In Brainwash Talks van HUMAN buigen journalisten, schrijvers, wetenschappers, theatermakers en filosofen zich over de grote persoonlijke en maatschappelijke vragen van nu. Deze keer Rinke van den Brink over medische missers.

Zo. 18 april 2021

Ik ben al vijftien jaar redacteur gezondheidszorg bij de NOS. Ik bericht geregeld over medische fouten. Maar nog nooit was ik zelf hoofdpersoon in zo'n verhaal. Tot vier jaar terug. Na een medische fout kreeg ik eerst een sepsis, daarna een zware psychose.

Op 2 februari 2017 om middernacht haalde een chirurg mijn acute, doorgebroken blindedarm eruit. Helaas negeerde de arts de richtlijnen om me minstens drie dagen antibiotica te geven. Geen antibiotica na zo'n darmoperatie, waarbij bijna standaard vuil in de buikholte komt, is vragen om problemen. 36 uur na mijn ontslag uit het ziekenhuis was ik er weer terug. Middenin de nacht van zaterdag op zondag. Met een buikvliesontsteking, een potentieel levensbedreigende infectie.

Ik kreeg een infuus met twee soorten antibiotica, maar de koorts bleef oplopen tot veertig graden die avond. Ik werd steeds zieker. Dankzij een boek over antibiotica en infectieziekten dat ik heb geschreven, wist ik dat ik een sepsis had. Eén op de vijf sepsis-patiënten overlijdt. Hoe vaak ik ook aandrong, er kwam geen arts.

Wachten tot ik nog zieker werd en in een septische shock zou belanden, waaraan ruim de helft van de patiënten sterft, vond ik geen optie. Ik heb een hoogleraar in het VUmc in een paniekerig berichtje gevraagd om er alsjeblieft voor te zorgen dat er werd ingegrepen in het ziekenhuis waar ik lag. Dat lukte. Ik kreeg een derde antibioticum en dat drukte mijn sepsis de kop in.

Werkdruk bij arts-assistenten

Het zijn vooral arts-assistenten die buiten kantooruren werken. En ze vragen niet snel hulp van de dienstdoende arts als ze twijfelen over een patiënt, of als ze omkomen in het werk. Wie vaak zijn supervisor belt wordt al snel gezien als ongeschikt voor het vak.

Wie wel ondersteuning vraagt, komt vaak van een koude kermis thuis. Uit recent onderzoek van De Jonge Specialist blijkt dat de supervisor in ruim zestig procent van de gevallen niet of niet meteen reageert. Ook die heeft hoge werkdruk.

Jonge artsen zijn erg enthousiast over hun vak. Toch denkt een kwart van hen aan stoppen. En acht procent doet dat ook. De verklaring voor die ongerijmdheid: werkdruk, structureel overwerken en onvoldoende begeleiding bij de patiëntenzorg.

De arts-assistent die mij behandelde had drie taken: hij moest de spoedeisende hulp runnen, waar het razend druk was. Hij droeg de reanimatiepieper bij zich en had ook iemand gereanimeerd, en hij had de spoedpieper bij zich voor het middelgrote ziekenhuis waar ik lag.

Spoedeisende hulp van het VUmc.

Patiëntveiligheid niet gegarandeerd

Ik had de mazzel dat ik de kennis en contacten had om er via een bevriende hoogleraar – die meteen in actie kwam – voor te zorgen dat ik hulp kreeg. Wat mij overkwam is geen probleem exclusief voor het ziekenhuis waar ik lag. Was dat maar zo. Artsen uit mijn netwerk vertelden dat het me ook in hun veel grotere ziekenhuizen in de nacht en weekenden had kunnen gebeuren.

Dat liet onderzoek van de Inspectie Gezondheidszorg in 2011 ook zien. De patiëntveiligheid bleek buiten kantooruren niet gegarandeerd, doordat er dan onvoldoende gekwalificeerd personeel aanwezig is.

Verder zijn er risico's bij grote drukte en op momenten dat heel specifieke deskundigheid nodig is. De Inspectie concludeert ook dat de artsen die de diensten draaien 'drempels ervaren' om 's avonds of 's nachts hun achterwacht te bellen.

