'Klimaatontkenners schenden mensenrechten'

, Jules Ruijs (leestijd: 3 minuten)

Door te zeggen dat klimaatverandering niet plaatsvindt, ontken je de impact die het heeft op het leven van mensen. En die impact is groot, zeker op kwetsbare groepen, vertelt Eco Matser, wereldwijd programmamanager Energie, Klimaat en Ontwikkeling bij NGO Hivos. "Nederland doet echt te weinig voor een land dat zo'n fan zegt te zijn van mensenrechten."

Matser ziet de problemen met eigen ogen. Namens Hivos werkt hij onder meer aan duurzame energie op het eiland Sumba in Indonesië, en aan innovatie op het gebied van duurzame energie in Tanzania. Hij merkt dat het brengen van duurzame energie als katalysator werkt voor een bredere ontwikkeling en de mogelijkheden vergroot voor mensen om hun situatie zelf te verbeteren. 

"De problemen die klimaatverandering opleveren zijn groter dan alleen droogte en extreme weersomstandigheden," vertelt Matser. "De armoede die volgt leidt tot stress in overheidssystemen en sociale contexten en daardoor komen allerhande rechten en democratische procedures onder druk te staan. Bijvoorbeeld als bewoners gedwongen worden te verhuizen omdat hun buurt risico loopt op overstroming. 

"Als je dat weet, en je ontkent klimaatverandering, dan ondergraaf je de rechten van de mensen die worden geraakt. Je ontkent iets dat cruciaal is voor de bescherming van mensenrechten."

Hoe groot is de noodzaak om te handelen?

"De noodzaak is heel groot. Om klimaatverandering te voorkomen moeten we drastische maatregelen nemen. Als we dat niet doen, moeten we óók drastische maatregelen nemen om de schade op te vangen. Juist als we niet op tijd handelen kan dat ook leiden tot aantasting van mensenrechten, of verdere ongelijkheid. Hogere woonlasten voor slecht geïsoleerde woningen bijvoorbeeld.

Wat we ook doen, de klimaatverandering is er en zal alleen maar groter worden. We moeten bij het omgaan met die veranderingen een benadering kiezen, waarbij we oog hebben voor mensenrechten. Daarvoor heb je een beleid nodig dat gericht is op de langere termijn. Tegelijkertijd moet je de rechten en sturingsmogelijkheiden van mensen vergroten."

Hoe staan we er nu voor?

"Op dit moment benaderen we het probleem als een marktprobleem. We laten veel over aan de private sector en de vrije markt. Maar uiteindelijk gaat de industrie altijd voor winst. Dat is logisch en niet per se slecht. Maar zolang je met kolen meer kan verdienen dan met zonnepanelen, moet je als maatschappij wel bijsturen. 

Bij de projecten van Hivos werken we aan energietoegang voor mensen in afgelegen gebieden. De kosten voor het aanleggen van een netwerk in die afgelegen gebieden zijn vaak veel hoger dan de kostprijs van de energie. Daar is dus geen geld te verdienen. Het is sneller en goedkoper om die plekken ter plaatse te voorzien van duurzame energie dan ze aan een kolencentrale in het midden van het land te koppelen. De mogelijkheid om te kiezen voor deze duurzame en goedkope oplossing is ook een recht.

Toen de infrastructuur in Nederland werd aangelegd, gebeurde dat vooral op sociale grondslag. De boer op het 'verre' platteland moest ook een lampje kunnen laten branden, was de gedachte. We zagen het als een nutsvoorziening. Dat is nu allemaal geprivatiseerd. In de stad is dus aan een nieuwe aansluiting wel geld te verdienen, maar in het buitengebied niet. Dat schaadt de solidariteit en vergroot ongelijkheid."

Tekst gaat door na afbeelding

Eco Matser

Hoe belangrijk is zulke solidariteit?

"Deze solidariteit hebben we op veel gebieden nodig, niet alleen op nationaal niveau. We hebben bijvoorbeeld bij de Verenigde Naties afgesproken dat rijke landen geld uittrekken voor armere landen om klimaatmaatregelen te kunnen nemen en zo klimaatschade te compenseren. Maar je ziet dat rijkere landen vooral geld lenen aan landen die daadwerkelijk kunnen terugbetalen. Landen waar de nood het hoogste is, komen als laatste aan bod.

Veel kwetsbare groepen worden hard geraakt door de gevolgen van klimaatverandering. De zwakke groepen krijgen vaak de hardste klappen. De vervuilende industrie, en de drukke, vervuilende wegen liggen vaak in gebieden met een lagere sociale klasse. In Amerika vaak ook dichtbij wijken met een overwegend zwarte bevolking. Dit is natuurlijk niet een wet van Meden en Perzen, maar die relatie zie je in onderzoeken wel terug.

Denk ook aan het afschaffen van subsidie op benzine in Ecuador, wat de overheid na hevige protesten heeft teruggedraaid. Met dat afschaffen tref je armeren harder dan rijkeren. Je moet dus zorgen dat je maatregelen niet eenzijdig op het bordje werpt van de zwakste groepen. Met een verschuiving van subsidies in plaats van afschaffing kan je de kloof verkleinen, in plaats van vergroten. Bijvoorbeeld door subsidie op energie te verlagen, maar tegelijkertijd ook minder belasting te leggen op de laagste inkomens."

Wie moet daarin het voortouw nemen?

"Ik heb jarenlang in het politieke domein van Nederland en Europa gewerkt. Daar zag ik altijd een wisselwerking tussen politiek en maatschappij. Mensen werken gewoon door aan ontwikkelingen, ook als bijvoorbeeld Trump zich terugtrekt uit het Klimaatakkoord. En ook de industrie werkt door aan oplossingen.

Maar dat is niet genoeg. De politiek moet richting geven. Nederland doet dat echt te weinig voor een land dat zo'n fan zegt te zijn van mensenrechten. We zijn één van de rijkste landen ter wereld en zouden echt voorop moeten lopen.

Gelukkig zie je wel dat burgers zich inzetten. We kunnen het probleem niet vandaag oplossen, maar als we met z'n allen de juiste stappen zetten, groeien we er naartoe. Je ziet dat mensen gewoon plezier hebben in het aanschaffen van hun eigen zonnepanelen. Mensen bedenken ook zelf oplossingen. De overheid moet daarbij aansluiten en zorgen voor een adequaat beleid dat zorgt voor perspectief op de lange termijn, voor mensen en bedrijven. En passant  bescherm je dan wereldwijd ook nog eens de mensenrechten."

Ook Nederlandse overheid schendt mensenrechten

In 2015 startte Urgenda de ‘Klimaatzaak’. Urgenda vindt dat de Staat meer moet doen tegen de uitstoot van broeikasgassen. Eén van de argumenten was dat de Staat zich niet hield aan het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM).

In juni 2015 besliste de rechtbank dat de Staat inderdaad meer z’n best moet doen en inderdaad zich aan het EVRM moet houden. Door niet te handelen, schendt de staat deze mensenrechten. In 2018 bevestigde het gerechtshof dit in hoger beroep: “Het gerechtshof heeft zich bij zijn oordeel gebaseerd op de rechtsplicht van de Staat om ervoor te zorgen dat het gezinsleven en het leven van burgers ook op de langere termijn beschermd worden. Die rechtsplicht is verankerd in het Europese Verdrag voor de bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM).”

De hele uitspraak van de rechtbank uit 2015 lees je hier terug. De uitspraak van het gerechtshof in het hoger beroep uit 2018 lees je hier. Op dit moment buigt de Hoge Raad zich nog over de zaak. De uitspraak daarvan wordt op 20 december 2019 verwacht.