Uitzonderingspositie Bram Moszkowicz bij geheime belastingdeal

Uitzonderingspositie Bram Moszkowicz bij geheime belastingdeal

In de schikking die de Belastingdienst en Bram Moszkowicz vorig jaar hebben getroffen, blijkt te zijn afgesproken dat de ex-advocaat de Staat 2,5 miljoen euro terugbetaalt. In dit bedrag zijn niet alleen Moszkowicz’ belastingschulden maar ook zijn 'vergrijpboeten' verdisconteerd.

Normaal gesproken zouden zeer hoge belastingschulden ook strafrechtelijk moeten worden afgedaan. Zo staat het in de richtlijnen van het ministerie van Financiën en het College van procureurs-generaal (zie kader onder). Maar het openbaar ministerie heeft niet voor deze strafrechtelijke weg gekozen.

Het onderzoeksprogramma Argos (HUMAN/VPRO) beschikt over de volledige tekst van deze deal tussen de belastingdienst en Moszkowicz. Die heet officieel: "vaststellingsovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:900 Burgerlijk Wetboek", en is gedateerd 25 oktober 2012.

Over het bestaan van het geheime document is afgelopen jaar veel gesproken, maar de inhoud is niet eerder geopenbaard. De redactie van Argos stuitte op de overeenkomst in de voorbereiding van een nieuwe aflevering van de tv-serie Medialogica.

Uit de overeenkomst blijkt dat Moszkowicz als advocaat 'over de periode 1 januari 2002 tot en met 31 december 2010 ten onrechte geen omzetbelasting heeft afgedragen'. In het document staat ook dat Moszkowicz over de jaren 2002 tot en met 2009 'aangiften vennootschapsbelasting heeft gedaan naar te lage belastbare bedragen'. In diezelfde periode heeft hij tevens als privépersoon te weinig (inkomsten)belasting betaald.

In de overeenkomst is voorts afgesproken dat de fiscus de naheffingsaanslagen aan het kantoor van Moszkowicz over de periode 2003-2006 vernietigt. Ditzelfde geldt voor de opgelegde vergrijpboeten. Bovendien zullen over de periode 2007-2010 geen naheffingsaanslag(en) omzetbelasting worden opgelegd aan de maatschap die Moszkowicz met zijn broers Max jr. en David had.

De afspraak met Moszkowicz is tot stand gekomen onder politieke verantwoordelijkheid van Frans Weekers, die sinds oktober 2010 vrijwel onafgebroken staatssecretaris van Financiën is. Een woordvoerder van het Ministerie van Financiën laat weten dat op basis van artikel 67 van de Belastingwet ze nooit uitspraken doen over individuele gevallen.

Het Functioneel Parket verwijst in een reactie naar zijn verklaring uit februari 2013. Daarin meldt het parket dat de overeenkomst en de tuchtrechtelijke maatregelen 'een passende en adequate afdoening' zijn. Het parket maakte destijds geen melding van de inhoud van de afspraken die Argos nu in handen heeft. Het bedrag van 2,5 miljoen euro werd evenmin genoemd.

Overigens geeft de overeenkomst ook een verklaring voor het feit dat Moszkowicz over de inhoud nog nooit mededelingen heeft gedaan. In het stuk spreken de partijen namelijk af dat ze zich 'onthouden van publiekelijk commentaar op de belastingaangelegenheden welke in deze overeenkomst zijn geregeld. In het bijzonder zal Mr. A. M. Moszkowicz zich tijdens optredens voor de televisie en/of in zijn communicatie met de andere media onthouden van commentaar op de aanleiding en/of totstandkoming van deze overeenkomst en hetgeen daaraan vooraf is gegaan.'

Kader:

De betreffende richtlijn heet officieel ‘Richtlijnen voor de aanmelding en afhandeling van fiscale delicten, douane- en toeslagdelicten.’ van 1 juli 2011.
Bij vergrijpen boven de 125.000 euro schrijft deze richtlijn een procedure voor bij een tripartiete commissie, die tot strafrechtelijke vervolging zal besluiten. Een van de drie betrokken partijen is het Openbaar Ministerie. Er zijn uitzonderingen mogelijk, maar die gelden nadrukkelijk niet bij zes met name genoemde categorieën. Categorie 1 luidt als volgt:
‘1. Status verdachte/voorbeeldfunctie:
Hiermee wordt gedoeld op situaties waarin verdachte regionaal of landelijk een maatschappelijk aansprekende/bekende persoon is. Verder zou gedacht kunnen worden aan personen die een openbaar ambt bekleden (burgemeesters, wethouders of politieke vertegenwoordigers) of aan personen die beroepsmatig invloed hebben op het handelen van derden of op de financiële integriteit van geldstromen (rechters, advocaten, adviseurs, notarissen, bankiers, effectenhandelaars).’