Het klimaatbeleid van de overheid wordt voor een groot deel gedreven door één belangrijke rechtszaak: de Urgenda-zaak. Roger Cox was de man die de zaak namens Urgenda bepleitte. Inmiddels heeft hij zijn pijlen gericht op fossiel bedrijf Shell.

Advocaat Roger Cox heeft er altijd vertrouwen in gehad dat de Hoge Raad in zijn finale uitspraak Urgenda in het gelijk zou stellen. Want zo hadden tot dan toe alle rechters en hun adviseurs geoordeeld. Maar, het bleef spannend tot het laatste moment, want de Hoge Raad kon natuurlijk altijd nog een ander oordeel vellen. Nu is er geen twijfel meer over mogelijk: Urgenda wint op 20 december de klimaatzaak. 

De eerste uitspraak in de Urgenda-zaak was in 2015. Cox, die er namens Urgenda voor pleitte dat de Nederlandse Staat de uitstoot van broeikasgassen in 2020 met minstens 25 procent moet hebben teruggebracht ten opzichte van 1990, kreeg van de rechtbank gelijk. De Staat ging in beroep, kreeg weer ongelijk, en ging vervolgens in cassatie.

Na het gevelde oordeel in 2015, begon Cox voor Milieudefensie aan een volgende zaak tegen een nog grotere uitstoter dan de Nederlandse staat: Shell. De bijzondere insteek van deze zaak is dat Milieudefensie geen schadevergoeding vraagt, maar alleen wil dat Shell van koers verandert. Wat is de invloed van deze rechtszaken en waarom hebben ze kans van slagen? Dit bespreken we met de onvermoeibare ‘klimaatadvocaat’.

Het recht is geen natuurwetenschap

Dat de Hoge Raad tot het einde aan toe de mogelijkheid had om af te wijken van alle eerdere uitspraken en adviezen, klinkt misschien wat vreemd. Want waarom zou de ene rechter anders kunnen oordelen dan de ander? Ze hebben toch dezelfde bewijsstukken in handen?

"Het recht en het afwegen van belangen is geen natuurwetenschap," zegt Cox. "Dus elke rechter kan de feiten op een andere manier afwegen. In deze zaak zou de Hoge Raad bijvoorbeeld gesteld kunnen hebben dat de mening niet gedeeld werd dat klimaatverandering nu al tot vast te stellen mensenrechtenschending leidt."  

Een ander punt waarop de rechter volgens Cox een andere afweging had kunnen maken, is het feit dat in deze zaak vanuit het recht een bevel wordt gegeven aan de politiek. Urgenda stelt namelijk dat de Staat maatschappelijk onzorgvuldig handelt als ze zich niet houdt aan de vermindering van de uitstoot met 25 procent, en daarom de wettelijke plicht heeft om zich aan die vermindering te houden. "Het had gekund dat de Hoge Raad vond dat er sprake was van een wetgevingsbevel en dat het de rechter niet vrijstond deze uit te vaardigen. Maar tot en met de finale uitspraak is steeds geoordeeld dat deze afwijzingsgronden niet aan de orde waren. Terecht, naar mijn mening."

Advocaat Roger Cox haalde in 2015 een grote overwinning met de klimaatzaak van Urgenda.

Geen blauwdruk

Nu Urgenda inderdaad gewonnen heeft, betekent dit niet dat deze zaak als blauwdruk kan worden overgenomen in andere landen. In Nederland heeft de rechter gezegd dat de Staat minimaal 25 procent moet reduceren in 2020, wil ze een fatsoenlijke, minimale bijdrage leveren om twee graden opwarming van de aarde te voorkomen. Dat zorgt ervoor dat de politiek geen beleidsvrijheid meer heeft om minder dan dat te doen.

Maar in een zaak in Duitsland bijvoorbeeld, waar de Duitse Staat werd aangeklaagd, beargumenteerde de aanklager dat de Staat minimaal veertig procent van de emissies moest reduceren in 2020. De rechter stelde toen dat hij wel zag dat de Duitse regering een juridische verplichting heeft om goed klimaatbeleid te voeren, alleen dat niet vast te stellen was of die veertig procent reductie het minimale is om catastrofale klimaatverandering tegen te gaan. Cox: "Het had ook in Duitsland mogelijk een succesvol verhaal kunnen zijn, als de vordering anders was ingekleed."

Meer dan haalbaar

Of het voor de Nederlandse Staat haalbaar is om de reductie van 25 procent volgend jaar te gaan halen, is nog maar de vraag. "Maar het had sowieso meer dan haalbaar kunnen zijn," zegt Cox. "De regering had zichzelf in eerste instantie zelfs dertig procent reductie als doel voorgenomen."

Er is al wel een aantal zaken ondernomen om de reductie in gang te zetten, alleen dat heeft nog tot weinig resultaat geleid. Dat betekent dat de Staat nu de finale uitspraak bekend is, rigoureuze maatregelen moet gaan treffen, zoals het sluiten van een extra kolencentrale.

