Van de staat verlangen we zekerheid, maar tegelijkertijd ook vrijheid. Vallen die twee wel met elkaar te verenigen? Wat historicus Annelien De Dijn betreft hoeven we niet te kiezen, maar moeten we vrijheid herdefiniëren."De vrijheid van lekker doen waar je zelf zin in hebt, zonder oog voor de consequenties daarvan, werkt niet in een complexe maatschappij als de onze. We moeten op zoek gaan naar collectieve vrijheid."

Als historicus dacht Annelien De Dijn het afgelopen jaar vaak aan De Spaanse griep van 1918. "Het is een interessante vergelijking als het gaat om de relatie tussen burger en overheid. Lokaal werd er toen wel geprobeerd de pandemie in bedwang te houden en daar kwamen zelfs mondkapjes aan te pas, maar de nationale overheden deden niet eens een poging om de verspreiding tegen te gaan."

Hoe anders is het nu, zegt ze: "Overheden stelden zich onmiddellijk op als behoeders van de gezondheid. Ze nemen veel verantwoordelijkheid en burgers vragen daar ook om. Je ziet in de geschiedenis dat de rol van de overheid de laatste 250 jaar steeds groter wordt."

Met het afbrokkelen van de verzorgingsstaat heeft de overheid zich toch juist teruggetrokken?

"Nee. Een collega heeft daar onderzoek naar gedaan: De rol van de overheid is niet minder geworden, maar de overheid is zich anders gaan opstellen ten aanzien van de burger, is zich meer gaan gedragen als een bedrijf."

Daan Roovers, Annelien De Dijn, Clairy Polak, Bart van der Sloot en Ingrid Leijten spreken in Het Filosofisch Kwintet met elkaar over of en hoe het recht zekerheid en houvast kan bieden in tijden van crisis.

Waarom wordt de rol van de overheid steeds groter?

"Onze maatschappij is vol met mensen die elkaar voor de voeten lopen. De maatschappij wordt complexer en er zijn gevaren die niemand zich vroeger kon voorstellen, zoals bijvoorbeeld klimaatverandering of cybersecurity. Ik vind het een enge gedachte dat een paar gasten in Rusland hele ziekenhuizen kunnen platleggen. Dus de groter wordende rol van de overheid is onvermijdelijk, maar daarom is het des te belangrijker dat de overheid zich niet gedraagt als iets dat buiten ons staat. Democratische controle over de overheid wordt nog belangrijker."

Aan de ene kant verlangen we dat de staat ons zekerheid biedt, aan de andere kant willen we zoveel mogelijk vrijheid. Valt dat met elkaar te verenigen?
Annelien De Dijn is hoogleraar moderne politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Met haar boek Vrijheid: Een Woelige Geschiedenis won ze de Amerikaanse Prose Award 2021 voor filosofie.

Annelien De Dijn is hoogleraar moderne politieke geschiedenis aan de Universiteit Utrecht. Met haar boek Vrijheid: Een Woelige Geschiedenis won ze de Amerikaanse Prose Award 2021 voor filosofie.

"Ik denk dat we niet hoeven kiezen tussen de twee goeden: zekerheid en vrijheid. Maar het hangt er natuurlijk wel vanaf hoe je die vrijheid definieert. Als je bij vrijheid denkt aan lekker doen waar je zelf zin in hebt zonder dat je oog hebt voor de consequenties daarvan, werkt dat niet in zo'n complexe maatschappij als de onze.

Het is heel moeilijk om individuele acties te bedenken die geen invloed hebben op de omgeving. Als ik rook, kan ik de consequentie accepteren dat ik kanker krijgt, maar we weten nu ook de gevaren van tweedehands roken. En bovendien, als jij in het ziekenhuis terecht komt met longkanker draait de samenleving daarvoor op. Al onze acties hebben consequenties die onze maatschappij beïnvloeden. Dat wil niet zeggen dat we daardoor geen vrijheid kunnen hebben, maar de vrijheid waar we naar op zoek moeten gaan is een ander soort vrijheid, een collectieve vrijheid."

