De robots en wij - deel I

Wat hebben we aan kunstmatige intelligentie? Kunnen robots emoties voelen, en maakt dat de robot dan tot mens? Deze vragen komen van 8 tot 18 april aan bod wanneer Human zich op het Imagine Film Festival in EYE manifesteert, onder meer met een live-editie van Gawie Weet Raad op dinsdag 14 april. Ter voorbereiding een korte GWR-serie van drie afleveringen over mens & machine. Deze week: Kunstmatig liefhebben.

‘Dave, my mind is going. I can feel it.’ Aldus de HAL 9000, boordcomputer van het ruimteschip Discovery. Het schip is onderweg naar Jupiter om het geheim van de monoliet te onderzoeken die iets meer dan een jaar ervoor op de maan werd ontdekt.

Space Odyssey
Deze tekst in Stanley Kubricks 2001. A Space Odyssey (1968) is fascinerend: een slimme computer die denken en gevoel aan elkaar koppelt. Het is crisis en HAL ‘voelt aan’ dat zijn ‘verstand’ wordt aangetast. 

Kunnen denkende computers ook emoties voelen? Hoe goed kunnen wij mensen denken? Zijn emoties überhaupt mogelijk zonder denken?

Menselijke trekjes
In deze Facebook-discussie brengt Rutger H. Cornets de Groot het idee naar voren dat robots nu al kunnen voelen, in zoverre ze reageren op elektrische impulsen. Maar als die gevoelens hen ook aanzetten tot ‘ingrijpen in de eigen programmatuur’, dan krijgt de machine menselijke trekjes.

De vraag of de robot bewust of onbewust zijn eigen software manipuleert om emotie te creëren of te bepalen, vormt de kern van Uncanny (2015) van Matthew Leutwyler, te zien op Imagine.


Uncanny Trailer door blankytwo

Jaloerse robot
David Kressen, een jonge, geniale wetenschapper, schept ’s werelds eerste kunstmatige-intelligentiewezen, de aantrekkelijke Adam. Wanneer wetenschapsjournaliste Joy het hermetisch van de wereld afgesloten laboratorium van David bezoekt, stuit ze op niet één, maar twee mannen die zich als computers gedragen.

Zowel David als Adam tonen geen emoties in hun gesprekken met Joy. Maar wanneer ze later alleen zijn, vraagt de een aan de ander: ‘Vind je haar aantrekkelijk?’

De jonge vrouw, die inmiddels weet dat Adam een robot is, wordt verliefd op David. En hij op haar. Maar dan krijgt Adam last van jaloezie — een doorbraak, een bewijs van ‘ontluikend gedrag’, in de woorden van wetenschapper David. Hij vervolgt: ‘Een robot die ertoe in staat is zijn primaire doelen te herformuleren is bezig mens te worden.’

Afbraak van het denken
Adam is geen machine meer, een hulp in het laboratorium, een schaakmaatje voor David, maar een denkend en voelen wezen dat gevoelens van begeerte ervaart. Denken wordt gevoel, en dát maakt hem meer en meer menselijk.

Dan volgt er een schokkende onthulling — die denkende en voelende kijker naar de film mijlenver kan zien aankomen, maar dat terzijde — die Uncanny een bevreemdende kwaliteit geeft. Net zoals in 2001 is hier sprake van een afbraak van denken naarmate het gevoel toeneemt. De HAL 9000 verkeert in doodsangst. Hij (het?) pleit bij astronaut Dave om genade, die hem dat niet gunt, omdat Dave geen emotie kent. Zoiets gebeurt ook in Uncanny: de robot intervenieert ‘in zijn eigen programmatuur’ en ervaart zo begeerte voor Joy.

Mens en machine — ze zijn inwisselbaar in deze films. Beide zijn ze denkende wezens die van elkaar kunnen leren, mits de machine kan voelen en de mens kan denken.

Lees volgende week Deel II in de serie ‘De robots en wij’. Voor vragen en reacties kunt u zich wenden tot Facebook en Twitter of mailen naar gawie.keyser@human.nl.

Uncanny is te zien op Imagine op 10 april om 13.00 en op 15 april om 19.00. 

Kik hier voor meer informatie over Human op Imagine.