Haar initiatief Kleur is een aanjager voor meer diversiteit en inclusiviteit in de Nederlandse film- en televisiewereld. Op Mag Het Licht Aan neemt Manoushka Zeegelaar Breeveld op 19 september de presentatie voor haar rekening en brengt ze kersverse Van Praag Prijs-winnaar Hedy d’Ancona een muzikale ode. We spraken haar over revolutie, nuance en Tweede Pinksterdag. Bovendien raadt ze het boek aan dat je nu moet lezen, waarvan wij er vijf weggeven.

Laten we beginnen met het boek dat je onder de aandacht wil brengen. 

“Dat is Wees Onzichtbaar van Murat Isik. Dat boek gaat voor mij over hoe je jezelf staande houdt in een samenleving die je eigenlijk niet wil. Het is het thema van mijn leven. Ik ben in Nederland geboren maar in Suriname opgegroeid. Toen ik daarna weer in Nederland kwam, voelde ik dat ik hier thuis hoor, alleen vond en vindt niet iedereen dat.

Laatst ontstond een discussie over humor en de grenzen daarvan. De Luizenmoeder kwam uit en Ilse Warringa gaf een interview (lees hier het interview in de Volkskrant, achter betaalmuur, RL) waarin ze het had over overgevoeligheid en dat je tegenwoordig niks meer mag zeggen. Ik wil best geloven dat zij een vrouw is met haar hart op de juiste plek, maar ik weet ook voor de volle honderd procent dat ze er geen donder van begrijpt.

En ik snap dat ze het niet snapt, want ze leeft niet het leven van zoveel mensen die hier wonen en volgens haar zo overgevoelig reageren. Daarom is Wees Onzichtbaar zo goed, omdat dat boek heel invoelbaar maakt wat het betekent om anders gezien te worden. Niet anders te zijn, maar anders gezien te worden door een maatschappij, waar je denkt bij te horen.” 

De cover van Wees Onzichtbaar, het boek waarvan we vijf exemplaren mogen weggeven. Ontdek hoe je kunt winnen onderaan dit artikel.

Stephan Sanders zei in een interview met ons dat mensen van kleur zich wel goed kunnen inleven in witte mensen, omdat ze zich in deze maatschappij daartoe moeten verhouden, maar andersom is dat niet zo. 

“Je leert je met harde hand aan te passen. Als je iets voor elkaar wil krijgen of als je ergens wil komen, dan zul je wel moeten, want er is een dominante witte groep die bepaalt. Inmiddels denk ik dat mensen van kleur deze samenleving mede vormgeven.

Maar goed, als je de dominante groep bent, hoef je je natuurlijk ook niet te verhouden tot die andere groep. Het zou wel mooi zijn als ze in ieder geval moeite deden om het te begrijpen hoe het werkt en waar het vandaan komt.” 

En dus zou je voorzichtiger moeten zijn met termen als overgevoeligheid of slachtofferrol?

“Dat zijn termen die je niet eens meer zou moeten bezigen. Natuurlijk bestaat overgevoeligheid, maar je kunt niet voor iemand anders bepalen wanneer die overgevoelig is. Dat gaat niet. Je weet niet wat het betekent om je als persoon van kleur in een dominant witte samenleving staande te houden. Dus is het zaak dat je luistert naar wat we te zeggen hebben.”

Je speelt in Celia, een stuk dat gaat over de Cubaanse revolutie. In hoeverre schuilt er een revolutionair in jou?

“In de voorstelling speel ik Celia Cruz, de zangeres die vluchtte van Cuba. Daar vond een echte revolutie plaats, met wapens en ideologieën. Revolutie betekent dat er iets heel nieuws gaat gebeuren. Wat Iraida Markus-Meerzorg en ik aan het doen zijn met Kleur (download hier het manifest), is geen revolutionair iets, het is wel het opnieuw inblazen van iets wat al heel lang moest gebeuren. 

Ik vind dat we nog één keer moeten uitleggen waarom het belangrijk is dat we nieuwe verhalen vertellen. Dat er meer kleur komt voor en achter de camera. En dat de perspectieven van nieuwe Nederlanders, oftewel: mensen waar onze samenleving uit bestaat, te horen en te zien zijn. Je mag het revolutionair noemen, maar het is niet iets totaal nieuws.

