Zo ziet een nepnieuwsles eruit

, Nele Goutier

Medialogica heeft tegenwoordig ook een lesprogramma: Medialogica In De Klas.


‘Pak allemaal je telefoon’ - ‘YEAH’, klinkt het - ‘en google Egypte. Wat zien jullie als eerst?’. Vakantieaanbiedingen komen voorbij bij de één. Bij de ander staat Wikipedia bovenaan, terwijl weer een ander nieuws krijgt voorgeschoteld of het reisadvies van Buitenlandse Zaken. ‘Ik wist niet dat Google bij iedereen anders is!’, roept een van de tweedeklassers uit.

We zijn op het St.-Antoniuscollege in Gouda, waar zeventig 2-havo-leerlingen vandaag worden bijgespijkerd over nepnieuws en de manier waarop de publieke opinie tot stand komt. We moeten ten slotte continu informatie verwerken. Hoe houden we stromen van feiten die onze meningen voeden, zuiver? ‘Dat gaan we onderzoeken’, kondigt Olierook, journalist bij Human, aan. Samen met collega Hansje van de Beek leidt ze de les.

Gewapend met groene (eens) en rode kaartjes (oneens) ontstaat debat. Moet het bijvoorbeeld vermeld worden als een foto bewerkt is? Dat ligt eraan wat je onder bewerken verstaat, zegt één van de dertienjarigen. Een meisje met een beugel, haar haar strak naar achter, vraagt zich hardop af: ‘Wie boeit het nou of ik een filter over over mijn foto heen zet of niet?’ Haar klasgenoot reageert: ‘Ja, maar wat als er een kleine bosbrand is en op de foto voegen ze vuur toe, zodat het heel groot lijkt? Dan denken mensen dat het erger is dan het eigenlijk is.’ ‘Een krant is dus anders dan social media?’, vraagt Olierook. ‘Als er in de krant een foto bewerkt wordt, moet daar dan wel een vermelding bij?’ De groene bordjes schieten omhoog.

Human biedt het lesprogramma Medialogica in de klas aan sinds mei 2017. Journalisten, fotografen en redacteuren gaan met leerlingen in gesprek en helpen hen zich bewust te worden van de werking van de publieke opinie, informatiestromen, informatieverwerking en hun eigen positie in het medialandschap, waardoor ze het nieuws beter kunnen ontleden. Tegelijkertijd stappen de mediamakers uit hun eigen bubbel door inspirerende gesprekken met de leerlingen aan te gaan.

Medialogica in de klas

Marokkaanse reljeugd

In Gouda is het tijd voor een uitzending van Medialogica. Het is een aansprekende aflevering voor de Goudse leerlingen, want het gaat om een conflict in hun eigen stad, in de pal naast de school gelegen wijk Oosterwei. De buurt deed veel stof opwaaien toen in 2005 een buschauffeur werd overvallen. De gevolgen: chauffeurs die weigerden de wijk nog in te gaan, politieke onrust en maar liefst 197 mediaberichten over de ‘Marokkaanse reljeugd’.

De wijk zou een ramp zijn. Ronduit gevaarlijk, met hangjeugd die de bussen bespuugde en de doorgang blokkeerde door auto’s dwars op de weg te zetten. In werkelijkheid waren er in Gouda dat jaar negentien incidenten in bussen, waarvan er slechts drie in Oosterwei plaatsvonden. Zelfs de overval die tot alle ophef leidde, vond niet in Oosterwei plaats, maar in de naastgelegen wijk Goverwelle. De uitzending laat zien hoe de werkelijkheid in de verdrukking raakte door de scoringsdrift van media en politiek.

Van de Beek is één van makers van de uitzending en vertelt: ‘Er werd gedaan alsof Oosterwei zo groot als de Bijlmer is en alsof het één grote chaos was. Alsof de boel in brand stond. We wilden duidelijk maken dat het wel meeviel. Daarom wilden we graag filmen met een drone - dat was vijf jaar geleden nog heel hip - en laten zien hoe klein de wijk eigenlijk is: vier straten ongeveer.  Maar we kregen geen toestemming van de gemeente. Die was bang dat jongeren de drone uit de lucht zouden schieten.’ De klas lacht.

‘Wie vindt dat een goeie reactie van de gemeente?’, vraagt Van de Beek. De zaal kleurt rood. ‘Het is toch geen oorlog? Ze hebben heus geen pistolen’, denkt een leerling op de achterste rij hardop. Een jongen - klein van van stuk - is daar nog niet zo zeker van. ‘Beter niet doen, joh’, raadt hij Van de Beek aan. ‘Het is best wel duur, zo’n drone. Je moet niet hebben dat hij uit de lucht wordt geschoten.’

