Hoe maak je een film in een verzorgingshuis waar corona is? Met deze vraag worstelde maker Anne-Marieke Graafmans bij het maken van haar nieuwe documentaire: Zie je me? Hoor je me? Het eindresultaat is een film die vrijwel volledig gedraaid is met een webcamkar, waar de emotionele gesprekken tussen de ouderen en de families en de werknemers met hun leidinggevende centraal staan.

Anne-Marieke Graafmans (1975) begon haar carrière als verpleegkundige op de spoedeisende hulp. In 2011 studeerde ze af aan de Nederlandse Filmacademie en werd haar eerste lange film Volgens Protocol, over verpleegkundigen in de meldkamer van 112, genomineerd voor een Gouden Kalf. In 2017 werkte ze aan de film Roze Wolk, over postnatale depressies.

Naast het maken van documentaires is Anne-Marieke nog altijd werkzaam in de gezondheidszorg en studeerde ze vorig jaar af als Physician Assistent huisartsengeneeskunde. Aan dezelfde opleiding geeft zij regelmatig les en is ze reanimatie-instructeur.

Graafmans' nieuwste film speelt zich af tijdens de eerste coronagolf in maart 2020. Verpleeghuizen in ons land werden afgesloten van de buitenwereld, net als het Hendrickszhuys in Amsterdam. Vaste bezoekjes van vrienden en familie, waar bewoners naar uitkeken, werden verboden. Ook de manager van het verzorgingshuis moest vanuit huis werken. Vanwege haar gezondheid was het een te groot risico om naar binnen te gaan.

Om te voorkomen dat het contact met de bewoners en het personeel zou verdwijnen, werd door Anne-Marieke en haar partner en cameraman Joost van Herwijnen een webcamkar gebouwd, om zo op een veilige manier contact te houden met de buitenwereld.

Het team maakt gebruik van de webcamkar om te vergaderen met locatiemanager Linda Fokke.

Waar kwam het idee vandaan om hierover een documentaire te maken?

''Ik werkte in het verzorgingshuis als physician assisstant voordat ik met deze film begon, waardoor ik de bewoners goed ken. In maart kregen ze bericht dat alles ging sluiten. Toen dacht ik: Ja, maar dat is verschrikkelijk. Iemand die dementerend is of Parkinson heeft, kun je niet ineens duidelijk maken hoe een mobiele telefoon werkt. Het ging mij aan het hart: hoe gaan zij communiceren? Hoe zorgen ze dat die lijn naar de buitenwereld openblijft? Toen ontstond het idee om daar iets mee te doen.''

Waarom wilde je dit verhaal vertellen?

''Ik wist dat we een belangrijk verhaal te vertellen hadden. Ik voelde op het moment dat de lockdown kwam dat dit het jaar is dat de geschiedenisboeken ingaat, waar ik later aan mijn kleinkinderen over vertel dat we niet naar buiten mochten. Het is natuurlijk heel raar dat je je vrijheid moet beperken.

Dat is makkelijker als je jong bent: we kunnen werken, snappen hoe computers werken en we ondernemen veel met elkaar. Maar wanneer je als als oudere in een verzorgingshuis zit en je vrijheid wordt beperkt, dan wordt getornd aan je autonomie, je wilsbeschikking en het recht om je eigen beslissingen te maken. Ik hoop met deze film daar op een open manier met elkaar over te praten.

Ik wil niet alleen laten zien hoe het in dit verzorgingshuis eraan toeging. Ik wil ook met elkaar kijken naar hoe wij met ouderen omgaan. In crisistijd worden altijd fouten gemaakt, maar ik vind wel dat we er achteraf over in gesprek moeten gaan en erop letten wat de volgende keer beter of anders kan. Als je niet had besloten om de verzorgingshuizen dicht te gooien, waren nog meer mensen overleden. Maar door alle maatregelen was er geen tijd en ruimte voor de begeleiding van de laatste fase van het leven van de bewoners.''

Een moeder legt via de webcamkar contact met haar drie zoons.

Voor deze film koos je ervoor om alles te filmen met een ‘webcamkar’, waarom?

''Door corona werd het ons onmogelijk gemaakt om met een cameraploeg naar binnen te gaan. Mijn man is cameraman en kwam door de pandemie ook thuis te zitten. We hadden het huis vol staan met apparatuur en toen zei ik: 'Kunnen we niets iets aan elkaar knopen waardoor we de communicatie in stand blijven houden?' Na het testen van de kar dacht ik dat we die gesprekken zouden kunnen opnemen om later een documentaire te maken.'