Veiligheid is politieke keuze

Ik heb een boek geschreven over wat mij is overkomen: Ik ben er weer. Zwaar Ziek, gered door de Psychiater. Daarin zegt de hoogste baas van de Inspectie Gezondheidszorg dat het al flink zou helpen als de arts op de spoedeisende hulp niet ook de reanimatiepieper en de spoedpieper van het ziekenhuis bij zich heeft. Veel ernstige incidenten in ziekenhuizen zouden dan voorkomen worden, zei ze. Maar zo'n verbetering kost geld, benadrukte ze, want er moeten dan extra artsen aangenomen worden.

Dat maakt het verhogen van de patiëntveiligheid een politieke keuze. Helaas wordt al jaren een tegenovergestelde keuze gemaakt: de zorguitgaven moesten van opeenvolgende kabinetten omlaag. Vorig jaar mochten de uitgaven voor ziekenhuiszorg nog ruim een half procent stijgen. Dit jaar nog 0,3 procent, volgend jaar moet er nulgroei zijn.

Maandag veiligste dag

En dat terwijl de zorgvraag onder meer door de vergrijzing toeneemt, er technisch meer mogelijk is en er steeds meer dure medicijnen bij komen. Personeel is de grootste kostenpost. Daarop bezuinigen ligt dus voor de hand als je de uitgaven wilt beteugelen. Maar daarop bezuinigen krijgt al snel gevolgen voor de patiëntveiligheid.

De hoogste baas van de Inspectie zei ook nog dat kwaliteit van de zorg 24/7 hetzelfde moet zijn. "Maar, dat is niet zo," constateerde ze. Daarover bestaat Brits onderzoek met verbijsterende resultaten. Wetenschappers bekeken drie jaar lang de sterfte binnen dertig dagen bij vijf soorten operaties in alle Britse overheidsziekenhuizen. Maandag was de veiligste operatiedag. In het weekend was het overlijdensrisico bijna twee keer zo groot. Want dan is er minder ervaren personeel aanwezig.

Ik was hartstikke gek

Maar ook de dag van een ziekenhuisopname maakt uit. Wie op zaterdag of zondag in een Brits ziekenhuis belandt heeft respectievelijk tien en vijftien procent meer kans binnen een maand te overlijden dan bij opname op woensdag. Er is weinig reden om te denken dat het in Nederland heel anders is. Mijn operatie, heropname en sepsis vonden 's nachts en in het weekend plaats. De arts-assistent van dienst had veel te veel verantwoordelijkheden. Het eerder genoemde Inspectie-onderzoek benoemt precies deze veiligheidsrisico's.

Mijn ziekenhuisavontuur leek tamelijk goed af te lopen. Ik kon dankzij mijn netwerk op tijd hulp afdwingen en herstelde fysiek weer van de medische fout waarvan ik het slachtoffer werd. Maar dat kon niet verhinderen dat ik eind april 2017 in een diepe psychose belandde.

Bewegen ging nauwelijks meer, geregeld was ik niet in staat te praten en ik was gewoon hartstikke gek. Ik dacht bijvoorbeeld dat een psychotherapeut bij wie ik hulp had gezocht me 's nachts aanstuurde door met zijn computer opdrachten rechtstreeks naar mijn hersenen te sturen. Ik voelde die als golfjes binnenkomen en voerde ze uit.

Medische fout zorgde voor nasleep van jaren

Mijn psychose is volgens mijn behandelaren getriggerd door wat ik in het ziekenhuis meemaakte, al speelde jarenlang te hard werken mogelijk ook mee. Intussen weet ik dat veel sepsis-patiënten te maken krijgen met geestelijke problemen. En ik weet dat de gezondheid van de darmen fikse invloed heeft op die van de geest. Na vier weken antibioticagebruik was van de bacterieflora in mijn darmen niets meer over.

De medische fout om geen antibiotica te geven na de routine-operatie aan mijn blindedarm leidde tot een lange ziekenhuisopname van elf dagen en tot vier weken antibioticagebruik. Vervolgens kreeg ik er een psychose door, die vijf maanden intensieve psychiatrische zorg bij de crisisdienst nodig maakte en bijna drie jaar bij een reguliere psychiater.

