‘Je mag in Nederland tenminste dood’

Een Interview met Bert Keizer

, Pamela Langenberg

In de serie In De Leeuwenhoek praten Hugo Borst en Adelheid Roosen met experts over de zorg voor mensen met dementie in Nederland. Eén van hun gasten is schrijver, filosoof en oud-verpleeghuisarts Bert Keizer.

Op de gesloten afdeling van verpleeghuis De Leeuwenhoek rolt Adelheid Roosen de rode loper uit. De rollators aan de kant en iedereen uitgedost. Pruiken, jurken en hoeden: alles wordt uit de kast getrokken, want een modeshow is hier uitzonderlijk. De voeten gaan flink van de vloer. ‘These boots are made for walking, and that's just what they do..' Met een glitterhoed op zijn hoofd waagt ook Bert Keizer een dansje met een van de bewoners. 

Niet bepaald de setting die je verwacht bij een filosoof en oud-verpleeghuisarts. Toch staat Keizer er om het leven te vieren met de bewoners. Tussen de feestelijke muziek en de lachende gezichten wordt er gepraat over doodgaan en dementie. Keizer: ‘We hebben als samenleving een hekel aan ouderen en nog meer aan mensen met dementie.'

Na 34 jaar ervaring in verpleeghuizen weet de arts waarover hij het heeft. ‘Vaak is er alleen aandacht voor de lullige vorm van dementie. Maar dementerenden staan niet alleen maar een beetje viezig te doen in een lange gang. Dat is zo’n standaard beeld, terwijl het gewoon mensen zijn die van zichzelf houden en zich soms zelfs nog een beetje optutten. Er blijft altijd een menselijke kern over die in staat is geluk te ervaren. Het is uitzonderlijk, maar het kan. Het is zo belangrijk dat er geluksmomenten zijn voor dementiepatiënten. Gelukkig laten Adelheid en Hugo dat in de serie ook zien.’

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Over de insteek van de serie is hij dan ook te spreken. ‘Ik ben blij dat er aandacht is voor een plek als De Leeuwenhoek. De sfeer die er heerst vind ik heel positief: een beetje rommelig en dat mensen in- en uitlopen. Zo zien we eens dat het ook anders kan.'

Helaas is er in de samenleving steeds minder oog voor het levensplezier van dementerenden. ‘Mensen worden tegenwoordig alleen maar schoongehouden en weggestopt. Maar iemand verschonen is geen kunst. Je moet zorgen dat ze een leuke middag hebben, dat is de uitdaging. Ga nagels lakken, wandelen of schilderen.’

Er is veel ontevredenheid over de kwaliteit van de ouderenzorg in Nederland.  Keizer heeft zich nooit geschaamd voor de verzorgenden, maar wél voor het Nederlandse volk. 'We zitten in deze situatie, omdat we zo weinig aan ouderenzorg willen besteden. De schuld ligt bij ons allemaal, omdat we niet inzien dat we er meer geld nodig is.’ 

Is geld dan de oplossing?

‘Ja. Het probleem is dat we ouderen en vooral dementerenden in bakken kieperen. Daar kan zoveel aan gedaan worden. We moeten mensen die in de zorg werken weer echt gaan belonen. Een baan in de ouderenzorg wordt gezien als vuilnisbakken schrapen. In de hiërarchie van de gezondheidszorg staat zo’n functie helemaal onderaan. Dat vooroordeel is verschrikkelijk. Dat moet en kan veranderen. Mensen zeggen dat geld niet alles is, maar het kan een groot verschil maken.’

Gaat er ook iets goed in Nederland? 

‘Zeker! Ik vind dat we één ding heel goed doen ten opzichte van het buitenland. Je mag hier tenminste dood als je dat wil. Als een patiënt met dementie uitzichtloze kanker of een infectie krijgt, grijpen artsen soms niet in, zodat de patiënt niet langer hoeft te lijden. Dat is in andere landen moeizamer. In Duitsland bijvoorbeeld is dat onmogelijk. We mogen hier gelukkig luisteren naar wat de patiënt zelf wil.’

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Hoe sta jij in de discussie over euthanasie bij mensen met dementie?

‘Ik dacht altijd dat het onmogelijk was, omdat dementie iemand per definitie wilsonbekwaam maakt. Maar hier ben ik op teruggekomen: Ik denk dat iemand in het beginstadium wel degelijk wilsbekwaam kan zijn. Als iemand zich kan herinneren dat een arts al meerdere keren is langsgekomen om de doodswens te bespreken, dan zit het goed. Dan moet je zijn of haar wens respecteren.’

