Anno 2020 zijn de seculieren volgens het Sociaal Cultureel Planbureau voor het eerst in de geschiedenis van Nederland in de meerderheid (55%). Dat betekent dat ze niet in God geloven. Waar geloof je in als je niet gelooft? In deze serie voor Brainwash legt Stine Jensen die vraag voor aan denkers, schrijvers en filosofen. Waar bevinden zijn zich op de seculiere meetlat?

In deze aflevering: schrijver en filosoof Joke Hermsen (1961). Ze verblijft op dit moment in de oude stal van een boerderij in Drenthe die ze onlangs kocht. "Het is meer bivakkeren, het is nog een schuur, zonder voorzieningen. Dit voorjaar namen we de beslissing, omdat we ons niet helemaal opgesloten wilden voelen in onze kleine Amsterdamse woning. Ik vond het moeilijk me te concentreren de afgelopen negen maanden. Ik had zorgen over mijn kinderen, mijn familie, mijn vrienden, de wereld. Alles speelt nu tegelijkertijd: de klimaatcrisis, politieke crisis, denk aan Trump, sociaaleconomische crisis plus de pandemie – daar word je niet erg vrolijk van. Persoonlijk vond ik de pandemie economisch gezien weliswaar vervelend, omdat al mijn inkomsten uit lezingen en voordrachten wegvielen, maar toch ervoer ik het ook wel als een zegening. Na al die jaren voor het eerst een lange periode van rust en geen lezingen geven."

En: er is een boek af. Ogenblik en eeuwigheid. Meer tijd voor de kunst gaat vooral over het belang van beeldende kunst en literatuur. "Ik werk graag met kunstenaars samen, organiseer tentoonstellingen en schrijf over hun werk voor musea en galeries. Soms benijd ik ze vanwege het plezier waarmee zij op meer sensitieve en intuïtieve wijze met diverse materialen in de weer zijn, ik moet het altijd alleen van mijn hoofd hebben. Deze coronatijd is een dramatische tijd voor theatermensen, optredende schrijvers en dichters, beeldend kunstenaars en musici. Ze kunnen hun werk niet of nauwelijks laten zien of horen. Veel theatergezelschappen, musea en overige cultuurhuizen dreigen failliet te gaan, terwijl het belang van kunst juist op dit moment van crisis groter is dan ooit. Het is allesbehalve een linkse hobby; we hebben verhalen en verbeeldingskracht nodig om gezond te blijven, om uit te rusten, geïnspireerd te blijven, onze gedachten te verzetten."

Met welk geloof ben je grootgebracht?

"Ik ben Nederlands hervormd gedoopt, maar we waren thuis zeer vrijzinnig. Mijn ouders zijn eigenlijk areligieuze mensen, de kerk was toch meer een opluistering van het kerstgebeuren. We gingen zelden naar de kerk. Om de een of andere reden nam ik als kind het geloof echter serieuzer dan mijn ouders, misschien door de verhalen uit de kinderbijbel die ik van mijn grootouders gekregen had. Rond mijn achtste maakte ik zelfs een soort religieuze fase door. Ik ontwikkelde een persoonlijke relatie tot een god, met wie ik midden in de nacht lange serieuze gesprekken voerde. Die gesprekken zijn een paar keer uitgemond in een magische ervaring. Het voelde niet alleen alsof ik werd opgetild en omarmd door alles wat er was, maar ook alsof ik ineens alles begreep, ineens meende te snappen hoe de wereld in elkaar stak. Een jaar later, het was winter, veranderde dat echter spoorslags. Ik werd 's morgens wakker, het was minder koud dan de dagen ervoor, en toen ik naar buiten keek, naar onze modderige tuin waaruit alle sneeuw was verdwenen, was het net alsof de God met wie ik al die intensieve gesprekken voerde, ook als een sneeuwpop gesmolten was. Er was niet meer van hem over dan wat knopen en een oude wortel in een modderplas.

"Vanaf dat moment stond ik er alleen voor. Zo voelde dat, de ontdekking van een fundamentele eenzaamheid. Misschien heeft mijn hartstocht voor kunst, literatuur en filosofie ook met dit verlies van mijn gesprekspartner te maken. Want vanaf die dag ben ik met een hartstochtelijke intensiteit gaan lezen en studeren, alsof ik die magische ervaring weer probeerde terug te krijgen via boeken en verhalen. Ik ging veel lezen, maar bijvoorbeeld ook plantenverzamelingen aanleggen en, zeer tot mijn moeders verdriet, experimenten doen met vieze, beschimmelde broodkorsten onder de microscoop. Ik was een wat melancholiek kind, veel alleen op haar kamer, maar als ik aan het lezen of 'studeren' was, hield dat gevoel van eenzaamheid op. Ik hield dit allemaal voor mezelf, want ik dacht dat mijn familie me eigenaardig zou vinden. Ik ben opgegroeid met alleen maar broers, en was als enige meisje vaak het doelwit van plagerijen. Bovendien zag ik die hartstocht voor literatuur en wetenschap in mijn omgeving niet terug."