Van de Beek vervolgt haar verhaal: ‘Stel, de gemeente had een idee. We mochten wel filmen, maar als er iets zou gebeuren, zouden we het niet mogen publiceren. Wat vinden jullie daarvan?’. De journalist richt zich tot één van de tweedeklassers die een groen kaartje in de lucht houdt. ‘Goed idee’, reageert hij. ‘Dan heeft u uw zin en dan is de gemeente ook gerustgesteld.’

Een klasgenoot reageert: ‘Maar ze moeten toch juist aantonen dat het slecht is? De krant zegt ook dat het slecht is. Als dat inderdaad zo is, moet je dat toch juist uitzenden?’ Van de Beek knikt. ‘Ik ben journalist en mijn doel is om uit te zoeken wat het echte verhaal is en dat aan het publiek te vertellen. Dus ik vraag me af: wat is er gebeurd in Gouda? Wat klopt er wel en wat niet? Als het geen positief nieuws is, moet ik dat verhaal kunnen vertellen.’

Medialogica in de klas

MH17

Tijd voor het volgende onderdeel: misleidende foto’s. Op het scherm verschijnt een foto van een pro-Russische soldaat. Tussen de wrakstukken van de gecrashte MH17 houdt hij een knuffelaap omhoog. ‘Wat voor gevoel krijg je hierbij?’, vraagt Olierook. ‘Verdrietig’, antwoordt een meisje fronsend, ‘want er is blijkbaar een klein kind bij geweest.’

‘Om deze foto is een rel geweest, omdat veel Nederlanders vonden dat de soldaat de knuffel bijna als trofee in de lucht houdt’, vertelt Olierook. ‘En die sigaret in zijn hand, dat vonden mensen een beetje te stoer. Een foto kun je dus op verschillende manieren interpreteren. Veel mensen vonden dat de soldaat een soort hork was, terwijl jij hem verdrietig noemt.’

Dan zet ze een video aan die de context van de foto laat zien. Alle omstanders nemen hun pet af, terwijl de soldaat de soldaat de knuffel omhoog houdt en een kruis slaat. Wat valt jullie hieraan op? ‘Zijn kapsel’, zegt een meisje bloedserieus. Olierook glimlacht en legt uit: ‘In de video hoor je geklik van fototoestellen als de pro-Rus de aap in de lucht houdt, maar zodra hij een kruisje slaat, stopt iedereen met foto’s maken. De man wordt dus neergezet als respectloos, terwijl hij juist respect betoonde.’

Fake news gedoe

Na twee uur is de les ten einde. Terwijl de leerlingen onder luid rumoer hun weg vinden naar de volgende les, praten Olierook en Van de Beek nog even na met Wietske Logtenberg, de aanwezige docent. ‘Het is zo belangrijk dat tieners beseffen: wat ik zie, is niet per se hoe het echt zit’, vindt zij. ‘Veel leerlingen zeggen wel: “als RTL Nieuws en de NOS het zeggen, is het waar, maar op social media moet je kritischer zijn.” Maar ik vraag me af hoe vaak ze écht actief kritisch nadenken op het moment dat ze een foto zien of een artikel lezen.’

Van de Beek knikt en zegt: ‘De tijden zijn wel veranderd. Toen we dit programma begonnen, leek het publiek veel minder bezig met de betrouwbaarheid van bronnen. Nu is het hele fake news gebeuren zo’n ding geworden dat ik soms juist zou willen duidelijk zeggen: hee jongens, er gaat ook van alles goed in de journalistiek! Er zijn ook allerlei bronnen die wel betrouwbaar zijn en journalisten doen hun werk vaak gelukkig goed.’

Ook daarom is Medialogica in de klas belangrijk, vindt Olierook. ‘We bieden een kijkje in de keuken van de journalist en laten zien dat we altijd op zoek gaan naar hoor en wederhoor. We leren de leerlingen om kritisch te zijn en nepnieuws te herkennen. Als je dat kan, kun je ook herkennen welke bronnen wél betrouwbaar zijn. Het is heel belangrijk om dat onderscheid te kunnen maken.’

Ben jij docent, middelbare scholier, MBO- of HBO-student? En ben je benieuwd naar Medialogica in de Klas? Vanaf januari 2018 organiseren wij het lesprogramma in samenwerking met Stichting Beeld en Geluid, en kun je met je klas of leerjaar langskomen in het museum in Hilversum. Aanmelden kan binnenkort. Houd onze site in de gaten om op de hoogte te blijven, of abonneer je op onze nieuwsbrief.