De publieke tribune

'Maar' mbo?

Mbo-opleidingen zijn onmisbaar voor ons land. Toch voelen mbo-studenten zich vaak minder gezien. In deze aflevering van 'De publieke tribune' gaat minister van Onderwijs Ingrid van Engelshoven in gesprek met studenten en docenten van het mbo, op het ROC Mondriaan in Den Haag.

De uitspraak 'maar mbo' resoneert na het spreken van studenten en docenten op het mbo. Hoewel het onmogelijk is om over het mbo te spreken - er zijn tenslotte grote verschillen tussen niveaus, scholen en opleidingen - heeft bijna iedereen binnen het mbo last van het imagoprobleem. 

Waar komt dat minderwaardigheidsgevoel dan vandaan? En hoe kunnen we de positie van de huidige vijfhonderdduizend mbo-studenten verbeteren?

Dit keer op de publieke tribune

Op de tribune onder anderen Hind Ait Khouya Lahsen (26), mbo-docent in Amsterdam. Ze merkt dat ze voor de inhoud van de lesstof steeds minder tijd heeft, omdat ze een groot deel van haar lessen besteedt aan orde houden en  rekening houden met bijvoorbeeld de thuissituatie van haar studenten.

Ook Lutienne El Selassa (24) doet mee aan de discussie. Na een zeer moeilijke jeugd kreeg hij op het mbo te horen dat het met hem toch nooit wat zou worden. Mede dankzij zijn mentor Hind is hij nu een enthousiaste student Mode & Verkoop.

Web-only: portret vanaf de tribune

Na de uitzending zijn we nog eens op bezoek geweest bij Hind en Lutienne om te zien hoe Hind haar manier van lesgeven in praktijk brengt, en wat dat voor Lutienne heeft gedaan.

Lees hier hun verhaal.

Drie vooroordelen over het mbo

Klik om te openen.

Tijdens de voorbereiding van deze aflevering hoorden we vaak dezelfde opmerkingen langskomen. We zetten de drie meest gehoorde vooroordelen over het mbo op een rijtje.

#1. Het mbo heeft een imago-probleem

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) ontstond in 1990, doordat talloze opleidingen gefuseerd werden. Inmiddels bestaat het uit meer dan duizend verschillende opleidingen. Daardoor is het onmogelijk om over ‘het mbo’ te spreken. Er zijn simpelweg te grote verschillen tussen de scholen, niveau’s en opleidingen.

Toch heeft iedereen binnen het middelbaar beroepsonderwijs last van het imagoprobleem van het mbo. Na het spreken van studenten en docenten blijft vooral de uitspraak ‘het is maar mbo’ resoneren.

Vorig schooljaar telde de mbo-opleidingen zo’n half miljoen studenten en zestigduizend medewerkers. De vraag is hoe we deze groep helpen en hoe we verder komen dan de constatering dat het mbo een imagoprobleem heeft. 

#2. Mbo-studenten zijn ongemotiveerd

Zo’n veertig procent van de Nederlandse beroepsbevolking rondde een mbo-opleiding af. Dit zijn opleidingen tot onmisbare beroepen: van elektricien tot kok en van beveiliger tot verpleger. Waar komt dat minderwaardigheidsgevoel vandaan? En hoe zouden we de positie van mbo-studenten kunnen verbeteren? 

Grof geschetst heb je enerzijds de problemen waar jongeren uit kansarme wijken mee moeten dealen. Die problemen kunnen zo groot zijn dat het lesgeven er door overschaduwd wordt. Een van de gevolgen daarvan is dat ambitieuze studenten te weinig kans krijgen zich te ontwikkelen en dat docenten hen niet uitdagen. 

Anderzijds zijn er de jongeren die het juist goed doen op het mbo. Zij hebben te maken met de druk van hun omgeving om na het mbo verder te studeren, terwijl dat lang niet altijd bij hen past. Het hbo sluit niet altijd goed aan op het mbo. Voor beide groepen geldt: ze voelen zich vooral niet gezien in wat ze kunnen.

Minister Ingrid van Engelshoven in gesprek met studenten en docenten van het mbo op ROC Mondriaan in Den Haag.

#3. Mbo-docenten zijn ongemotiveerd

Ook docenten worden redelijk vaak tegengewerkt door 'het systeem'. In de uitzending van 'De publieke tribune' zegt een docent: "Wat ik heel erg merk is dat wij leerlingen in huis hebben met problematiek, rugzakjes, waar we eigenlijk niet goed mee om kunnen gaan. Onze core-business, namelijk gewoon les geven, doen we daardoor gewoon soms onvoldoende.” 

Het is dan ook niet zozeer een zaak van onwil, het is vaak een zaak van onmacht. Het is goed om deze twee dingen uit elkaar te houden.

Over deze aflevering

De uitspraak 'maar mbo' resoneert na het spreken van studenten en docenten op het mbo. Hoewel het onmogelijk is om over het mbo te spreken - er zijn tenslotte grote verschillen tussen niveaus, scholen en opleidingen - heeft bijna iedereen binnen het mbo last van het imagoprobleem.

En dat terwijl zo'n veertig procent van de Nederlandse beroepsbevolking een mbo-opleiding afrondde. Opleidingen tot onmisbare beroepen dus: van electricien en kok tot beveiliger en verpleger. Waar komt dat minderwaardigheidsgevoel dan vandaan? En hoe kunnen we de positie van de huidige vijfhonderdduizend mbo-studenten verbeteren?

Een op de vijf jongeren verlaat school zonder startkwalificatie en ambitieuze studenten krijgen juist te weinig kans om zich verder te ontwikkelen. Voor beide groepen geldt: ze voelen zich niet gezien. Aan D66-minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) de schone taak om in gesprek te gaan met zowel mbo-studenten als -docenten. Waar liggen de grootste pijnpunten? En welke kansen laten we als samenleving liggen?

Vanaf het ROC Mondriaan in Den Haag zitten mbo-studenten, docenten, mentoren en stagiairs klaar om persoonlijke ervaringen en vragen voor te leggen aan de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Ingrid van Engelshoven.