Joke Hermsen

Wat geloof je nu?

"Ik vind het heel moeilijk om daar écht antwoord op te geven. Ik las bij Augustinus: 'Ik geloof om tot inzicht te komen.' Dat kan ik wel navoelen. Ik denk dat religie en spiritualiteit in de meest brede zin onze blik van het materiële en individualistische proberen af te buigen naar iets anders. Ik geloof dus zeker niet in gepersonifieerde godheid, die is in mijn kindertijd echt gesmolten', zegt ze lachend. 'Helaas misschien, want er zaten toch mooie ervaringen bij, zoals dat deel uitmaken van een groter geheel en het gevoel minder afgescheiden zijn. Als je geloof zou omschrijven als datgene wat een zoektocht is naar materialisme en egoïsme overstijgende waarden en waarheden, dan zeg ik ja. Dan zou ik er positief over zijn. De geloofskwestie wordt nu vaak als een soort bekentenis bij mensen neergelegd: 'Geloof jij in God?', maar misschien zou je het ook eens kunnen omdraaien en vragen: 'Geloof jij dat alles gemeten kan worden?' Daarop zou ik 'nee' antwoorden.

Ik vind het overigens moeilijk ergens onvoorwaardelijk in te geloven. Alleen misschien de liefde, daarvan kan ik wel ronduit zeggen dat ik er in geloof. Ook in politiek opzicht, denk aan Hannah Arendt, voor wie het politieke gevoel van gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor de wereld − de amor mundi − ook die noodzaak van liefde uitdrukt. Liefde is net als de kunst een transgressieve kracht, ze is onvoorwaardelijk van aard, draagt de bereidheid van de zelfopoffering in zich en wil over gestelde grenzen heen reiken. Het geloof daarin zou wel eens wat meer 'gepredikt' mogen worden, wat mij betreft. Er is de afgelopen decennia een groot geloof in geld, vooruitgang en technologie beleden, maar wie bepleit serieus het geloof in de liefde?"

Is er een levensgebeurtenis die jouw kijk op het leven heeft veranderd?

"Ik denk de geboorte van mijn kinderen. Dit betekende voor mij een nieuwe vorm van kwetsbaarheid leren kennen, ik noem het ook wel eens mijn achilleshiel. Ineens heb je een heel zwakke plek erbij gekregen. En ik leerde ook toen pas werkelijk de onvoorwaardelijke vorm van liefde kennen. Gisteren, vandaag en morgen, welk arm of been er dan ook afgerukt moet worden, het maakt niet uit, je doet het onmiddellijk voor je kinderen. Dat is een behoorlijke intense ervaring, om het ego zo opzij te kunnen zetten. Zeker als schrijver of 'maker', die ook een 'ik' nodig heeft waarmee ze vorm en stem geeft aan verhalen. Maar het is waar, voor mijn zoon en dochter zet ik onmiddellijk alles opzij.

Mijn zoon zit nu bijvoorbeeld in lockdown in Parijs, hij was behoorlijk ziek en moest met honderden kuchende mensen in een gymzaal een coronatest doen, om daarna weer op zijn kleine kamer opgesloten te worden, en ja, dan ben ik dus meteen bereid om in de auto te springen en hem 500 kilometer verder op te halen. Niet dat hij dat wilde overigens! Nee, ik wilde al mijn werk opzij gooien, de drukproef van mijn nieuwe boek, alles wijkt. Dankzij mijn kinderen kijk ik regelmatig boven de vesting van mijn ik uit naar buiten. Eigenlijk is het jammer dat niet iedereen dit meemaakt. Het zou ook fijn zijn als deze onvoorwaardelijke liefde niet alleen met het ouderschap gegeven wordt. En dat is wellicht ook zo. Kunstenaars en musici ervaren denk ik ook zoiets. Al dat studeren, al die aandacht opbrengen, al dat jarenlange in armoede ploeteren en jezelf opzijzetten, om een kunstwerk geboren te laten worden. Je voelt vaak wel aan het werk, of dat uit ego of uit onvoorwaardelijke liefde voortkwam. Alleen dat laatste weet te ontroeren."

