Deze psychiater werkt in de kliniek in Den Dolder

“Ik ben me er continu van bewust dat de maatschappij meekijkt”

, Redactie Medialogica

Na de moord op Anne Faber komt de forensisch psychiatrische kliniek ‘Fivoor’ onder vuur te liggen. Het is de instelling in Den Dolder waar Michael P. is behandeld, de moordenaar van Faber. Regina Schipper is sinds 2017 psychiater in deze kliniek. We spreken haar over het werk, de voorvallen in de kliniek, de rol van de media en over de toekomst.

Forensische zorg is geestelijke gezondheidszorg voor volwassenen die een strafbaar feit hebben gepleegd of daarvan verdacht worden. Bij Fivoor in Den Dolder wordt een mengelmoes aan patiënten met een forensische achtergrond behandeld. De behandeling is op basis van een uitspraak van de rechter, of een beslissing van het Openbaar Ministerie. Maar ook delictgevaarlijke patiënten zonder ‘strafrechtelijke titel’ komen in de kliniek terecht. 

Sinds september 2017 begeleidt Regina Schipper patiënten terug naar de maatschappij. Het plan dat voor de behandeling wordt opgesteld, heeft als doel om bij terugkeer het risico op een herhaling van het delict terug te dringen.

Waarom wilde je hier werken?

"De complexe doelgroep spreekt mij heel erg aan. Er is sprake van een psychiatrische stoornis, een justitiële voorgeschiedenis en een justitiële actualiteit die speelt. En vaak wordt het ook nog eens gecompliceerd met een verslaving. Dus er komt van alles en nog wat kijken bij een goede en veilige zorg voor deze patiënten. Het is echt een uitdaging."

Kliniek in Den Dolder

Hoe was die dag dat het bekend werd?

"Die dag was er ongelooflijk veel politie en veel media. De afdeling werd afgesloten. Niemand kon er in, niemand kon er uit. Wat gaat er gebeuren? Hoe lang gaat dit duren? Je kon eigenlijk niet veilig vanaf deze kliniek naar de andere kliniek lopen, want overal waren media. Je was natuurlijk hartstikke bang dat je meteen een verhaal moest gaan doen. En hoe reageer je dan? 

Tegelijk zie je collega's die direct betrokken waren bij deze patiënt gewoon voor je ogen instorten. De wanhoop, het verdriet en ongeloof: alles kwam tegelijk bij elkaar. Wat kun je anders doen dan elkaar vasthouden en hopen dat je iets kan betekenen op die manier? Het is zo groot om te dragen. Ik heb mensen zien verschrompelen, dat is denk ik het juiste woord."

Wat betekende het voor de behandelaars?

"Eén van de eerste dingen die je denkt is volgens mij: Hoe kon ik dit missen? Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wat heb ik verkeerd gedaan? Waarom heb ik de signalen niet opgepikt?

De eerste reactie is vooral een reflectie op je eigen proces. Ik was er niet direct bij betrokken. Maar het heeft wel gezorgd dat ik me ervan bewust ben dat het mij kan overkomen. Het komt heel dichtbij."

Wat is er met zijn behandelteam gebeurd?

"Die zijn langzaam maar zeker weggegaan. Eén voor één zijn de behandelaren vertrokken. Dat had heus niet allemaal met deze zaak te maken, maar het is wel een onderdeel. Je bent getraumatiseerd als kliniek, en als hulpverlener.

Je moet je voorstellen dat je één op één met iemand hebt gewerkt. Je hebt dat naar eer en geweten gedaan. Ineens kom je erachter dat zo iemand iets verschrikkelijks heeft gedaan, terwijl jij bij de zorg betrokken was. Dat slaat zo'n groot gat. Ik kan me voorstellen dat het een reden is om uiteindelijk te zeggen: ‘Ik ga ergens anders naartoe'." 

Zoektocht in Den Dolder

Sommige mensen vinden dat de behandelaars een soort mededaders zijn.

"Als een grote ramp gebeurt, zoeken we een dader. Dat is de makkelijkste manier om ermee om te gaan. We zoeken een schuldige. Ik denk dat je het in een veel breder perspectief moet plaatsen.

"Deze mensen zijn in de directe zorg aan ons toevertrouwd, maar ze zijn ook gewoon onderdeel van onze maatschappij. We hebben met elkaar gekozen om ze op deze manier te behandelen. Dat is een gezamenlijke verantwoordelijkheid." 