Lukt het niet om de vastgestelde reductie in 2020 te behalen, dan kan Urgenda actie ondernemen. Bijvoorbeeld door in een kort geding tegen de Staat alsnog die reductiedoelstelling te eisen, op straffe van een dwangsom.

Geen spijt

Zelfs als Urgenda de zaak had verloren, zou Cox geen spijt hebben van deze grote onderneming. "Ik denk dat het onmiskenbaar is dat deze zaak de trigger is geweest voor de regering om versneld aan de reductie-doelstellingen te voldoen. Binnen de regering wordt steeds aan de Urgenda-zaak herinnerd en de zaak wordt aangehaald in veel nieuwsitems die over klimaatverandering gaan.

"Als deze zaak er niet was geweest, had Nederland zich waarschijnlijk uitsluitend gehouden aan de aanzienlijk lagere EU-doelstelling van ongeveer twintig procent reductie. Dat is namelijk wat Nederland in het eerste kabinet Rutte ook gedaan heeft. Toen hebben ze de eigen nationale norm van dertig procent reductie doorgestreept en gezegd: vanaf nu doen we niets anders meer dan wat de EU ons oplegt."

Tekst gaat verder na afbeelding

In de Tweede Kamer wordt gedebatteerd over de klimaatzaak van Urgenda

Een nieuwe tegenstander

Nadat Urgenda in 2015 voor de eerste keer in het gelijk gesteld is, besloot Cox zich namens Milieudefensie in een volgende klimaatzaak te storten en Shell is nu zijn nieuwe tegenstander. Een belangrijk verschil tussen de Staat en Shell is natuurlijk dat ze vanuit een ander belang handelen: de Staat is een instituut geënt op maatschappelijke zorg, waarbij de zorgplicht voor een goed milieubeleid grondwettelijk verankerd is. Een organisatie als Shell handelt vanuit een winstoogmerk.

Om Shell toch te kunnen aanklagen, wil Cox aantonen dat Shell door bijzondere omstandigheden een vergelijkbare verplichting heeft als de Staat. "Ten eerste brengt Shell een product op de markt dat een veel grotere uitstoot heeft dan de Nederlandse samenleving in zijn geheel. Daarnaast weet Shell al heel lang van het klimaatprobleem, en hebben ze zelf ook lange tijd erkend dat ze hun energie zouden moeten verduurzamen. Shell weet dus hoe groot de impact van de onderneming is. Tot slot heeft Shell een grote impact op de energietransitie. Als Shell niet beweegt, is ze een enorm obstakel in de energietransitie."

Geen rechtvaardiging voor Shell

In ons programma 'De Staat van het Klimaat' zegt Marjan van Loon, president-directeur van Shell, dat je een bedrijf alleen kunt laten bestaan, als je klanten je producten willen hebben. En in het geval van duurzame energie, meent van Loon, was de vraag in het verleden er bijna niet en is die nu nog steeds erg klein. Dus kan Shell eigenlijk wel wat doen tegen de klimaatverandering?

Volgens Cox wel. "Het gaat er in deze zaak om dat het creëren van een gevaarlijke klimaatverandering en de consequenties die daaruit voortkomen, onomkeerbaar zijn en tot groot leed leiden in de wereld. De hoeveelheid winst die Shell wil maken, rechtvaardigt niet dat Shell de hele wereld in hun val meesleept."

Of Shell wil overstappen op duurzame energie met een markt die daar wel of niet voor is, maakt in deze zaak niet zoveel uit volgens Cox. "Misschien is het nog wel winstgevender voor Shell om de fossiele activiteiten af te slanken en helemaal niks te investeren in duurzame energie. Dus of zij die investeringen willen maken, moeten ze vooral zelf weten.

"Het enige wat wij zeggen is: Shell zal haar emissies die verbonden zijn aan haar activiteiten en aan haar producten moeten afbouwen. Daarnaast is het ook niet zo dat we zeggen dat ze morgen moeten stoppen. We vragen om een transitie die zich afspeelt over dertig jaar, waarin ze hun emissies gefaseerd naar netto nul in 2050 brengen. Het zou dus een vonnis zijn wat ertoe leidt dat het schip van koers moet veranderen."

Onhoudbare ramkoers

Dat Shell nu nog weinig aan reductie doet, kan Cox wel verklaren. "Shell zit al meer dan honderd jaar in de fossiele brandstof. Dit is het spel dat ze spelen en waar hun mensen de juiste kennis en kunde voor hebben."

"En daarnaast zie je eigenlijk bij alle fossiele bedrijven dat ze zoveel mogelijk mee willen pakken van elke winst die nu nog op fossiele brandstof te halen is. Iedereen roept dat de ander misschien wel gaat minderen, maar dat gebeurt natuurlijk niet. Dus uiteindelijk zitten ze met z'n allen op een ramkoers die niet houdbaar is." 

