeuw.

Een vertoner reisde langs kermissen en jaarmarkten en voorzag deze beelden van schertsend commentaar: ''De koeterwaals sprekende vertoner kondigt zichzelf en zijn lantaarn aan, om vervolgens een reeks (fictieve) beelden van politieke tegenstanders te presenteren en te beschrijven. Zijn toon is daarbij sterk beledigend en zijn beschrijvingen zitten vol laster en insinuaties'' (p. 203).

Deze vertoners streden om de gunst van het publiek, met beschimpingen, een ratjetoe van talen en stijlen, en rollenspel – net als Lubach. Er is nog een opvallende overeenkomst: de vertoner zelf was een ''satirische persona''. De werkelijke schrijvers bleven anoniem. Bij Zondag met Lubach stonden hun namen wel in de aftiteling, maar die ging razendsnel voorbij. Pas in de allerlaatste aflevering werden zij in beeld gebracht.

De satire uit de achttiende eeuw bevatte beledigingen die ''het centrale gezag ondermijnden, maar toch ook vooral bedoeld waren om te amuseren'' (p. 207). Over de gevolgen ervan op de publieke opinie kunnen Meijer Drees en Nieuwenhuis weinig zeggen. Bij Zondag met Lubach zijn die effecten wel onderzocht.

Communicatiewetenschapper Mark Boukes laat bijvoorbeeld in een studie zien dat items over het handelsverdag TTIP ''agendasettend'' hebben gewerkt, dat wil zeggen: dankzij de aandacht voor TTIP kwam dit onderwerp niet alleen op de publieke agenda te staan, maar ook op de politieke. Het programma had zelfs invloed op kiesgedrag: in een andere studie vond Boukes dat Zondag met Lubach populisme tegengaat. De intentie om PVV te stemmen werd namelijk kleiner na het kijken van een item waarin Wilders' retoriek werd ontleed.

Dat is nogal wat. ''With great power comes great responsibility,'' leert Spider-Man ons. De makers van Lubach hebben er altijd zorg voor gedragen dat het schrijversteam niet onder één politieke noemer te vangen was. Daarmee konden ze ontsnappen aan het verwijt dat veel Nederlandse cabaretiers voor de voeten krijgen, namelijk dat maatschappijkritische humor links is. Dat verwijt is overigens onterecht.

Cultuurwetenschapper Dick Zijp wijst erop dat veel cabaret juist conservatief is, in de zin dat het de ideeën en veronderstellingen van het publiek bevestigt in plaats van bevraagt. Zo doet Youp van 't Hek net alsof hij kritisch en rebels is door de middenklasse te bespotten, maar heeft zijn humor conservatieve implicaties. Denk aan zijn beroemde Buckler-grappen. Wat Van 't Hek daar volgens Zijp doet is een stereotiep, dominant beeld van mannelijkheid bekrachten (''echte mannen drinken bier om dronken te worden''), een norm die hij zelf belichaamt.

Het is natuurlijk lastig te beoordelen wanneer humor daadwerkelijk subversief is, wanneer de gevestigde orde daadwerkelijk ondermijnd wordt. Op basis van mijn eigen niet-systematische – en daarmee nadrukkelijk niet-wetenschappelijke – observaties van Zondag met Lubach zou ik zeggen dat het programma absoluut kritisch is op het niveau van onderwerpen, maar niet als het gaat om fundamentele systeemkritiek. 

Dat had het programma ook niet gepast, en het had een breuk betekend met satirische praktijken in Nederland. In een analyse van spotprenten stelt de eerder genoemde Nieuwenhuis dat we een lange culturele traditie hebben van het doorkruisen van sociale en culturele lijnen.

Maar: ''Hoe verleidelijk het ook is om humoristen, zowel in het heden als het verleden, te zien als dappere soldaten in de strijd voor politieke verandering, is het misschien realistischer om ze in de eerste plaats te beschouwen als de brengers van vermaak, die vooral grenzen overschrijden en politieke leiders aanvallen omdat dit gekende manieren zijn om het publiek aan het lachen te maken'' (p. 274). Dat geldt ook voor Zondag met Lubach, met de aantekening dat die wellicht kleine effecten op de publieke opinie gelukkige bijvangst zijn.