Samen anders zijn

, Gawie Keyser

In de 21ste eeuw speelt er een interessante paradox: de diepe wens tot een individuele beleving gaat hand-in-hand met de diepe wens om samen anders te zijn. Voorbeelden hiervan zijn de Occupybeweging en hipstercultuur. Zien we dat in de cinema terug? Of is het escapisme en het dromen een ander (beter, groter, sterker, slimmer, mooier) te zijn toch nog te dominant?

Deze vraag komt van GWR-lezer en EYE-programmeur Ronald Simons.
(Meer hierover op
Facebook.)

Verhalen over verzet tegen de heersende orde kenmerken de populaire cultuur - vooral in het idee van ‘samen anders zijn’. Samen, omdat verzet collectief is. Anders, omdat de revolutionaire leider ondanks dat hij of zij de identiteit van de opstandige massa belichaamt, het eigenzinnig optreden het speerpunt van de opstand vormt.

Voorbeelden hiervan zijn legio, van Robin Hood tot een willekeurig heldenepos over bevrijding van onderdrukking.

Maar geen genre is momenteel zo dominant als de superheldenfilm. Neem het nieuwste voorbeeld hiervan, The Avengers: The Age of Ultron.

In het verhaal wordt de aarde bedreigd door een superrobot gebrand op uitwissing van de menselijke soort. Deze ‘Ultron’ moet worden tegengehouden door het groepje helden dat bekend staat als de Avengers.

Dit zijn bij uitstek mensen die ‘samen anders zijn’. Iron Man, Thor, Hulk, Captain America en de andere leden van de Avengers zijn vreemd; ze hebben individueel bepaalde, bovenmenselijke krachten. En toch kunnen ze, in ieder geval in deze verhalen, weinig uitrichten als ze niet als een groep samenwerken.

Sterker, het feit dat een van hen zichzelf beter acht dan de anderen veroorzaakt de crisis. Grootindustrieel en technowetenschapper Tony Stark (Iron Man) vat uit zichzelf het plan op de aarde eens en voor altijd te beschermen door een schild om de planeet heen te plaatsen.

Dat pakt verkeerd uit, want uit het computerprogramma dat het schild moet maken en besturen wordt Ultron ‘geboren’.

‘Avengers, assemble!’
Uiteindelijk leert Tony Stark een dure les: gemeenschappelijke belangen wegen zwaarder dan die van het individu. Slechts door weer deel te worden van de Avengers kan Tony verlossing vinden. De slagzin gecreëerd door de legendarische schepper van comics Stan Lee en Jack Kirby zegt alles: ‘Avengers, assemble!’

Deelname aan de revolutionaire groep neemt in deze verhalen evenwel niets weg van de individuele beleving. Dát is tevens het geheim van het superheldenverhaal: jonge mensen, buitenbeentjes in de samenleving, ontdekken of ontwikkelen onvermoede krachten bij zichzelf waardoor ze uit hun isolement komen om volwaardig ‘mens’ te kunnen zijn.

Interessant is dat juist een variatie op de superheld het gezicht van de Occupy-beweging is geworden: V, hoofdpersoon in Alan Moore’s graphic novel ‘V for Vendetta’, geïnspireerd op Guy Fawkes die begin zeventiende eeuw probeerde het paleis van Westminster op te blazen.

In Moore’s verhaal is V trouwens een eenling, maar opgenomen in de cultuur van Occupy krijgt hij miljoenen gezichten.

Zo transformeert ‘individu’ zich tot ‘gemeenschap’. Samen anders zijn — dat lijkt een strijdkreet van de huidige tijd, en ja, dat zien we wel degelijk terug in hedendaagse cultuuruitingen.