Het is nog maar heel recent dat we onze seksualiteit bij onze identiteit betrekken. In de zevende of zeventiende eeuw dacht niemand over zichzelf als he, ho of bi. Dat betekent natuurlijk niet dat er geen homoseksuele handelingen werden verricht. Het waren vooral mannen die op die manier in de gaten liepen, over seks tussen vrouwen weten we maar weinig.

Het is algemeen bekend dat de oude Grieken de mannenliefde bedreven. De kanttekening daarbij is dat hun benadering van seks tussen mensen van hetzelfde geslacht totaal anders was dan ons concept. Seks vond plaats tussen oudere mannen en jongere jongens, maar die oudere mannen hadden ook seks met vrouwen. Het draaide om schoonheid.

Onder het christendom kwam er een verbod op sodomie, dus een verbod op specifieke handelingen. Dat voorschrift was er omdat de kerk ongeschikte bedpartners wilde voorkomen. Criminalisering van seks tussen vrouwen was er zelden. De geschiedenis van seks tussen mannen kennen we vooral uit historische verslagen van strafzaken en de uitgedeelde straffen, en het is daarom logisch dat we weinig weten over de geschiedenis van seks tussen vrouwen. Vrouwen kregen vroeger überhaupt minder aandacht, met als gevolg dat het minder opviel wat ze deden.

Vrouwen-die-zich-als-man-verkleedden

In de zeventiende en achttiende eeuw was het onvoorstelbaar dat een vrouw gevoelens had voor een andere vrouw. Lesbische liefde was een genderprobleem: het was zó ondenkbaar dat twee vrouwen samen zouden zijn, dat vrouwen die zulke gevoelens bij zichzelf bespeurden, dachten dat ze dan wel een man moesten zijn. Ze gingen zich daarom als man gedragen. Uit heel Europa zijn huwelijken bekend van vrouwen met vrouwen-die-zich-als-man-verkleedden. Zulke travestie kwam trouwens vaker voor: vrouwen wilden als militair het vaderland dienen of als lichtmatroos de wereld ontdekken.

De tegenhanger van sodomie is tribadie, naar het Griekse woord voor wrijven. Er zijn een aantal veroordelingen voor tribadie bekend vanaf het einde van de achttiende eeuw. Vrouwen werden veroordeeld voor handtastelijkheden met vrouwen. Ze werden clitorifantes en lollepotten genoemd. Dit waren vooral vrouwen uit de lagere klasse en hun tribadie moet je bezien binnen een kader van prostitutie, alcoholmisbruik en andere ellende die deze groep trof.

Halverwege de negentiende eeuw werd seks tussen mensen van hetzelfde geslacht niet langer gezien als zondig maar als ziek. De term 'homoseksualiteit' werd in 1869 geïntroduceerd door Karl Maria Kertbeny die, in navolging van andere wetenschappers uit die tijd, seksuele oriëntaties ordende.

De term sloeg echt aan toen de Duits-Oostenrijkse psychiater Richard von Krafft-Ebing hem gebruikte in de bestseller Psychopathia Sexualis waarvan de eerste editie in 1886 verscheen (zie deze column die ik over hem schreef). Ook seks tussen vrouwen werd op deze manier gemedicaliseerd, maar pas in 1929 verschenen in de Nederlandse medische literatuur gevalsstudies van lesbische vrouwen.

Seks en vrouwen hoorden niet bij elkaar

Het 'probleem' was: seks en vrouwen hoorden gewoon niet bij elkaar. In de negentiende eeuw was de heersende mening dat vrouwen geen eigen seksualiteit hebben. Hun vriendschappen waren vrij van verdenking. Vrouwen uit de hogere klasse konden daarom zelfs samenwonen zonder dat iemand argwaan koesterde. Niemand, behalve de dames zelf, bedacht dat zij wellicht ook seksueel van elkaars gezelschap genoten.

Dankzij de eerste feministische golf, die zo ongeveer in 1850 begon en rond 1920 eindigde, gingen vrouwen zich in de jaren twintig meer zaken permitteren die voorheen aan mannen waren voorbehouden. Ze knipten hun haren kort, droegen broeken, en rookten en dronken erop los. Vrouwen werden meer zichtbaar en dus ook hun praktijken die voorheen zo onbestaanbaar werden gedacht.

Na de Tweede Wereldoorlog kreeg de homorechtenbeweging stoom. In 1960 vormde zich binnen het COC een Vrouwenkern. Tijdens de tweede feministische golf verkenden vrouwen hun gevoelens, ook die voor andere vrouwen, en werd er volop geëxperimenteerd. Dat ging over meer dan alleen seks. Feministen uit die tijd benadrukten dat lesbisch zijn niet zomaar de vrouwelijke tegenhanger is van homo zijn. De geschiedenissen zijn anders verlopen, de omstandigheden zijn anders en daarmee is de ervaring anders.

De nadruk die wij leggen op identiteit is een redelijk recent verschijnsel in de geschiedenis. Dat zou kunnen betekenen dat het ook weer verandert. We vinden het nu volstrekt normaal om mensen in hokjes te plaatsen op basis van hun seksuele voorkeur, hokjes die mensen ook internaliseren: lesbisch is niet wat je doet, maar wie je bent.

Misschien denken we over 150 jaar wel dat dit naïef en mal is. Hopelijk zijn dan wel de verslagen van ervaringen, de beschrijvingen van gedragingen en al het onderzoek naar deze cultuur bewaard gebleven zodat we nooit kunnen ontkennen dat vrouwen van vrouwen houden, op de meest fantastische manieren.