Je zegt dat je je niet veilig voelde door de media. Hoe kwam dat?

"Vooral door de felheid van de media. We zijn hier nog steeds zorgverleners. We hebben een beroepsgeheim en er is sprake van privacy. Als de media zo op je huid zit, kan het gebeuren dat je onder de druk dingen zegt waarvan je later denkt: Dat had ik niet moeten zeggen. De journalisten waren opdringerig. Ik vroeg me echt af hoe ik het terrein af moest komen." 

Wat vond je van de berichtgeving in die dagen?

"Het ging heel erg over de feiten boven tafel krijgen. In het begin deden de media gewoon verslag van de heftige gebeurtenis. Dat lijkt mij goed en normaal. Maar daarna bleven ze er bovenop zitten, en de berichtgeving was soms gekleurd. Daardoor komen de kliniek en de medewerkers niet toe aan het herstellen, en aan het leren van wat er is gebeurd." 

We werden overspoeld. En dat worden we nog steeds. Het is nu weer even rustig maar ik heb nog niet het vertrouwen dat dat zo zal blijven." 

Dan komt Peter M. niet terug van verlof. Hoe goed kende je hem? 

"Ik kende hem behoorlijk goed. Ik was bij zijn behandeling betrokken. Ik had een vrije dag en hoorde via de media dat iemand ontsnapt was. Ik ben gaan kijken of het iets met onze kliniek te maken had en kwam erachter dat het deze man betrof. 

Ik dacht: O, daar gaan we weer. Weer een heleboel media-aandacht terwijl helemaal niets duidelijk is. Alleen bij het woordje ‘ontsnapt’ dacht ik al: Verdorie. Want er is natuurlijk geen sprake van een ontsnapping. Als iemand met verlof gaat en niet direct terugkeert, is hij niet ontsnapt. Hij heeft toestemming voor verlof. Dat is een risico wat we uiteraard moeten incalculeren." 

Een maand nadat je hier begon werd Anne Faber vermoord door een patiënt uit deze kliniek. Hoe was dat?

"Het was een verschrikkelijke tijd. Het is bizar waar je in terechtkomt. Iedereen loopt vol ongeloof in zijn ogen rond. Heb je 't al gehoord? Wat is er gebeurd? En wat zijn ze nu aan het doen? We wisten natuurlijk dat ze al wat langer werd vermist. Het is dan echt vervreemdend en verschrikkelijk als je hoort dat het een patiënt van onze kliniek betreft.

Je zorg gaat uit naar de mensen rondom Anne Faber en rondom Michael P. Maar ook naar de patiënten die hier zijn opgenomen en de medewerkers. Ondertussen komt er van buitenaf een hele storm over je heen: inspecties, de media, en mensen uit het dorp. Iedereen heeft een mening. Het is eigenlijk niet zo goed te beschrijven. Het is een verschrikkelijke tijd geweest." 

Je werkt hier nu ruim twee jaar. Ben je het werk anders gaan doen door alles wat er gebeurd is?

"Ja, dat denk ik wel. Ik ben me er continu van bewust dat de maatschappij met mij meekijkt. Eerder hield ik me bezig met een goede en veilige behandeling van de patiënt waarbij ik de omgeving van de patiënt betrok. Daarbij kijken mijn collega's altijd kritisch mee en overleggen we met elkaar. Nu ben ik me er ook continu van bewust dat er nog een partij is: de buitenwereld. En die heeft een mening over alles wat ik doe en laat.

Als die mening genuanceerd is, vind ik het ook positief. Iedereen mag kritisch meekijken met wat ik doe omdat ik geen dingen doe die het daglicht niet kunnen verdragen. Maar als het zich tegen mij, mijn patiënten en de zorg gaat keren, dan is dat niet goed."

Schipper aan het werk

Hoe zie je de toekomst?

"We hebben in Nederland gekozen voor dit systeem waarbij we ingewikkelde patiënten die delicten hebben gepleegd resocialiseren. Dat systeem werkt al een hele lange tijd. Af en toe zit er een rotte appel tussen maar dat is niet representatief. En het betekent ook niet dat het systeem niet functioneert. Dus ik ben optimistisch over de toekomst."

Lees meer over publieke opinie

6 items

Hoe publieke opinie tot stand komt en wat de gevolgen van deze meningsvorming zijn op ons alledaagse leven.

Dossier