Ik heb bijna veertien maanden niet gewerkt. Dat is nogal wat onnodig lijden en ook geldverspilling door een medische fout waarvan het effect versterkt werd doordat er te weinig personeel aanwezig was in het ziekenhuis waar ik lag, als gevolg van politieke keuzen.

Cultuurverandering nodig

De redenen voor de gebrekkige patiëntveiligheid in ziekenhuizen in de avond, nacht en weekenden zijn duidelijk:

  • De werkdruk is te hoog. Dat geldt voor alle zorgpersoneel, maar zeker voor artsen in opleiding.
  • Het durven erkennen van medische fouten is cruciaal, omdat je van fouten kunt leren, maar het gebeurt te weinig.
  • Een cultuur waarin men hulp vragen van opleiders en overleggen als teken van zwakte ziet, is gevaarlijk voor patiënten.

Het veranderen van zo'n cultuur vol ingesleten routines is moeilijk. Opleiders geven verkeerde gewoontes door aan de nieuwe generatie artsen. Neem de reactie die ik onlangs kreeg van een ervaren chirurg op een bericht over jonge artsen die overwegen te stoppen: ze moesten betere voorlichting krijgen over hoe veeleisend hun vak is. Het systeem deugt wel, de klagende jonge artsen zijn het probleem. Ja, met zulke opleiders gaat er niets veranderen. Maar zonder cultuurverandering wordt het niet beter.

RInke van den Brink

Maar ook extra geld nodig

Het goede nieuws is dat een deel van de artsen in opleiding hun werkomstandigheden ter discussie stelt. Nog beter nieuws is dat het aantal vrouwelijke medisch specialisten sterk groeit. Amerikaanse wetenschappers ontdekten dat bij patiënten van vrouwelijke internisten de sterfte binnen een maand na opname een half procent lager was dan bij patiënten van mannelijke internisten.

Op jaarbasis scheelt dat 32.000 doden, alleen al voor de tien miljoen patiënten die worden opgenomen en die onder de Medicare vallen, het ziekenfonds voor ouderen en chronisch zieken in Amerika. Onderzoek naar twintig jaar hartaanvallen in Florida wees hetzelfde uit: de sterfte bij patiënten van vrouwelijke artsen was ruim een half procent minder dan bij patiënten met een mannelijke arts.

Mogelijke verklaringen, die ook uit andere studies blijken, zijn dat vrouwelijke artsen beter communiceren, eerder met collega's overleggen, en meer tijd nemen voor patiënten. Afwachten dus, tot het aantal vrouwelijke artsen verder stijgt en de problemen zich vanzelf oplossen? Nee, er is meer nodig. Dat betere 'dokteren' van vrouwelijke artsen betekent per saldo dat artsen meer tijd besteden aan patiënten. Zonder de werkdruk nog verder te verhogen, kan dat alleen als er meer artsen komen. Er is dus extra geld nodig.

Dan maar niet naar ziekenhuis buiten kantooruren?

Meer kwaliteit en ervaring is minstens zo belangrijk. De Inspectie zei dat al in 2011. In 2023 is het dan toch echt zover. Vanaf dan moet op elke spoedeisende hulp 24/7 een gespecialiseerde spoedeisende hulp-arts aanwezig zijn. Of tenminste een medisch specialist met aanvullende opleiding en minstens één jaar werkervaring. Nu staat op slechts één van elke drie spoedeisende hulpen altijd zo'n gespecialiseerde arts paraat.

Het is een beginnetje, maar bij lange na niet genoeg. Bij één op de tien patiënten in het ziekenhuis gaat iets mis. Soms iets kleins, soms iets heel groots, met blijvende schade voor patiënten of zelfs de dood tot gevolg. Buiten kantooruren wegblijven uit het ziekenhuis dan maar? Geen oplossing natuurlijk, want niemand weet wanneer hij of zij acuut zorg nodig heeft.

Het mag duidelijk zijn, de urgentie is groot. Ik heb het zelf aan den lijve ondervonden; er is nog heel wat te verbeteren aan de ziekenhuiszorg. We kunnen het veranderen. Meer patiëntveiligheid is een politieke keuze. Er moet geld bij om de ziekenhuizen veiliger te maken voor de patiënten om wie het allemaal gaat.