Als niet de Bijbel/Koran, welk boek zou iedereen dan moeten lezen volgens jou?

"Eén werk mag niet ontbreken in de humanistische canon: De Toverberg van Thomas Mann. Ik zou het iedereen aanraden die worstelt met de vraag wat er komt in de plaats van religieuze tradities, wat tegenwicht zou kunnen bieden aan het hyperconsumentisme waarin we verzeild zijn geraakt. Hans Castorp gaat op bezoek bij zijn neef Ziemszen in het sanatorium en blijft daar zeven jaar lang. Hij doorloopt alle fasen van de filosofie, en denkt na over het menselijk bestaan. De humanist Settembrini en de jezuïet Naptha vertolken ieder een filosofische positie: metafysisch en humanistisch. Mann probeert ons als lezer geen keuze op te leggen maar beide posities juist samen te denken, wat ik in mijn nieuwe boek Ogenblik en eeuwigheid een vorm van transcendentaal humanisme noem. Dat lijkt een contradictio in terminis, een paradoxaal begrip, en dan weet je als filosoof: nu wordt het interessant!'

'Humanisme gaat uit van de wetten van de rede, de Verlichting en de wetenschap en het transcendentale gaat uit van noties als het immateriële, het sacrale of het onzegbare. Je kunt het ook het 'dialogisch humanisme' noemen, de filosofie van de tweestemmigheid in de dialogische mens. Ik was eind twintig toen ik De Toverberg voor het eerst las. Het greep me meteen aan, misschien door de ervaringen uit mijn kindertijd. 'Twee zielen wonen in mijn borst' schreef Goethe, en Thomas Mann voert ze in de vorm van Naptha, de magische ervaring van tijdloosheid en eeuwigheid, en Settembrini, de door de natuurwetten begrensde kracht van kennis en wetenschap, voor ons pagina's lang ten tonele. Hij helpt de lezers zo hun eigen innerlijke strijd te voeren, die hen tot meer inzicht in zichzelf en in de wereld zal brengen en troost hen daarmee ook, door te laten zien dat we eigenlijk allemaal met dezelfde vragen worstelen. Dat is de troost van de kunst en literatuur. Ze helpen ons de armen uit te strekken naar wat nog niet zegbaar of kenbaar is. De Toverberg is wat mij betreft zo'n helende roman.'

'Zo'n helende ervaring had ik ook toen ik voor het eerst een werk van Rothko zag, maar ook van Hilma Af Klint of Paula Modersohn-Becker, van wie nu in Den Haag een grote overzichtstentoonstelling te zien is. Het zijn heel intense esthetische ervaringen, die ergens lijken op de magische ervaring uit mijn kindertijd. In mijn nieuwe boek probeer ik over hun werk te schrijven en tegelijk ook die ervaring te benoemen. Bijvoorbeeld over de abstrahering van kunst, en waarom dit afstand nemen van de letterlijke vormen voor bevrijding kan zorgen. Abstracte kunst slaagt soms nog beter ons als het ware voorbij de materiële buitenkant te trekken en op te nemen in iets wat ons individualisme overstijgt. Daarmee wordt opmerkelijk en paradoxaal genoeg de afstand tot de ander, en tot de omringende wereld juist kleiner. Ook om die reden hebben we als mensen en als maatschappij de kunst broodnodig om in evenwicht en gezond te blijven."

Wat is jouw morele houvast of richtsnoer in het leven?

"Esthetiek en ethiek zijn voor mij geen gescheiden domeinen, hoewel de filosofie ze wel vaak zo opdeelt. Als je dankzij de esthetiek de vesting van het ego verlaat en oog of oor krijgt voor de ander, dan ontstaat er ethiek. Ze liggen in elkaars verlengde, zijn nauwe verwanten van elkaar, ze beïnvloeden en inspireren elkaar. Daarom is kunst ook geen linkse hobby, maar een van de bronnen van ethisch handelen en datgene wat een samenleving menselijk maakt en bijeenhoudt. Kunst, literatuur, theater en muziek, ze gaan over iets anders dan het vergaren van bezit, rijkdom of macht. Ze wakkeren zowel onze empathie als onze verbeeldingskracht aan, en laten ons die 'twee zielen in een borst' beter voelen. Die dreigen in een kapitalistische samenleving nogal eens het onderspit te delven.

