Meteen maar even man en paard: hoeveel is de dood van een paar honderd, veelal zwaarlijvige bejaarden ons waard? Moeten we dat niet, heel nuchter, afwegen tegen de economische malaise waar we een paar miljoen gezonde werkenden nu instorten?

Jort Kelder zwengelde het aan, maar ik hoorde het dit weekend op verschillende plekken, ook op de gang van het bedrijvenverzamelpand van mijn kantoor. "Als dat de afweging is," zei een zelfstandige schilder tegen mij. "Nou dan weet ik wel voor wie ik kies."

Het noodlot van weinigen (en in dit geval ook nog ouderen, veelal zwakkeren) afwegen tegen de offers van velen (in dit geval: jongeren en gezonden). Ik zal niet zeggen dat deze meer ‘utilitaire’ afweging geen relevante morele afweging is.

Wat doet de Corona-crisis met ons denken?
'Het filosofisch kwintet' van Human is er in normale tijden voor reflectie nadat het stof is neergedaald. Maar het zijn geen normale tijden en daarom proberen presentator Clairy Polak en denker des vaderlands Daan Roovers beurtelings de coronacrisis in dagboekvorm te duiden. Persoonlijk, verdiepend en met het immer urgente motto dat doorgronden belangrijker is dan het twistgesprek.

Eén offeren, drie redden

Het utilitaristische denken streeft naar een zo groot mogelijk geluk voor zoveel mogelijk mensen tegen de prijs van een zo gering mogelijk lijden. Ook dat is ethiek. Het is een abstracte, wat rekenkundige benadering, en die gaat opvallend genoeg een stuk vlotter als je jezelf niet al te zeer betrokken voelt in het voorliggende dilemma.

Een schoolvoorbeeld: als er op een verpleegafdeling drie patiënten liggen die respectievelijk op een nier, een hart en een long wachten, is het dan legitiem om een gezond persoon van straat te plukken om die drie onderdelen te oogsten? Je offert er één, je redt er drie.

Ouderen volgen een gymles vanaf hun balkon in Kwintsheul. Door het advies om binnen te blijven tijdens de coronacrisis missen veel senioren hun dagelijkse beweging.

Grofstoffelijk dilemma

Het is een beetje een grofstoffelijk dilemma, maar het gaat om me de manier van redeneren. Mijn bezwaar is niet dat deze immoreel is, maar volkomen onthecht - en die positie is in de werkelijkheid amper te vinden. De leugenachtigheid zit in de abstractie: je plaatst jezelf buiten de situatie. Het doet er immers in deze situatie wel degelijk toe of je een van de patiënten bent, of die kerngezonde voorbijganger, of de arts die toevallig dienst had.

Niemand is zonder eigenschappen, en dat moeten we bij het bespreken van maatschappelijke vraagstukken niet vergeten. Laat jonge, gezonde mensen vooral voor de economie opkomen, maar laten ze zich bewust zijn vanuit welke positie ze dat doen. Want werkelijke morele dilemma’s zijn geen eenvoudige rekenkundige vergelijkingen met maar één juiste oplossing.