Waarom we niet minder, maar beter populisme nodig hebben

David van Reybrouck, schrijver en cultuurhistoricus

'Populistisch leider zijn is vandaag zo gemakkelijk. Het script is geschreven, de rancune ligt klaar, de vruchtbare bodem is klaar om ingezaaid te worden.'

Hij is filosoof en archeoloog, en pleit niet voor minder maar voor beter populisme. David Van Reybrouck (1971) schreef Pleidooi voor Populisme (2008) en Tegen Verkiezingen (2013). Hij denkt dat het essentieel is dat we onze democratie anders inrichten. Bas Heijne sprak hem voor de nieuwe Human-VPRO-serie Onbehagen, over populisme en democratie.

Populisme is protestpolitiek. Het is een vorm van politiek bedrijven die de afgelopen decennia eerst vooral op rechts, maar later ook op links is gegroeid. Populisme heeft vele vaders, maar essentieel is de groeiende kloof van een massa die zich afzet ten opzichte van de elite. En ten opzichte van wat van buiten komt, wat onderaan bungelt. Het is een politiek van de massa die zich afkeert ten opzichte van allerlei buitenstaanders.

In de jaren 60 kon je een land vergelijken met een huis. Europa was een soort straat met rijtjeshuizen, die hun eigen autonomie bezaten. Wat er in de woonkamer gebeurde, ging weliswaar door tot boven in het huis waar de bestuurders zaten, maar globalisering heeft ervoor gezorgd dat het dak van dat huis is opgelicht. Europa, een vorm van globalisering, heeft ervoor gezorgd dat veel bevoegdheden van degenen die vroeger op zolder zaten te besturen, een laag naar boven zijn opgeschoven. Moeilijk te bereiken.

Boven die Europese bestuurders is er nog een laag bijgekomen: de wereldeconomie. En daarboven de financiële economie. Dan zitten we in de stratosfeer en zelfs de exosfeer. En dáár zit nu pas de macht. Het is een beetje koud aan het worden in dat huis. En de verwarming (de klassieke sociaal-democratie, wat een vangnet vormt voor alle burgers) probeert wel te sputteren om dat huis warm te krijgen. Kom, we gooien nog een blok op het vuur, we draaien nog een hectolitertje brandstof erdoor. Maar het is niet genoeg, en de mensen die er zitten krijgen er een kil gevoel bij. Zij worden boos op degenen op zolder, die blijkbaar meer moeten luisteren naar wat er uit die wolkenmassa neerdaalt, dan naar wat er beneden speelt. En dan roepen ze van boven: 'Hak de muur nog eventjes in, dat is handiger om de kopjes suiker uit te wisselen met de buren. Goed voor de vrijhandel!

Aan de overkant van dat krakkemikkige huis is er een villa waar het lekker warm is, en je ziet de bewoners in bikini en bermuda polonaise dansen rond de salontafel. Boven de deur hangt het bordje: 'Villa Panama'. Daar zitten ze dan, de belastingontduikers. Degenen die de belastingen niet betalen, terwijl ze hier wel winst opstrijken.

En vervolgens komen er migranten, die er ook nog ergens bij moeten in dat tochtig geworden huis. Niet zo gek dat mensen in opstand komen. Politieke en economische ongelijkheid versterken elkaar. Als je ziet dat de rijksten rijker worden en op legale manier belasting ontlopen door hun geld weg te parkeren in allerlei fiscale constructies, en als je tegelijkertijd merkt dat jouw stem er eigenlijk niet zoveel toe doet, dan is het evident dat daar ressentiment groeit.

David van Reybrouck in gesprek met Bas Heijne

Individuele burgers hebben vandaag de dag nauwelijks nog macht. De belangrijkste macht is weggetrokken boven het nationale niveau, de beslissingsniveaus liggen elders. De nationale politiek is verworden tot een soort populariteitstest. En daar wordt nog steeds stennis over gemaakt, omdat de media vooral nationale media zijn. Maar de verkiezingen zijn tot spelletje verworden. Populistisch leider zijn is vandaag zo gemakkelijk. Het script is geschreven, de rancune ligt klaar, de vruchtbare bodem is klaar om ingezaaid te worden. Het is zo ongelooflijk eenvoudig. En succes gegarandeerd. Clicks op het internet, kijkcijfers op televisie, stemmen in het stemhokje, en vervolgens subsidie voor de volgende jaren om de boel nog wat verder te verzieken. Ik heb meer respect voor de populistische stemmer dan de populistische leider, waar ik zelden van onder de indruk ben. Populisme werd ooit omschreven als politiek voor gewone mensen, die wordt bedreven door ongewone mensen. Zij gaan de politiek in met een behoorlijke dosis cynisme en vaak eigen persoonlijke frustratie. Als je de biografieën van populistische leiders leest, zie je dat ze zich allemaal tekort gedaan en gefrustreerd voelen. Plotseling ontdekken ze dan een niche waarin ze populair zijn. Hoewel ze soms thema's op de agenda zetten die van belang zijn, spelen populistische leiders het spel van de democratie om de democratie uit te hollen. En dat is een ongelooflijk problematisch gegeven.

Populisme is niet noodzakelijk een gevaar voor de democratie. Het verwoordt op onhandige wijze soms een blijvend verlangen naar politieke betrokkenheid van het laagopgeleide volk. Er is niet minder, maar beter populisme nodig. Eigen aan een democratie is dat burgers zeggenschap hebben over hun samenleving, maar dat is totaal niet meer het geval. Zelfs nog minder dan vijftig jaar geleden. In naam en rituelen zijn we nog wel een democratie, maar kunnen burgers werkelijk nog verschil maken in het stemhokje? We hebben onderwijs, communicatie en informatie gedemocratiseerd. Het enige wat we niet hebben gedemocratiseerd is de democratie zelf. Eén keer in de vier jaar een bolletje kleuren, en dan is het tabee; kom aan het eind maar zeggen of we het goed hebben gedaan of niet. Tussendoor mag je wat schreeuwen op websites links en rechts, en is er nog het middenveld en de vakbond, maar je reële macht als burger is anno 2018 behoorlijk gedateerd.

Verkiezingen zijn een volkomen achterhaald model. We moeten er niet iets sacraals van willen maken. Het was een instrument, dat heeft redelijk goed gewerkt en dat zal nog een tijd lang gebruikt worden. Maar we moeten tegelijkertijd zoeken naar manieren om naast verkiezingen de burger ook te laten spreken. Het referendum is momenteel het enige alternatief. Maar dat is slechts het verruilen van stemmen voor een persoon voor stemmen voor een standpunt. Het blijft nog altijd een bolletje inkleuren in een halfdonker stemhokje. Ik wil weten waarom mensen voor of tegen een Oekraïnedeal zijn. Ik wil weten waarom mensen voor of tegen een Brexit zijn. Als je het volk echt wil laten spreken, dan geef je hen meer recht dan een bolletje te laten kleuren.