Je moet er wel naar leren kijken of luisteren. In het onderwijs en in de huidige neoliberale samenleving zijn we te eenzijdig gericht op economie en technologie. Dat zouden we vanaf de eerste schooljaren moeten veranderen. Want wat wil je kinderen nu precies bieden? Je wilt dat ze verhalen leren lezen, zodat ze later ook zelf kunnen vertellen wie ze zijn. En niet alleen hoeveel ze verdienen. En vervolgens wil je hen ook troost bieden, voor de ervaringen van eenzaamheid en van verlies, die onherroepelijk op de loer liggen. Ook daar kunnen verhalen, muziek, theater en beeldende kunst zeer behulpzaam bij zijn. Kijk, rekenen kunnen computers en robots ook heel goed, maar waar zij niet goed in zijn, is onze even onvoorspelbare als verrassende verbeeldingskracht en ons vermogen tot representative thinking, zoals Arendt dat noemt, ons vermogen van empathie waarmee we ons in de anderen kunnen verplaatsen. Verbeelding en empathie maken ons tot mens en doen ons van de dingen met een scherm en de robots verschillen. Juist daarom zouden we deze moeten oefenen, teneinde de samenleving menselijk te houden."

Is het belangrijk om te benoemen of uit te spreken dat je (niet) gelooft?

"Dat vind ik niet. Ik houd het liever open en vermijd ook liever alles wat naar determinisme leidt of de neiging om mensen op iets vast te willen leggen. Want juist dat vastleggen verdingelijkt de mens, wil hem of haar tot een aspect van het bestaan reduceren, op grond waarvan hij of zij vervolgens gediskwalificeerd kan worden. Het is zo vaak gebeurd in de geschiedenis. Wat we niet moeten vergeten is dat wij als mensen wezens in wording zijn, en dat juist dat worden, dat opene, dat kunnen groeien en veranderen om bevestiging vraagt."

Over welke maatschappelijke en wereldse ontwikkelingen maak jij je het meeste zorgen?

"Mijn zorg is tweeledig. Ten eerste de eenzijdige overwinning van het hyperkapitalisme in de westerse, en binnenkort wellicht ook oosterse, wereld. De 'kroon' op die overwinning zien we op dit moment in Amerika, waar een president zonder enige vorm van schaamte alleen zijn eigen privébelangen dient en alleen voor zichzelf en zijn eigen familie geld en vermogen bijeen wil graaien. Rosa Luxemburg heeft honderd jaar geleden in een belangrijk werk Die Akkumulation des Kapitals al laten zien dat het kapitalisme tot grote sociaaleconomische ongelijkheden leidt, waarbij het vermogen zich ophoopt of accumuleert in de handen van slechts enkele puissant rijken. Dit zal wereldwijd tot steeds meer politieke onrust leiden, zoals we voor de corona-epidemie al zagen gebeuren.

Mijn tweede grote zorg geldt voor het klimaat, en heeft uiteraard met de overwinning van het kapitalistische model te maken, zoals Luxemburg ons ook al wist te vertellen. Hoe meer we ons richten op louter geld verdienen, hoe meer de aarde wordt uitgeput. Het kapitalisme en consumentisme hebben de neiging alles te vernietigen wat ze aanraken; ze wensen een fastfood, instant verorbering van alles, zodat er vervolgens meteen weer geproduceerd kan worden. Kapitalisme is tegenstrijdig met duurzaamheid, en het wordt langzamerhand eens tijd dat we dat in gaan zien en een ander sociaaleconomisch systeem gaan vormgeven. De kapitalistische denkwijze laat bovendien immateriële waarden als liefde, verbeeldingskracht en solidariteit, die een samenleving menselijk houden, geheel buiten beschouwing, omdat ze economisch niet rendabel zijn."

Wat geeft je hoop?

"Dit gesprek geeft me hoop, elk gesprek dat we over kunst, filosofie, literatuur en politiek met elkaar kunnen voeren, geeft me hoop. Elk boek dat ik erover kan lezen. En de jongere generatie natuurlijk, die gelukkig minder volgzaam is dan mijn generatie, alternatieve leefwijzen probeert te verkennen, en veel meer geneigd is hun proteststem te laten horen. Denk bijvoorbeeld aan de klimaatjongeren. Het hoopvolle komt altijd van de nieuwe generatie. Daarom moeten we hen het onderwijs bieden, waarmee ze zich tot creatieve, kritische en empathische volwassenen kunnen ontwikkelen. Wat dat betreft sta ik midden in de humanistische traditie, die een sterke pedagogische 'Bildungskant' heeft. Als we hoopvol willen zijn, dan moet het onderwijs aan die hoop als eerste vorm en inhoud geven."