'Vooral mensen die een naaste met dementie hebben of hebben gehad, herkennen de lijdensweg al vroeg. ‘Als je van dichtbij iemand hebt zien aftakelen, wil je voorkomen dat je zelf hetzelfde meemaakt. Dat soort mensen hebben een sterkere perceptie van ze te wachten staat. Dat helpt je als arts bij het besluiten tot euthanasie.’ 

'Ook geef je nooit een injectie als je euthanasie toepast maar een drankje. De gedachte hier achter is: "Je wilt zo graag dood? Nou, daar staat het. Doe het maar." Maar dan nog is er de discussie of mensen zich wel beseffen dat gaat het om een dodelijk drankje.’ 

Is dat dan vooral voor je eigen gemoedsrust?

'Ja, eigenlijk wel.'

Heb je ooit achteraf getwijfeld of je goed gehandeld had?

‘Nee, achteraf niet. Ik was wel een keer met een verpleegkundige op bezoek bij een patient, want in dit proces werk je altijd samen. Toen we voor de derde keer langs gingen hadden we eigenlijk bedacht: "We gaan het doen." Maar toen bleek dat hij van gedachte was veranderd. Hij zei ineens met volle overtuiging dat hij wilde leven.  We hebben hem gefeliciteerd en een gebakje gegeten en zijn weggegaan. Helaas belde zijn vrouw een maand later op dat hij toch dood wilde. Uiteindelijk heeft hij dus euthanasie gekregen. Het is een kronkelpad.’

En was je toen niet bang dat hij spijt zou hebben gehad?  

'Gelukkig zullen we dat nooit weten, tenzij er een leven is na de dood.'

Kun je dat dan makkelijk loslaten?

‘Ja, omdat ik weet dat de verdere ontwikkelingen voor zo iemand nog veel erger zijn. Dit zijn allemaal mensen die het thuis nog net redden, maar op het punt staan naar een verpleeghuis te gaan. Ik weet dat je daar niet gelukkiger van wordt.  Als mensen eenmaal in een tehuis zitten, gaan ze vaak sneller achteruit, omdat ze hun eigen omgeving helemaal kwijt zijn. Als iemand jong is en depressief kan je nog zeggen dat hij een heel leven voor zich heeft. Maar dit zijn oudere mensen die sowieso niet zo’n leuke periode tegemoet gaan als ze verder dementeren.’ 

(Tekst gaat verder onder de afbeelding)

Je bent niet alleen arts, maar ook filosoof. Hoe bekijk je dementie vanuit de filosofie?

‘Vanuit filosofisch opzicht is het een erg verontrustende conditie. Hersenschade kan alles wat wij zo de moeite waard vinden, doodknijpen. Zelfs de liefde voor je kinderen is weg te blazen, want opeens herken je ze niet meer. We denken graag dat ons geestelijk leven onaantastbaar is, maar de aard van het menselijke wezen wordt onomstotelijk bepaald door de conditie van het brein.’

Collega-filosoof Joep Dohmen zegt dat dementie het ego verkruimelt, terwijl Adelheid juist zegt dat je helemaal jezelf wordt als je aan dementie lijdt. Hoe zie jij dat? 

‘Ik ben het met Joep Dohmen eens. Persoonlijk vind ik dat Adelheid dementie een beetje romantiseert. Daar is natuurlijk niets op tegen. Er zijn mensen die in hun dementerende moeder opeens een beetje aanhankelijkheid vinden, omdat de scherpe randjes er af zijn. Die kunnen dan eindelijk een beetje knuffelen bijvoorbeeld, terwijl dat een leven lang niet kon. Dan kan je twee dingen denken: Dat je moeder is verdwenen en dat daar deze knuffeltante voor in de plaats gekomen is. Of je kan denken dat ze je je hele leven al wilde knuffelen, maar het nooit durfde.'

'Ik geloof zelf dat zo iemand beschadigd is en daarom knuffelt. Dementie is en blijft hersenschade en daar wordt niemand mooier van. Maar het is een neiging van mensen om achter natuurlijke processen een reden te zoeken. Ik ben daar echt niet van. Toch snap ik Adelheids visie. Het is natuurlijk veel leuker om te leven met het idee van iets positiefs.’

 

In De Leeuwenhoek is vanaf 19 april vier donderdagen te zien om 20.25 op NPO 2.