Als het aan wetenschapsjournalist Maarten Keulemans ligt nemen we afgehaakte mensen zoveel mogelijk bij de hand. "Dat zijn geen wetenschapsontkenners, ze proberen echt de taal van de wetenschap te spreken. Laat ze dan ook zien hoe wetenschap werkt."

Hoewel het gemiddeld vertrouwen in de wetenschap in Nederland de afgelopen jaren is gestegen, heeft het wantrouwen onder bepaalde groepen in de samenleving wel degelijk zijn effect. Kennis wordt verketterd door groepen burgers, op een manier die bijna middeleeuws aanvoelt. Onderzoeksresultaten worden openlijk in twijfel getrokken. En wetenschappers worden uitgemaakt voor heks of landverrader en krijgen te maken met intimaties en bedreigingen. Zo ernstig soms, dat ze zich terugtrekken uit het publieke debat.

Tekst gaat door onder de banner

Hoe voorkomen we escalatie? Hoe voorkomen we dat wetenschappers door intimidatie en bedreiging zelfcensuur gaan toepassen? En hoe voorkomen we dat groepen burgers afhaken? Vanuit museum Boerhaave in Leiden sprak Coen Verbraak samen met wetenschappers met minister Robbert Dijkgraaf (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) over het vertrouwen in de wetenschap.

Ook aanwezig bij het gesprek: wetenschapsjournalist Maarten Keulemans, die vorig jaar nog door Villamedia werd uitgeroepen tot Journalist van het Jaar "voor zijn onvermoeibare verslaggeving van de corona-epidemie in de Volkskrant."

Hoe kunnen we volgens Maarten Keulemans het best de kloof tussen wetenschap en samenleving overbruggen? Drie gedachten:

1. Het kabinet heeft wetenschappers te lang in de kou gezet

Ook Keulemans ziet dat steeds meer wetenschappers in de knel komen te zitten zodra zij zich in het publieke debat begeven. Toch gaat daar wat hem betreft nog een stap aan vooraf.

Keulemans: "Tijdens de coronatijd heeft het kabinet van het begin af aan gezegd: wij gaan af op wetenschap en zullen het OMT-advies blind volgen. 'Heilig,' dat woord werd letterlijk gebruikt. Daarmee zet je wetenschappers wel heel erg in de kou, je maakt van wetenschappers degene die het beleid gaan maken.

En dus kunnen we volgens Keulemans wel stellen dat wetenschappers voor een deel in de knel zijn gekomen doordat de politiek hen in de coronaperiode heeft gepresenteerd als de mensen die 'het' gaan doen. "Op het moment dat jij wetenschappers naar voren schuift en zegt: dit zijn de mensen die het beleid gaan maken, dan kun je het ook op je afroepen dat zij heel erg veel kritiek gaan krijgen."

"Heilig, dat woord werd letterlijk gebruikt"

Wetenschapsjournalist Maarten Keulemans

2. We moeten juist meer in gesprek met zogenaamde 'wetenschapsontkenners'

Hoewel sommigen onder ons, in het kader van 'alles wat je aandacht geeft groeit', zullen zeggen dat je wetenschapsontkenners maar het beste niet te veel aandacht moet geven, staat Keulemans net iets anders in die discussie. Al sinds het uitbreken van de coronacrisis gaat hij op social media vaak in discussie met mensen die wat hem betreft de regels van de wetenschap niet nauw genoeg nemen.

"Ik ben er een beetje ingerold," vertelt hij tegen Coen Verbraak. "Ik ben nu eenmaal corona-verslaggever bij de Volkskrant en er kwamen veel vragen op mij af. En ik zie veel onzin langskomen waar ik me tegen verzet, waardoor je je ook gaat afvragen: hoe bereik je die mensen die zo in de ban zijn geraakt van allerlei tegengeluiden."

Tekst gaat door onder de banner

Verbraak: "Maar zij vinden weer dat wij de weg zijn kwijtgeraakt..."

Keulemans: "Precies, dat is natuurlijk heel moeilijk. Je probeert vanuit twee verschillende universa contact met elkaar te leggen. Ik merk dat het heel erg helpt om gewoon naar die mensen te luisteren en te vragen wat hen dwars zit. Dat leidt soms tot iets, zeker niet bij de gestaalde mensen die een belang hebben bij het verkondigen van het tegengeluid, maar wel bij de mensen die een beetje aan het twijfelen zijn."

Maar is die afgehaakte groep mensen nog binnenboord te houden met feiten?

Keulemans: "Ik geloof het wel. Wij zijn altijd heel erg geneigd om die mensen af te schilderen als 'wetenschapsontkenners,' maar dat zijn het niet. Die mensen komen niet met dingen die ze in de theebladeren hebben gelezen of in de ingewanden van een dier. Ze proberen écht de taal van de wetenschap te spreken. Ik denk dat de uitdaging is om deze mensen bij de hand te nemen en te laten zien hoe wetenschap werkt – en hoe vooral ook niet. Dat heet met een modieus woord tegenwoordig 'prebunking.' Dus niet debunking, als de onzin al is ontstaan, maar prebunking, om te laten zien hoe de wetenschap werkt en hoe je kunt zien of iets klopt of niet klopt."

3. Niet iedere wetenschapper hoeft goed te kunnen communiceren

Welke rol ligt er voor individuele wetenschappers weggelegd in het beter uitleggen van hoe de wetenschap werkt en waar het zich mee bezig houdt? Moeten wetenschappers niet zelf meer de boer op?

Wat Keulemans niet: "Ik ben er niet zo van overtuigd dat wetenschappers allemaal maar moeten kunnen communiceren."

Hij zou dan ook een lans willen breken voor 'het behoud van de ivoren toren': "Tuurlijk, we hebben mensen nodig die net als Marion Koopmans fantastisch kunnen vertellen op tv, maar we moeten ook wetenschappers hebben die gewoon in die ivoren toren zitten te pipeterren en met muizen zitten te knutselen. Want dat zijn mensen die gewoon hele goede wetenschappers zijn – en goede wetenschappers zijn niet altijd per definitie goede communicatoren."

"Goede wetenschappers zijn niet altijd per definitie goede communicatoren"

Wetenschapsjournalist Maarten Keulemans