Onze publieke opinie lijkt steeds meer gepolariseerd, maar is dit echt zo of hebben we het over een angstbeeld? En hoe dragen politiek en media bij aan die gepolariseerde opinies? We vroegen het aan Daan Roovers, de Denker des Vaderlands die aan de Universiteit van Amsterdam publieke opinie onderzoekt.

“Het eerste deel van mijn promotieonderzoek begint met een analyse van de geschiedenis: wanneer werd er het eerst gesproken over publieke opinie? Dit begint in de achttiende eeuw, de filosoof Jean-Jacques Rousseau was één van de eersten die de term gebruikte. Tot dan toe had de term zoiets betekend als ‘reputatie’, de opvatting die anderen van je hadden. Maar bij Rousseau begint het idee dat publieke opinie de basis moet zijn voor politieke beslissingen en wetgeving.

In 1962 kwam Jürgen Habermas met zijn onderzoek naar het ontstaan van het publieke domein in de achttiende eeuw in kranten en koffiehuizen. Dat waren plekken waar opvattingen werden uitgewisseld onder het publiek. Publieke opinie werd een kritische macht in de samenleving om politieke ontwikkelingen te controleren en bediscussiëren.

De meest gedreven teksten over publieke opinie zijn van onderzoeksjournalist Walter Lippmann, uit het begin van de twintigste eeuw. Hij was zelf werkzaam in de journalistiek en zag het als zijn taak om het publiek zo goed mogelijk te informeren. Maar hoe doe je dat in een wereld die door het bereik van massamedia steeds groter wordt? Door tijd- en ruimtegebrek moet een journalist de werkelijkheid altijd noodgedwongen simplificeren. Hoe zorg je dat het beeld dat je overbrengt toch correct is?

Lippmann was wel kritisch over de publieke opinie. Hij was zeer geïnteresseerd in psychologische theorieën van zijn tijd en meende dat mensen zich sterk laten leiden door stereotypen. Kunnen wij de wereld onbevooroordeeld zien? Of hebben we eerst oordelen en zien we die dan terug in de werkelijkheid? Als je het vooroordeel hebt dat vrouwen niet ambitieus zijn, dan zul je dat overal bevestigd zien.

Lippmann schreef zijn belangrijkste werk 'Public Opinion' tussen de twee Wereldoorlogen in, en was politiek zeer betrokken. Hij wilde de democratie versterken, maar zag ook: een democratie stelt heel hoge eisen aan de burgers, die moesten immers goed geïnformeerd zijn. Hoe krijgen we dat voor elkaar? De burger moest weten wat er in binnen- en buitenland gebeurde, ze moesten de krant kunnen lezen en weten dat het klopt wat er staat. Kunnen we dat wel van de burgers verwachten? De media spelen volgens hem een belangrijke rol om de burger daarin te helpen.

Tekst loopt door onder afbeelding

Denker des Vaderlands Daan Roovers

Van een genormaliseerde mening naar uitersten

In de jaren zeventig en tachtig stelde Elisabeth Noelle-Neumann in haar boek ‘The Spiral of Silence’ dat publieke opinie een sterk normaliserende kracht heeft. In die periode wordt publieke opinie beschreven als ‘de mening van de meerderheid’ van de mensen, en de andersdenkenden passen zich aan. Die laten zich niet uit, die gaan ondergronds en zwijgen, vandaar de titel.

Mijn hypothese is dat de publieke opinie nu, in de 21ste eeuw, niet meer gedreven wordt door die sterk normaliserende kracht. Het Sociaal Cultureel Planbureau heeft in het onderzoek Burgerperspectieven 2019 vastgesteld dat mensen tegenwoordig het idee hebben dat de opvattingen in de samenleving steeds meer gepolariseerd raken; dat de meningen steeds verder uiteenlopen. Tegelijkertijd heeft het SCP in datzelfde rapport onderzocht of de opvattingen van mensen daadwerkelijk steeds extremer worden, maar dat blijkt niet zo te zijn.

Het voorbeeld dat ze aanhalen gaat over vluchtelingen. De meeste mensen, blijkt uit dat onderzoek, denken tamelijk genuanceerd over vluchtelingen, en nemen een beetje een middenpositie in. Toch denken veel mensen dat ze in een debat steeds fermer hun standpunt moeten innemen. Dat ze partij moeten kiezen en een meer extreme opvatting zouden moeten hebben.

"We hebben last van opiniedruk: mensen ervaren de druk om een extremer standpunt in te nemen dan dat ze in feite hebben."

Daan Roovers

We lijden aan opiniedruk

Waar publieke opinie in de jaren zeventig, tachtig en negentig mede werd gevormd door een normaliserende kracht, lijkt de publieke opinie nu meer op een veld met twee magnetische polen. Het publieke debat stond decennia geleden in het teken van matiging, nu zijn we aan het aanscherpen. We hebben last van ‘opiniedruk’ – zoals ik dat noem: mensen ervaren de druk om een extremer standpunt in te nemen dan dat ze in feite hebben.

