Op de eettafel kwamen twintig kaartjes te liggen met cryptische afbeeldingen erop. Ik zag een koptelefoon met citroenen als oorschelp, een draak in een wigwam en een tank met een bloem in de kanonsloop.

Vrienden hadden een gezelschapsspel meegenomen, Codenames, en deden een poging de regels uit te leggen. We zouden ons verdelen over twee teams, ieder team moest een chef van de geheime dienst aanwijzen en die moest de anderen aanwijzingen geven…

Ik begreep er steeds niks van. Hoe ze ook hun best deden.

"Laten we maar gewoon gaan spelen," zei een van de vrienden.

En inderdaad. Wat vooraf eruit had gezien als een hermetisch raster met betekenisloze kartonnen kaartjes werd tijdens het spelen plots een wereld op zichzelf. Ik bedacht raadsels waarmee mijn vrienden 'in het veld' in contact konden komen met 'spionnen', en dan zo dat ze de 'huurmoordenaar' niet zouden te treffen. Alles wees zichzelf vanaf het moment dat we begonnen waren. Al het andere raakte vergeten, tijdens het spelen telt alleen het spel.

Hoe alledaagse dingen tijdens het spelen als bij toverslag tot leven kunnen komen, valt ook op in de films van kunstenaar Francis Alÿs. Sinds 1999 filmt hij overal ter wereld hoe kinderen spelen. Een grote selectie van de serie 'Children's games' is nu te zien in Eye Filmmuseum in Amsterdam. In de museumzaal klinkt het als een vrolijk druk speelplein: gillende kinderen, muziek, gerommel, geschuif met stoelen. Alles door elkaar.

Opvallend is hoeveel van de spelletjes op het scherm je direct herkent: een zandkasteel bouwen (in België), vliegeren (in Afghanistan), steentjes keilen (in Marokko), stoelendans en steen-papier-schaar (in Mexico). Je weet zo ongeveer wat de bedoeling is, en je zou bij wijze van spreken zo in kunnen stappen. Alÿs laat zien dat de taal van het spelen een universele taal is.

Tekst loopt door onder de video

Twee kinderen vliegeren in Afghanistan. Werk van Francis Alÿs.

Nog specialer aan de films van Alÿs is te zien hoe de alledaagse voorwerpen in het spel van betekenis veranderen. Een stoel bij stoelendans is geen zitplek, maar een plaats om te veroveren. Een stalen ring is voor de jongen die met stok erachteraan rent geen schroot, maar een betoverde ring die moet blijven draaien.

Het zand dat de kinderen op het strand van Knokke verplaatsen, is geen hoop losse zandkorrels maar een sprookjeskasteel dat beschermd moet worden. De Afghaanse jongen die vliegert staat niet voor een concrete aerodynamische uitdaging, hij danst met onbekende krachten.

De dingen laaien op wanneer je speelt. Ze krijgen extra betekenis. En dat blijkt overal ter wereld op eenzelfde manier te gaan. Soms kun je de wereld niet veranderen, maar wel de manier waarop je ernaar kijkt. En de magische kracht om dat te doen, die blijken we allemaal te beheersen.