Maar het is wel een strijd, en niet zo’n beetje ook. Het is frustrerend, het maakt me kwaad en verdrietig, maar gelukkig gebeuren er ook dingen waardoor ik genoeg munitie heb om door te blijven gaan.” 

Strijd, munitie; je gebruikt wel revolutionair jargon…

“Ik probeer een bepaalde mate van nuance te houden, wat niet altijd makkelijk is. Dat komt omdat ik er heilig van overtuigd ben dat je het samen moet doen. Bij een revolutie is het: Dit wil ik, hier sta ik voor en dat ga ik proberen te bereiken.

Maar ik weet ook niet precies hoe het moet, ik kan alleen maar de dingen benoemen die ik voel. Als ik dan overgevoelig word genoemd, dan probeer ik nóg een keer uit te leggen dat het geen overgevoeligheid is, maar dat het iets is dat me aangaat en wat ik niet wil. En hoe we daar samen verandering in gaan brengen.” 

Manoushka Zeegelaar Breeveld op de rode loper van het NFF in 2020. Op dit festival wordt dit jaar haar serie Over Kleur gesproken gelanceerd, die ze maakte in samenwerking met HUMAN en wat een vervolg is op Het Ongemakkelijke Gesprek, waarin mensen uit de Nederlandse televisie- en filmwereld met elkaar in gesprek gaan.

Dat verschilt met echte revolutionairen, die het bestaande omver willen werpen. 

“Of we moeten samen bedenken hoe we het omver willen werpen. Neem zwarte piet, dat kan niet meer, punt uit. Daar heb ik geen enkele verontschuldiging meer voor. Ik heb ook geen zin meer om uit te leggen waarom het niet kan, want dat is al lang genoeg gebeurd. Maar hoe krijg ik de ander zover dat hij dat begrijpt? Dat het niet weg moet omdat ik het wil, maar omdat we het samen niet meer willen.” 

Je hebt de ander nodig voor echte verandering.

“Als je samen wil leven wel, ja.” 

De Black Panther-beweging streefde naar een eigen zwarte staat, afgescheiden van de witte bevolking. 

“Ik wil geen zwarte staat. Ik vind het ook niet nodig. Maar we hebben zo’n enorme achterstand, er is zo’n disbalans, dat we wel samen moeten. Daarom ben ik enorm voorstander van 1 juli nationale vrije dag. Wat mij betreft geven we Pinksteren daarvoor op; twee dagen Pinksteren, daar kan best eentje van af, toch? 

Op het moment dat je op zoek bent naar een gemene deler voor de hele samenleving, kun je best iets inleveren, toch?! In Suriname, waar zeven verschillende bevolkingsgroepen met elkaar samenleven, is dat al gebeurd. In Suriname zijn het hindoefeest Divali en het suikerfeest van de moslims vrije dagen, waardoor Pinksteren en Hemelvaart geen nationale vrije dagen meer zijn. Die hebben ze ingeleverd daarvoor.” 

Je presenteert Mag Het Licht Aan, waar Hedy d’Ancona de Van Praag Prijs krijgt uitgereikt. Ze heeft jou gevraagd om de dag te presenteren in het Muziekgebouw in Amsterdam. Waarom is dat, denk je?

"Ik weet het niet, maar ik ben wel heel vereerd. Jaren geleden zat ze in de Raad van Toezicht van de migrantentelevisie, MTNL heette dat. Het was een belangrijk instituut, met veel te weinig geld. Bij haar afscheid daar sprak ik alles aan elkaar. Ik ontmoette haar toen voor het eerst en ik was zo onder de indruk van alles wat ze zei. Met name toen ze zei hoe belangrijk het is wat we deden bij MTNL en dat het zo leek op haar eigen werk binnen het feminisme.” 

In hoeverre herken je je in de strijd van Hedy?

“Ze zei in die afscheidsspeech dat je twee dingen kunt doen als je ergens de underdog bent. Of je accepteert het en doet je ding, rustig in een hoekje, of je laat van je horen. Ik heb het geluk dat ik kunstenaar ben en dat ik echt vind dat het mijn taak is om er iets aan te doen.

