Acht maanden na de explosie in Beiroet ligt de stad nog grotendeels in puin. Libanon zit sinds die tijd zonder regering en de meeste hulp die geboden wordt aan de burgers, komt van de burgers zelf. We spraken twee inwoners van Beiroet. "Van jongs af aan wordt ons het verhaal vertelt dat we de feniks zijn die uit haar as herrijst. Maar dat is niet waar het om gaat."

Het was alsof hij in een andere dimensie terecht kwam. Jad Helou* (30) zat op 4 augustus 2020 in zijn auto in het centrum van Beiroet, op vijftien minuten loopafstand van de haven. "Het ene moment was alles nog normaal, het andere moment was er overal stof, gebroken glas en gebouwen die instortten."

Dat 2.750 ton ammoniumnitraat in de haven van Beiroet tot ontploffing was gekomen, wist Helou toen nog niet. Het brandbare goedje lag sinds 2013 opgeslagen in een hangar, nadat het was geconfisqueerd van een vrachtschip. Toen een brand oversloeg in de opslagplaats, veroorzaakte die één van de grootste niet-nucleaire explosies in de wereldgeschiedenis. Tweehonderd mensen kwamen om het leven en 6.000 mensen raakten gewond.

Geur van bloed

Helou reed eerst naar zijn familie om zeker te zijn dat iedereen veilig was. Daarna ging hij de stad weer in, een vriendin van hem was bezig met een filmshoot en zat vast in haar auto. "Ik ben een getrainde eerstehulpverlener dus ik nam mijn EHBO-doos mee en ben de stad in gegaan. Nadat ik mijn vriendin uit het puin haalde, ben ik eerste hulp gaan verlenen aan mensen die gewond waren.

"Het was een complete chaos, alles lag in puin en mensen zaten vast in hun huizen. Wat ik me nog het meest kan herinneren, is de geur van bloed. Overal zag ik gewonde mensen die onder het bloed zaten."

Boete voor helpen

In de dagen, weken en maanden die volgden, kwamen alle initiatieven om mensen te helpen vanuit burgers zelf. Zo hielp Helou in de weken na de explosie met puinruimen. "Ik ben zo veel mogelijk mensen gaan helpen, want je weet dat niemand anders het zal doen. We hebben geen noodbeleid in ons land. Burgers namen zelf het initiatief om puin te ruimen en huizen te herstellen van mensen.

"Op een gegeven moment was ik bezig een straat toegankelijk te maken, terwijl militairen ernaast stonden en niks deden. We kregen zelfs een boete omdat we met een pick-up afval verplaatsten, zodat de weg weer vrij werd. Toen ben ik zo kwaad geworden. Die weg is vervolgens maanden dicht gebleven."

Overheid doet niks

Ook Farah-Silvana Kanaan (39) ziet hoe de overheid totaal afwezig is in het bieden van hulp aan haar burgers. De Libanees-Italiaanse journalist groeide op in Nederland en besloot drie jaar geleden voorgoed naar Beiroet te verhuizen. Haar woning ligt in één van de gebieden die het zwaarst werd getroffen door de explosie. "Binnen een straal van tien meter van mijn huis zijn drie lokale vrijwilligersorganisaties bezig om huizen op te knappen en oudere mensen helpen aan boodschappen en medicatie."

Net als veel andere Libanezen begon Kanaan een go-fund-me pagina, waarmee ze geld ophaalt voor mensen in haar buurt die het nodig hebben. "Er is niets aan hulp voor de bewoners vanuit de overheid. Voor de slachtoffers van de explosie is er geen financiële of psychische steun."

Nederland haalde met een nationale actie 8,6 miljoen euro op voor de slachtoffers van de explosie; iets waar Kanaan heel trots op is. "Organisaties als het Rode Kruis doen daar heel belangrijk werk mee, maar van het geld heeft vooralsnog niemand die ik persoonlijk ken wat teruggezien. Van wat ik meekrijg, komt bijna alleen via lokale NGO's, crowdfunding en andersoortige persoonlijke acties geld direct terecht bij de mensen die het nodig hebben."

Farah Silvana-Kanaan op 3 november 2019, tijdens protesten in Beiroet.

Simpelweg crimineel

De explosie in Beiroet was de druppel die de emmer deed overlopen. "We hadden al geen vertrouwen meer in de overheid, maar nu werden we zelf aangevallen," zegt Jad Helou. "Als je zo veel explosief materiaal in een dichtbevolkt gebied opslaat, dan ben je niet alleen incompetent als politicus, dan ben je simpelweg crimineel."

Na de burgeroorlog in Libanon (1975-1990) werd in het vredesakkoord van Taif besloten dat het kabinet verdeeld moest worden tussen moslims en christenen. Er volgde een tijd van relatieve rust, tot premier Rafik Hariri in 2005 om het leven kwam bij een bomaanslag en de politieke balans tussen de vele verschillende groeperingen weer op scherp stond.