Hoe moeten we omgaan met die paradoxale situatie?

"Ja, de autarkische droom is in een moderne maatschappij niet meer mogelijk. Daar kunnen we nostalgisch over zijn, maar als je denkt aan dingen zoals kindersterfte dan mogen we denk ik blij zijn dat we in een maatschappij leven waar we die collectiviteit wel hebben. 

De discussie gaat steeds over meer of minder regels. Dat vind ik zo'n valse tegenstelling. Door het alleen daarover te hebben verliezen we het andere probleem uit het oog: de regeltjes komen er niet zomaar en we moeten ervoor zorgen dat ze onder controle staan van mensen die die regels uiteindelijk ook moeten opvolgen.

De toeslagenaffaire is daar een goed voorbeeld van. Er zijn regels nodig en je moet op fraude controleren, maar er is iets grondig misgegaan. Dat heeft er ook mee te maken dat in Nederland soms te veel krediet wordt gegeven aan onze bestuurders waardoor er minder controle is. Nederlanders vinden van zichzelf dat ze erg kritisch zijn, maar dat is echt niet zo, observeer ik als Belg. Belgen overdrijven dan weer naar de andere kant: daar is een té groot wantrouwen naar de overheid. Dat is ook niet goed want dan krijg je mensen die de regels bewust ontduiken."

Wat houdt die collectieve vrijheid precies in?

"Dat de regels die wij maken om antwoord te bieden op de complexiteit en onzekerheid, onderhevig zijn aan democratische controle en niet vanaf bovenaf worden opgelegd. De regels moeten een algemeen belang dienen, idealiter zorgen de regels er niet voor dat bepaalde groepen meer worden benadeeld dan andere groepen. Voor individuele burgers levert deze collectieve vrijheid op dat ze geen zekerheid hoeven te ontlenen aan een autocratische overheid."

Wat kunnen wij als burgers doen?

"Gebruik de instrumenten die in het burgerschap zitten. Dat wil zeggen: ga stemmen en wordt bijvoorbeeld lid van een politieke partij. Mensen klagen altijd dat je in een representatieve democratie geen invloed kan uitoefenen op het beleid, maar lid worden van een politieke partij is een eenvoudige manier om impact te hebben, want daar worden de partijprogramma’s geschreven."

Verkrijg je daarmee als burger meer controle, en zo minder onzekerheid?

"Ja. Want waar worden mensen onzeker van? Als ze het gevoel hebben dat er iemand zit die alles voor hen beslist en dat je niet meer weet wat er gaat komen. Op de werkvloer hebben we allemaal wel situaties meegemaakt waarbij we denken: waarom moet dit nu zo? Als we medeverantwoordelijk zijn heb je invloed op de beslissingen."

Hoe ziet de ideale maatschappij er dan uit?

"Volgens filosoof Philippe Pettit zou iedereen de eyeball-test moeten kunnen doorstaan. Dat wil zeggen dat we allemaal elkaar rechtstreeks kunnen aankijken. Dat niemand onder of boven iemand staat. Dat vind ik een aantrekkelijke gedachte. Dat een apparaat van de overheid wordt ingezet om niet alleen een level-playing field te maken, maar om ervoor te zorgen dat mensen op een min of meer gelijke hoogte tot elkaar bestaan.

En als burger heb je de morele verplichting om je in te zetten. Als je bijvoorbeeld ontevreden bent over de financiering van ons universitaire onderwijs, moet je daar iets tegen ondernemen. Ik denk dat het voortbestaan van een goed functionerende democratie daarvan afhangt."

Het Filosofisch Kwintet over Onzekerheid

Kijk aflevering 4: Biedt het Recht ons Houvast?

Annelien De Dijn praat bij Het Filosofisch Kwintet verder over wat burgers en staat van elkaar verwachten in onzekere tijden. Ook aan tafel: filosoof Daan Roovers, filosoof Bart van der Sloot en rechtswetenschapper Ingrid Leijten.

Lees meer over de aflevering en kijk 'm nu hier terug