Ik kan een punt zuigen aan wat Hedy allemaal gedaan heeft in de politiek en binnen de vrouwenbeweging, maar dat strijdbare, het niet bij de pakken neer gaan zitten, dat herken ik. Het heeft altijd zin om je mond open te doen.” 

Zie je ook significante verschillen in jullie strijd?

“Het grootste verschil is dat het bij haar heel erg was toegespitst op vrouwen. Zij - en een heleboel vrouwen met haar - heeft het pad geëffend. Maar ze staat er niet de hele tijd bij stil, ze doet gewoon wat ze doet.

Zo is het ook met mijn strijd voor een gelijkwaardiger bestaan voor mensen van kleur. Zelfs in het hier en nu zijn er mensen die het plaveisel neerleggen, zodat ik kan doen wat ik doe. En dat doe ik ongetwijfeld ook voor de mensen die na mij komen.” 

Manoushka Zeegelaar Breeveld danst met wijlen Eberhard van der Laan tijdens de opening van verenigingshuis VondelCS in het Vondelpark in Amsterdam.

Maar je doet het a priori voor jezelf?!

“Mijn drijfveer is niet mijn eigen persoon, het komt altijd vanuit een gevoel van samen. Neem Kleur. Mensen noemen het een manifest, maar wij hebben tien punten geformuleerd, waarvan wij denken: Als we daar nou mee beginnen, zou er zomaar een heel ander filmlandschap kunnen ontstaan in Nederland.

En ik klink heel stichtelijk, maar ik hoop dat ik het nog ga meemaken. En als dat niet zo is, dan hoop ik dat mijn kinderen het gaan meemaken. De bedoeling is om hiermee een fundament te leggen voor de toekomst. Ik hoop niet dat iedereen dit terzijde schuift, het zijn bouwstenen voor het grotere geheel dat moet ontstaan.” 

Vaak komt het nog vanuit mensen van kleur om anderen bewust te maken van het feit dat het al zo lang ongelijk is. 

“Ik vind het van de gekke dat het vanuit mensen van kleur zou moeten komen. Het ontroert me ten diepste als een goede collega van mij, een witte vrouw, zegt dat ze moediger moet zijn. Want als je een rol hebt bij een productie is het moeilijk om te eisen dat er meer mensen van kleur meedoen. Ik heb het zelf ook. Als ik iemand zie zoals Mitchell Esajas van The Black Archives, dan denk ik bij mezelf: ik moet nog moediger zijn. Hij is een enorme inspiratie.”

Maar wat Kleur doet, is toch ook een teken van moed?

“Ik hoop het. Ik vind het in ieder geval geweldig dat zoveel mensen hun naam eronder zetten. We zijn ook echt geprezen door mensen, instellingen en omroepen dat ze de toon zo prettig vonden.

Je kunt niet de hele dag verontwaardigd en verdrietig zijn, dat gaat niet, anders heb je geen leven. Maar soms gebeuren er dingen, zoals de dood van George Floyd, waardoor je opnieuw verontwaardigd en verdrietig raakt. Die machteloosheid probeerden we om te zetten in iets waar we met ons allen wat aan hebben. Van daaruit is Kleur uit ontstaan.”

Toch is het ook dubbel: je toon aanpassen omdat je anders op je emotie wordt aangesproken. 

“Het gevaar dat je als boze zwarte vrouw wordt gezien, ligt altijd op de loer. Dus ik denk wel na hoe en wanneer ik iets zeg. Dat is niet omdat ik medelijden heb met de ander, maar omdat ik wil dat diegene hoort wat ik zeg. Ik ben altijd een genuanceerd persoon geweest en dat wil ik graag zo houden.

Ik geloof dat als je iets blijft herhalen dat het uiteindelijk een keer zijn weerslag vindt. Maar iets blijven herhalen, maakt je ook radicaal. Ik vond het vroeger heel eng om te radicaliseren, daar ben ik inmiddels overheen. Nu denk ik: ja, ik radicaliseer, deal with it.” 

Win een exemplaar van Wees onzichtbaar

Onder vrienden van HUMAN verloten we vijf exemplaren van Wees Onzichtbaar. Check de winactie hier. Reageer vóór 4 oktober 2021 om kans te maken!