Dat in de dood poëzie schuilt, blijkt klip en klaar uit het nieuwe seizoen Spoken Word Sessies, waarin acht woordkunstenaars een interpretatie geven van de dood. Dichter en schrijver Joris van Casteren verbeeldt via Stichting De Eenzame Uitvaart al jaren de verschillende gezichten van de dood. Nogal wiedes dat hij werd gevraagd om te jureren bij een gedichtenwedstrijd over de dood. “De dood is het grootste mysterie van het leven.”

Als het maar geen Candle Light wordt. Dat was één van de eerste gedachten toen Joris van Casteren werd gevraagd om te jureren bij de gedichtenwedstrijd over troost en rouw van Pal in de Stad, een initiatief dat voortkomt uit het netwerk palliatieve zorg Amsterdam en Diemen. “Een gedicht moet goed zijn van zichzelf,” zegt dichter en schrijver Van Casteren aan de telefoon. “Wanneer je moet dichten rondom een thema, is het eigenlijk al geen poëzie meer.”  

Bovendien: wie leest in Nederland überhaupt nog poëzie? “Mijn vriend Menno Wigman,” schrijft Van Casteren in het juryrapport, “een van de belangrijkste Nederlandstalige dichters, in 2018 helaas veel te vroeg ingehaald door de dood, heeft – in versvorm uiteraard – prachtig beschreven hoe zinloos het schrijven van poëzie tegenwoordig eigenlijk is: vrijwel niemand leest het nog, onverschillig klotst het leven voort.” 

Heel Holland dicht

Totdat iemand het loodje legt; dan is het meteen een ander verhaal, volgens Van Casteren. “Dan moet er ineens een versje worden gevonden. Je hoeft de overlijdensadvertenties er maar op na te slaan.” Of, zoals hij in het juryrapport schrijft: “Als er wordt gestorven, lijkt het alsof heel Holland dicht.”

Maar dat is logisch, volgens Van Casteren. “Allereerst is de dood het grootste mysterie van het leven. Daarnaast kun je met poëzie mensen tot leven wekken, je kunt ze een gezicht geven. Dus toen ik werd gevraagd om te jureren, wilde ik dat wel. Al was het alleen maar om het taboe en ongemak rondom dood en rouw te doorbreken.” 

Gelukkig werd de eerste schifting gedaan vanuit het netwerk, zodat hij niet alles hoefde te bekijken en de kwaliteit van de zeventig gedichten die hij wel te zien kreeg, “viel hem niet tegen, er zat voorwaar weinig rommel tussen.” Uiteindelijk werden drie winnende gedichten geselecteerd. 

Het gedicht van Judith Bisscheroux, één van de drie winnaars.

Voorafgaande tijd

Mensen met poëzie tot leven wekken is nu juist wat Van Casteren doet als coördinator voor stichting De Eenzame Uitvaart, waarbij verschillende dichters eenzaam gestorvenen zo gezegd naar hun graf begeleiden. Al sinds 2002 schrijven dichters een gedicht voor een gestorvene waar geen nabestaanden van zijn geen gevonden, en dragen dat gedicht ook voor bij de uitvaart. 

Door zijn werk voor deze stichting realiseert Van Casteren zich dat eenzaamheid is een epidemie die steeds krachtiger om zich heen grijpt. Hij schreef daar ook over in zijn boek Eenzaamheid. “Natuurlijk sterft iedereen alleen, dat is in wezen voor iedereen gelijk, maar sterven gaat ook over de tijd die daaraan vooraf gaat. De mensen waarmee ik mee te maken heb, liggen vaak al wekenlang dood in hun huis. Dat is toch anders dan bij jou of mij, die vaak geliefden om zich heen hebben op weg naar de dood.” 

Gemeenschappen zijn anders ingericht

Van Casteren rekent ons voor dat in Amsterdam per jaar gemiddeld vijfduizend sterfgevallen zijn. Bij ongeveer vijfhonderd daarvan moet de gemeente op zoek naar familieleden, wat ze voor het overgrote deel lukt, bij zo’n twintig sterfgevallen per jaar wordt niemand gevonden.

“Vooral dat getal van vijfhonderd is veelzeggend. Die toename van eenzame uitvaarten is het resultaat van hoe we onze samenleving hebben ingericht. Gemeenschappen zijn anders ingericht dan decennia geleden, toen mensen nog vaak in hun dorp bleven, terwijl men nu alle kanten uitvliegt. Een praatje maken is ook niet meer zo normaal, zeker niet in een stad.” 

Het gedicht van Vivian Rose, één van de drie winnaars.

Uitpuilende brievenbus

“Vaak wordt de stank als eerste opgemerkt door omwonenden,” zegt Van Casteren. “Die maken dan melding bij de politie of gemeente, ze checken of de brievenbus al een tijd niet is geleegd. Dat is vaak wel een signaal.” 

De politie gaat naar binnen om vast te stellen of er sprake is van een natuurlijk overlijden of niet. Het lichaam wordt naar het gerechtelijk laboratorium in het VU-ziekenhuis gebracht, waar wordt uitgesloten dat de persoon vergiftigd is. Daarna wordt de woning vrijgegeven en kan de speciale afdeling van de gemeente met een team naar binnen. Die afdeling zoekt naar aanwijzingen van mensen die in kennis kunnen worden gesteld en de uitvaart willen regelen.

Het gedicht van Gerard Scharn, één van de drie winnaars.

Poule des Doods

Zo’n vijfhonderd keer per jaar doet de gemeente dit dus in Amsterdam. Daarnaast zoeken ze naar bezittingen, zodat de uitvaart bekostigd kan worden. Maar meestal zijn die er niet, een uitzondering als mevrouw E. uit Buitenveldert die meer dan een miljoen nalaat daargelaten, en vinden ze vaker schulden, volgens Van Casteren. Zijn nabestaanden onvindbaar, dan wordt Van Casteren op de hoogte gesteld dat een eenzame uitvaart ophanden is. 

Zo’n twee keer per jaar schrijft Van Casteren zelf een gedicht bij een eenzame uitvaart. “Ik ben gedebuteerd als dichter, dus dat ligt me ook na aan het hart. Af een toe word ik op een bepaalde manier geraakt door de persoon waar ik ben, dat ik het zelf ga doen. Het moet wel bij me passen, zo gezegd. Maar anders kijk in onze Poule des Doods en zoek daar naar de geschikte dichter."