Daarnaast zorgde de oorlog in buurland Syrië ervoor dat Libanon inmiddels voor een kwart uit vluchtelingen bestaat, relatief het grootste aantal vluchtelingen pro capita. Tegelijkertijd kampt het land met grote bestuurlijke problemen. Zo is het al een jaar niet mogelijk om dollars op te nemen van Libanese rekeningen. Mensen met een dollar-account konden alleen nog geld in Lira's opnemen tegen een vastgezette wisselkoers. Tegelijkertijd devalueerde de munt met zeventig procent, waardoor meer dan de helft van het gespaarde geld verloren ging.

"Volgens veel Libanezen is de enige oplossing voor Libanon als de hele heersende klasse met een klap wordt weggevaagd,” zegt Farah-Silvana Kanaan. "Want echt geen één van hen heeft het beste voor met Libanon. De kleine meerderheid die wellicht aanvankelijk goede bedoelingen had wordt al gauw gecorrumpeerd of legt gedesillusioneerd het bijltje erbij neer."

Problematische stereotypes

Zowel in internationale als in Libanese media worden Libanese burgers afgebeeld als veerkrachtig. Omdat ze ondanks alle tegenspoed door blijven gaan en burgerinitiatieven opzetten om elkaar helpen. Kanaan stoort zich enorm aan dit stereotype. 

"Natuurlijk zijn Libanezen veerkrachtig, maar daar hebben ze verder niks aan. Ze zijn het zat om constant zo geframed te worden. Om zichzelf elke keer weer op te moeten rapen en door te gaan zonder enige hoop dat het ooit nog beter gaat worden."

Na de explosie hoorde je zowel in internationale als in de Libanese media over de Libanezen zeggen: 'They are resillient' en 'They are the phoenix that will rise from the ashes'. "Dit werd door sommige Libanezen zelf, veelal op sociale media, ook gezegd," zegt Kanaan. "Gelukkig werden die uitspraken door velen ook finaal belachelijk gemaakt. Want mensen ondernemen gedwongen zelf actie omdat de staat gewoon totaal afwezig is. Het bestendigen en, uiteindelijk, politiseren van deze mythische 'Libanese veerkracht' doet meer kwaad dan goed. "

Beiroet in de media

Over het stereotiepe beeld van de veerkrachtige Libanees is meer geschreven. Lees bijvoorbeeld dit stuk in Slate, dat een dag na de explosie gepubliceerd werd. Of een artikel in Beirut Today, waarin beschreven wordt hoe de overheid op geen enkele manier hulp bood aan de burgers.

Farah Silvana-Kanaan interviewde slachtoffers van de explosie: "I really thought I’d seen everything in this godforsaken country. How much more are we supposed to take? If I hear one more person referring to us as 'resilient', I will lose it. F**k resilience. We don’t want to be resilient. We just want to live!"

Ten slotte is de bijdrage op het blog Bambi's Soapbox een aanrader. Kijk daarin ook bijvoorbeeld het kritische nummer Sint el Ew | بلو فايفر - سنة الأيو van de Libanese artiest Blu Fiefer.

Ook Helou stoort zich aan het geschetste beeld: "Over Libanezen wordt gezegd dat ze zo van het leven houden, dat ze veerkrachtig zijn, dat ze manieren vinden om met alle tegenspoed te dealen. Maar het is niet waar. Want wat waar is, is dat ons leven doorgaat. De enige reden dat we ons erop aanpassen is omdat we willen overleven.

"Van jongs af aan wordt ons het verhaal verteld dat we de feniks zijn die uit zijn as herrijst. Maar dat is niet waar het om gaat. Wat we willen, is een goed bestuur. We leefden al onafhankelijk van de overheid, omdat we geen sociaal vangnet hebben. Sinds de explosie voelen we ons ook niet meer veilig. En het ergste is dat niemand er ooit verantwoordelijk voor gehouden zal worden."

Beiroet

Blijven of weggaan?

"Alles waar we van hielden in Beiroet, zijn we kwijtgeraakt," zegt Jad Helou. Hij werkt bij een internationale organisatie en spaart om een master te volgen in Canada. "Ik zou liever willen blijven, maar ik heb niet het gevoel dat het een keuze is. Het gevoel dat overheerst is dat ik mijn land word uitgeschopt." Van de vriendengroep van twaalf waar Helou mee opgroeide, zijn slechts drie mensen nog steeds in Libanon.

Ook in de omgeving van Farah-Silvana Kanaan verlaten veel mensen het land. Toch is haar situatie anders. Omdat ze ook Nederlands is, kan ze altijd vertrekken. "Dat zorgt ervoor dat ik me hier in een geprivilegieerde situatie bevind, waar ik me steeds meer voor schaam. Voorheen vroegen mensen weleens grappend: 'Wat doe je in Libanon, gekkie?' Nu is de lol er wel vanaf. Het voelt voor velen hier bijna als een belediging dat ik vrijwillig blijf. Zolang het kan, wil ik de verhalen blijven vertellen van de mensen in Libanon, zowel de positieve als de negatieve."

*Uit veiligheidsoverwegingen is de naam van Jad Helou gefingeerd. De echte naam van de geïnterviewde is bij de redactie bekend.