Deze ontwikkeling houdt zeker verband met de digitalisering van de publieke sfeer. Op internet hebben we te maken met algoritmes waardoor alles wat aandacht krijgt groter wordt en opinies die extremer zijn, meer aandacht krijgen dan gematigde opinies. En door de commercialisering van de discussieplatforms online wordt er geld verdiend aan die extreme opvattingen. De digitalisering heeft polarisatie tot gevolg, omdat het een verdienmodel is. En de reguliere media doen daar dan weer braaf verslag van.

Je kunt je afvragen of er nu echt een probleem is met polarisatie, als mensen verwoorden dat ze het gevoel hebben dat de samenleving polariseert, terwijl tegelijkertijd blijkt dat de opvattingen niet echt extremer worden, zoals het SCP vaststelt. Ik vrees dat het een selffulfilling prophecy is. En dat opvattingen komende jaren geleidelijk verder zullen polariseren door de middelpuntvliedende dynamiek van het publieke debat.

Al kan het ook een andere kant op gaan, en dat lijkt me evenzeer slecht nieuws: dat er vervreemding optreedt. Dat veel mensen zich niet meer herkennen in de mainstream media, omdat ze vooral de extremen laten zien. Mijn hypothese is daarom dat de media in hun poging een groot publiek te bereiken, door de radicale opvattingen niet te schuwen, deze standpunten juist overbelichten en daardoor hun publiek op den duur verliezen.

"Door het portretteren van de extremen, verliezen de media hun publiek."

Daan Roovers

Burgerparticipatie als middel tegen polarisatie

In mijn werk als Denker des Vaderlands ben ik hier dagelijks mee bezig. Ik probeer fikkies en relletjes te vermijden. Ik ben namelijk ook deel van de publieke opinie. In een gesprek of een discussie probeer ik niet zozeer mijn eigen opvattingen naar voren te schuiven, maar de dynamiek in het debat te benoemen. 

De belangrijkste vraag rondom publieke opinie is: hoe zorgen we er voor dat politiek en beleid beter aansluiten bij de opvattingen die er in de samenleving zijn. Dat was ook de vraag van Rousseau, en ik zie daar ook nu wel een probleem. Hoe zorgen we dat mensen zich gehoord weten en betrokken voelen?

Het klimaatdebat is een prachtig voorbeeld. Onze regering gaat uitgebreid in gesprek met bedrijven en allerlei belanghebbenden. Die mogen dan in lange vergaderingen hun belangen over tafel leggen en verdedigen. Op basis van die economische belangen sluit men een akkoord. Maar jij en ik moeten uiteindelijk de rekening betalen en wij spelen in de gesprekken geen enkele rol. Het lijkt mij zeer belangrijk dat er meer burgerparticipatie is.

Uit onderzoek blijkt dat je om polarisatie tegen te gaan een paar dingen kunt doen. Bijvoorbeeld mensen in contact brengen met andere standpunten, buiten hun bubbel. Ten tweede niet alleen extremen tegenover elkaar zetten, maar ook het midden erbij betrekken, de minder uitgesproken mensen. En, ten derde, een gezamenlijke context creëren. Niet alleen online maar juist face-to-face, zodat je niet alleen standpunten uitwisselt, maar elkaar ook leert kennen. Het liefst geef je een groep mensen een opdracht om iets gezamenlijk op te lossen, een vraagstuk uit de lokale politiek bijvoorbeeld. Zo zou je polarisatie kunnen tegengaan.

Tekst loopt door onder afbeelding

Voorstanders van de abortuswet, die abortus legaal maakt in Ierland, vieren het succes van het referendum op 26 mei 2018.

Niet per se de grote monden

In Frankrijk is een interessant experiment gaande met een directe vorm van democratie, volgens het model dat David van Reybrouck beschrijft in zijn boek ‘Tegen verkiezingen’. President Macron heeft een groep van 150 willekeurig gelote burgers aangesteld om klimaatmaatregelen te ontwerpen. Dat zijn dus niet per se de grote monden, of de economisch belanghebbenden, zij komen uit alle lagen van de bevolking. De voorstellen die daaruit komen worden vervolgens aan het parlement voorgesteld of in een referendum voorgelegd.

Op diezelfde manier heeft Ierland twee jaar geleden de abortuswet aangepast, door een groep willekeurig gelote burgers een nieuw wetsvoorstel te laten schrijven. Dat voorstel is in een referendum voorgelegd aan de bevolking en met grote meerderheid aangenomen – terwijl de opvattingen over abortus in Ierland zeer ver uiteenlopen! Ik ben ervoor om meer van dit soort experimenten te starten. Op deze manier sluit de publieke opinie meer aan bij de politieke macht, dat was precies waar het Rousseau om te doen was.”