Om die koers bij zowel Shell, als ook bij de andere vervuilende bedrijven te veranderen, kan deze rechtszaak een belangrijke rol spelen, denkt Cox. Want als er een juridische beweging ontstaat die bedrijven voor de productie van fossiele brandstoffen aansprakelijk houdt, worden investeringen in die bedrijven risicovoller. "Pensioenfondsen, die grote beleggers zijn in de fossiele industrie, zullen die risico’s inzien en mogelijk sneller hun geld uit dit soort industrieën halen."  

Tekst gaat verder na afbeelding

Greenpeace protesteert tegen de fossiele industrie van Shell

Geen schadevergoeding

Bijzonder in de Shell-zaak is dat Cox, namens milieudefensie, geen schadevergoeding van Shell eist. In andere landen waar Shell ook wordt aangeklaagd, is dat wel het geval. Voor Cox is dit een bewuste keuze geweest. "We zijn er niet op uit om het probleem te laten ontstaan en dan te zeggen: Shell heeft meegeholpen de wereld naar de verdoemenis te brengen, en nu moet ze schadevergoedingen betalen. Wij willen dat we de wereld zoveel mogelijk behouden zoals ze is, met de ecosystemen waarvan de mensheid afhankelijk is. En daarvoor moet Shell van koers veranderen."

Als Cox zou moeten verklaren waarom andere landen wel een schadevergoeding hebben geëist, denkt hij dat advocaten in andere landen misschien dachten dat ze een schadecomponent moesten vragen om een succesvolle zaak te voeren. "Mogelijk zijn ze te huiverig geweest voor een preventieve vordering, waar we in onze zaak wel voor gekozen hebben. Wellicht dat een preventieve insteek in andere landen wel gewerkt had. Maar dat is afhankelijk van het rechtssysteem. Rechtssystemen wijken van elkaar af."

Afwijkende rechtssystemen

En eigenlijk zijn die afwijkende rechtssystemen precies wat de hele klimaatproblematiek zo lastig maakt, denkt Cox. "Als alle nationale staten door één juridisch systeem zouden worden beheerst, zou het een stuk makkelijker zijn om de klimaatopwarming te beperken. Maar de wereld is op nationaal niveau georganiseerd, waardoor multinationals veel beweegruimte hebben. Juist het feit dat ze zo moeilijk te reguleren zijn, maakt dat een grote mate van eigen verantwoordelijkheid om bij te dragen aan de oplossing van het klimaatprobleem bij de bedrijven ligt."  

Met de klimaatzaken die Cox voert, hoopt hij de uitstoot wereldwijd naar beneden te krijgen. En dat gebeurt niet alleen door zijn eigen zaken te winnen, maar ook doordat hij aandacht trekt van juristen wereldwijd. "Het is noodzakelijk om ook in de juridische wereld het besef te creëren dat juristen een belangrijke rol te vervullen hebben in de energietransitie. Niet alleen door partijen aansprakelijk te stellen, maar ook door te zorgen dat er nieuwe wet- en regelgeving komt die aansluit bij de node en de uitdaging van deze tijd en die de energietransitie faciliteert. En dat is belangrijk."  

De reactie van Cox op de finale uitspraak van de Hoge Raad

"We hadden hele goede hoop dat de rechter Urgenda in het gelijk zou stellen, alleen er blijft natuurlijk twijfel. Maar de Hoge Raad heeft alles volledig overgenomen van eerdere uitspraken, dus dat maakt ons erg blij.

Ik vond het ook mooi dat de Hoge Raad zijn uitspraak gelijk in het Engels heeft vertaald. De uitspraak dat gevaarlijke klimaatverandering leidt tot het schenden van mensenrechten en dat de Staat daarom verplicht is tot emissiereductie, kan namelijk ook in andere landen effect hebben. En in de Shell-zaak kan deze uitspraak een belangrijke bouwsteen zijn om Shell aansprakelijk te stellen en tot beleidswijziging van het bedrijf te komen.

Tot slot was interessant dat de Hoge Raad nog een keer benadrukt heeft dat de doelstelling van een maximale opwarming van twee graden, waarvan we eerder uitgingen, nu teruggebracht is naar anderhalve graad. Dat is dus eigenlijk een signaal dat er mogelijk nog strengere eisen worden gesteld aan het klimaatbeleid. Er zal nu ongetwijfeld ook een debat komen over wat er voor 2030 moet gebeuren.

Voor de rechtszaak tegen de Staat die we op dit moment in België voeren, zal dit ook belangrijk kunnen zijn. Daar zeggen we dat de reductie in 2030 met 55 tot 65 procent moet terug worden gebracht, omdat we de anderhalve graad opwarming willen voorkomen."