Institutioneel racisme, etnisch profileren, het wegwuiven hiervan en de grote onwetendheid hierover zijn een ding in Nederland. Aangewakkerd door de protesten onder de vlag van Black Lives Matter na de dood van George Floyd doen ook wij aan (zelf)onderzoek naar systemisch racisme. Dit keer met sociaal en cultureel antropoloog Francio Guadeloupe.

Urban popular culture; dat zijn de drie belangrijkste woorden in dit verhaal. Niet alleen omdat Francio Guadeloupe, antropoloog aan het KITLV-KNAW en de Universiteit van Amsterdam, daar al tientallen jaren onderzoek naar doet, vooral omdat ze over een paar generaties ervoor zullen zorgen dat je huidskleur of etniciteit niet meer in grote mate bepaalt of je voor Nederlands wordt aangezien. “Niet dat iedereen elkaar dan opeens aardig vindt,” zegt Guadeloupe. “Het zal nooit een shangri-la van harmonie worden, maar steeds minder mensen zullen vragen: ‘Waar kom je vandaan?’ Het is eerder: ‘Ik mag je nog steeds niet, maar je bent tenminste van hier’.” 

Stedelijke populaire cultuur dus. Cultuur die voortkomt uit de wijken in steden en die zich in een aantal generaties als een olievlek over het land uitbreidt. Ter illustratie:  Hiphop ontstond in de jaren zeventig in The Bronx in New York in de VS, waar een conservatieve wind waaide en tegelijkertijd een economische crisis woedde. De muziekstroming, die een stem gaf aan een lagere sociale klasse, heeft zich in pak ‘m beet dertig jaar vanuit de underground opgewerkt naar de meest populaire muziekstroming in de hitlijsten.  

Hieronder zie je een van de eerste hiphop-platen, waarin veel facetten van de urban popular culture alsmede de veerlzijdigheid van de deelnemers te zien zijn. 

Universeel vanaf het begin

“In de wijken van New York had je veel mensen uit de Caraïben, zoals DJ Kool Herc en Grandmaster Flash,” zegt Guadeloupe. “Deze jongeren kwamen in aanraking met Latijns-Amerikaanse en Afro-Amerikaanse jongeren die daar al woonden. Samen bouwden ze aan een nieuwe stedelijke cultuur, die net zo goed Caribisch als Latijns-Amerikaans als Afro-Amerikaans is. Bovendien was de apparatuur vaak Aziatisch, in die zin was hiphop universeel vanaf z'n geboorte.” 

Om maar aan te geven dat hiphop niet om huidskleur draait. Je hoort erbij, niet omdat je er op een bepaalde manier uitziet, maar omdat je probeert de kunstvorm onder de knie te krijgen. “Afrika Bambaataa heeft het niet voor niets over Peace, Love, Unity And Having Fun,” zegt Guadeloupe. “Je bent op straat, de vibe is goed, je laat zien dat je het kan: rappen, breakdancen of graffiti spuiten en je krijgt respect."

Maar dat geldt ook in de salsascene, die net zo goed onderdeel is van de stedelijke cultuur. "Ik kan er nog zo cool uitzien, maar als ik niet kan dansen, danst niemand met me. Met andere woorden: je hoort erbij op basis van je vaardigheid, dat maakt je authentiek. En dat is geen authenticiteit die gegeven is, of waarmee je wordt geboren, maar eentje die je kunt bereiken.” 

De contouren van het andere Nederland worden zichtbaar in de jaren tachtig.

Ander gezicht van Nederland

In Nederland verscheen volgens Guadeloupe in de jaren tachtig deze stedelijke cultuur al even aan de oppervlakte, door het succes van het Nederlands elftal van toen, met spelers als Rijkaard, Gullit, Winter, Roy, Vanenburg en Silooy.

“Dat elftal stond symbool voor een ander gezicht van Nederland, dat zich aan het ontvouwen was,” zegt Guadeloupe. “In de wijken in de Nederlandse steden woonden jongeren waarvan de ouders uit Suriname, de Antillen, Turkije en Marokko kwamen, die samen leefden met de rozehuidige Nederlanders, wiens ouders en grootouders hier al een tijdje waren. Op dat moment waaide hiphop over uit Noord-Amerika en speelde men voetbal op de pleintjes. Deze stedelijke cultuur groeide flink in de jaren tachtig, negentig en zero’s, en brak door in de mainstream via Spotify, YouTube en een radiozender als FunX. Inmiddels is het alom tegenwoordig.”

De multi-etniciteit van de BLM-protesten in Nederland was onontkoombaar.

Niemand kijkt naar de wijken

Als het aan Guadeloupe ligt, moeten we als het over structureel racisme gaat in Nederland, de strijd ertegen en nieuwe alternatieven, het veel vaker hebben over deze urban popular culture.

“Wat velen doen, is kijken naar Nederland vanuit het perspectief van de erfenis van slavernij en kolonialisme. Allemaal belangrijk, maar bijna niemand kijkt wat er gebeurde in de wijken in Amsterdam, Rotterdam, maar net goed in Helmond en Venray. Overal ontmoetten jongeren elkaar, of dat nou bij hiphop-evenementen was of in de salsa-scene. Al deze dingen hebben Nederland veranderd, getransformeerd.

"De reden dat zoveel jongeren van verschillende achtergronden na de dood van George Floyd de straat opgingen om te protesteren voor Black Lives Matter, was omdat zij al lang begiftigd zijn met de urban popular culture. Veel van de mensen die protesteren, weten volgens mij niet eens wie Mitchell Esajas of Quincy Gario zijn, maar kennen wel Frenna en Ronnie Flex.” 