De ouderen hoefden niks te doen, geen knopjes aan te raken of een verbinding tot stand te brengen. Je rijdt de kar naar binnen en de familie belt met vader, moeder, vriend of vriendin. Dit hadden we besproken met het verzorgingshuis en dat het onze wens was om de gesprekken op te nemen. Bijna iedereen gaf toestemming.''

Is het niet gek om als regisseur daarmee de regie van je film deels uit handen te geven?

''Ja, dat is gek. Normaal gesproken ga je eerst op onderzoek uit en zoek je bijpassende hoofdpersonen waarmee je een band opbouwt. De band met de medewerkers had ik al, met de bewoners kwam dat naar verloop van tijd. Ik heb ze, samen met hun familie, meegenomen in ieder stapje van het proces, waardoor die band met hen ook is gegroeid.

Het was heel spannend omdat ik niet wist welke kant het verhaal op zou gaan. Bij het zien van de eerste beelden waren we vooral blij dat mensen contact hadden en er bijzondere gesprekken ontstonden. Op een gegeven moment realiseerde ik hier geschiedenis werd geschreven en dat het een belangrijke vertelling zou worden.''

Locatiemanager Linda Fokke moet noodgedwongen haar team op afstand sturen.

Hoe overbrug je de afstand die je hebt tot de hoofdpersonen?

''Om zelf niet naar binnen te mogen vond ik best pittig, maar tegelijkertijd vond ik het ook indrukwekkend om het op deze manier mee te maken. Ik zag collega’s die in een hele heftige situatie moesten werken. Ik zag familieleden met intens veel verdriet, bewoners die ziek of verward raakten en niet begrepen wat er nou aan de hand was. Het zwaarst was om de medewerkers te zien en hoe ontzettend hard zij moesten werken. En nog steeds werken, want het is nog niet voorbij. Het blijft maar doorgaan.

Ik merk ook dat, nu de film klaar is, de verhalen los komen. De meeste medewerkers zijn maar doorgegaan en hebben hun emoties moeten parkeren. Zo ook de familieleden van de bewoners die nog steeds aan het rouwen zijn, omdat je op zo'n gekke manier afscheid hebt moeten nemen van je vader of moeder. Ja, dat is verschrikkelijk.''

Merkte je dat de mensen anders reageerden omdat alleen met een webcam werd gefilmd?

''Bij het maken van documentaires probeer ik zo min mogelijk in te dringen in een situatie, maar op het moment dat je daar als regisseur, cameraman en geluid nog bijstaat, dan zijn mensen niet meer volledig zichzelf.

We hebben van tevoren veel gecommuniceerd met iedereen om ze op tijd bewust te maken van de kar. Op een gegeven moment blijkt toch dat ze het niet meer door hadden. Dat maakte de beelden dus ontzettend kwetsbaar. Dus ja, echter dan dit kun je het bijna niet maken.''

Wanneer ze (links) een lintje ontvangt van de burgemeester, videobellen de twee vriendinnen met elkaar.

Welk moment heeft jou het meest geraakt?

''Toch wel de momenten van afscheid en de laatste gesprekken die de bewoners hadden. Tegelijkertijd ook de momenten waarbij het team met elkaar veel plezier heeft en de humor die de familieleden hebben om toch maar weer door te gaan. Het is mooi om te zien hoe ongelooflijk veerkrachtig en sterk iedereen is.''

Wat hoop je dat mensen uit deze film halen?

''Ik hoop dat er een gesprek op gang komt over de onderwerpen en thema’s, omdat mensen kunnen zien hoe het daar binnen was. Dat het mensen ook wat kracht kan geven. Ik zie deze film als een ode aan de zorgmedewerkers, bewoners en families. Ze verdienen het.

Ik hoop ook dat mensen die de film hebben gekeken zich daar bewust van zijn en dat we met elkaar realiseren: dit willen we niet meer. Het einde is in zicht, het valt allemaal niet mee. Als we nu nog even doorzetten, en rekening houden met elkaar dan komen er weer betere tijden.''

Oma (links) videobelt met haar kleindochter (rechts) via de webcamkar.

Kijk de 2Doc: Zie je me? Hoor je me? op woensdag 23 december om 23:30 uur op NPO 2, of stream nu al op NPO Start.