Het N-woord

Zaterdag 31 oktober wordt een drieluik boeken gelanceerd in Rotterdam over slavernij, kolonialisme en (anti-)racisme in de stad. Francio Guadeloupe stelde samen met Paul van de Laar en Liane van der Linden één van de drie boeken samen: Rotterdam, Een Postkoloniale Stad In Beweging.

“Het gaat over een realiteit die je niet vaak terugziet of hoort in het publieke debat,” zegt Guadeloupe. “Hiphoppers en spoken word-artiesten vertellen over hun realiteit, levend in Rotterdam. Een schrijver als Abdelkader Benali schrijft over de Kruiskade en zijn ervaringen daarmee. Je leest over studenten hoe zij het hebben ervaren om uitgescholden te worden met het N-woord. Maar er zijn ook artikelen over de verantwoordelijkheid die musea hebben met betrekking tot het koloniaal verleden.”

Het boek is een verzameling perspectieven en ervaringen op Rotterdam, van wetenschappers, artiesten en professionals zoals maatschappelijk werkers. Daardoor is er ook ruimte voor conflict, volgens Guadeloupe. "Want sommige mensen zeggen dat het wel goed gaat, terwijl andere mensen zeggen dat er belangrijke dingen zijn die opgelost moeten worden."

Zomercarnaval in Rotterdam.

Onderdeel van de brassband

Een voorbeeld van dit dualisme is het verhaal over Chinezen in de stad. Toen zij in de jaren twintig en dertig naar Rotterdam kwamen, werden ze gediscrimineerd en omdat ze daarom geen baan konden vinden, zijn ze restaurants begonnen. Zij hebben Babi Pangang tot cultureel erfgoed van Nederland gemaakt, het is voedsel dat is ontstaan in Rotterdam, net zoals de Kapsalon dat is. “Je moet ze allebei erkennen,” zegt Guadeloupe. “Je kunt niet zeggen dat Rotterdam nog altijd een verschrikkelijke racistische plek is, maar evenmin kun je zeggen dat Rotterdam een prachtige plek is. Het is een mix van deze twee.”

In het boek is volop ruimte voor urban popular culture. “Neem zoiets als het Rotterdamse carnaval,” zegt Guadeloupe. “Dat geluid was, is en blijft Caribisch en dat doet iets met een stad. Het zorgt ervoor dat je kunt integreren met een sound, in plaats van als persoon. Deze sound in deze stad; daar wil men onderdeel van zijn. Als je het op die manier aanvliegt, maakt het niet meer uit wie je bent of hoe je eruit ziet, je wil gewoon onderdeel zijn van de brassband.” 

Wat gaan we nu doen?

Op de Antillen - Guadeloupe komt van Aruba - is het onmogelijk om niet geconfronteerd te worden met slavernijverleden en kolonialisme. “Je wordt ermee geboren,” zegt Guadeloupe. “Je weet dat je voorouders ergens anders vandaan kwamen en daar kun je op drie manieren over praten. De eerste is: ‘Mijn voorouders waren slaven’. Een ander zegt: ‘Mijn voorouders zijn tot slaaf gemaakt’. De derde, en dat heb ik geleerd van mijn grootmoeder, zegt: ‘Ik stam af van mensen die elke dag vochten om geen slaaf te zijn’. Dat is hoe kijk ik naar de zaak, hoe mensen vechten om geen negatief label te accepteren. Elk moment, dat ze weerstand konden bieden, hebben ze aangegrepen.”

Volgens Guadeloupe werd slavernij, ondanks de officiële afschaffing in 1863, in de Caraïben en Cuba en Brazilië pas echt afgeschaft rond 1900. “Als je ziet wat we sindsdien hebben bereikt, in minder dan 150 jaar. Tuurlijk zijn we er nog niet, omdat je raciale ongelijkheid volledig moet uitroeien, maar je mag ook vieren wat allemaal is bereikt. Dat geeft energie. Dat is ook wat ik zeg tegen mijn studenten. ‘De meeste van jullie voorouders zijn als stront behandeld, de mijne ook. Jouw voorouders kregen een heel klein beetje betaald om als stront te worden behandeld, de mijne kregen niks. De vraag is: wat gaan we nu doen? Gaan we elkaar aankijken en zeggen: ‘Oh, we zijn zo verschillend’. Of kijken we elkaar aan en zeggen: ‘Hoe zorgen we ervoor dat dit nooit meer gebeurt?’” 

Graffiti in Queens, New York.

Transformeren naar een goed leven

Dat maakt Guadeloupe tot de antropoloog die hij is, in plaats van een historicus. "Ik onderzoek niet wat er in de archieven staat en wat allemaal is gebeurd in het verleden. Ik onderzoek hoe mensen transformeren om een goed leven te leiden. Ik doe onderzoek naar populaire cultuur, omdat die personen versterkt.

"Ze hadden geen educatieve instellingen om verhalen te vertellen, dus gebruikten ze kunst om een ander verhaal te vertellen. Een deel van dat verhaal gaat over henzelf, hoewel de urban popular culture nooit heeft geclaimd dat het een anti-racistische kunstvorm is. Het is juist en open kunstvorm, laagdrempelig, gratis en iedereen mag meedoen. Wat mij betreft verklaart dit precies waarom het anti-racisme in Nederland een multi-etnische aangelegenheid is.”