DIT IS MIJN LICHAAM

, Ad Fransen

Wat is leven? Moet dat al beschermd worden in de embryofase? En als je een Down-test ondergaat, wijs je daarmee mensen met Down af? Essentiële vragen waar medisch filosoof en Socrateshoogleraar Elselijn Kingma (36) graag over nadenkt. Nog zo’n duivels dilemma: mogen zwangere vrouwen voor zichzelf kiezen, ook als ze daarmee hun ongeboren kind in gevaar brengen?

Medisch filosoof Elselijn Kingma (36) vertelt met groot enthousiasme over de dilemma’s die haar bezighouden. Maar waar zullen we eens afspreken? Ze is nogal mobiel namelijk. Want dan weer moet ze als Socrateshoogleraar filosofie en technologie vanuit humanistisch perspectief bij de TU in Eindhoven zijn, dan weer is ze te vinden in Engeland, aan de University of Southampton. Daar sleepte ze vorig jaar een beurs in de wacht van 1,2 miljoen euro om onderzoek te doen naar de metafysica van de zwangerschap en de ethiek binnen de geboortezorg.

Levenszaken

Een gebied dat legio onbeantwoorde thema’s oproept, zoals de ogenschijnlijk simpele vraag: wanneer wordt een persoon of organisme na de conceptie eigenlijk twee personen? Uiteindelijk ontmoet ik haar in de Stadsboerderij van Almere, waar ze is uitgenodigd voor een bijeenkomst van de Geboortebeweging, een stichting die staat voor de keuzevrijheid en autonomie van de vrouw tijdens haar zwangerschap en bevalling.

Kingma is zelf negen maanden geleden bevallen van een baby. Liever gaat ze niet publiekelijk in op welke dilemma’s er voor haar persoonlijk speelden tijdens de zwangerschap – zoals een Down-test, of wel of niet thuisbevallen of in het ziekenhuis. Privémeningen en wetenschappelijke opvattingen houdt ze graag gescheiden. 'Als ik bijvoorbeeld zou vertellen: ja, ik heb een Down-test laten doen, dan loop ik het gevaar dat mensen zeggen: zie je wel, ze heeft zo’n test zelf ondergaan en daarom verdedigt ze dat nu als wetenschapper.' Maar als filosoof houdt ze de legitimiteit van de Down-test en het eventueel aborteren van een foetus met een Down-syndroom met wetenschappelijke graagte tegen het licht.

Een gesprek met haar over zulke levenszaken wordt al snel een boeiend college. 'Tegenstanders beweren dat je daarmee ook het signaal afgeeft dat je bestaande mensen met een Down-syndroom mindere wezens vindt. Maar stel dat ik nu het risico zou lopen een ongeluk te krijgen waarbij ik een arm verlies, dan wil ik dat toch zeker voorkomen? En dat betekent dan toch niet dat ik mensen met maar één arm voortaan minderwaardig vind? Ik denk niet dat er veel vrouwen zijn die een kind met Down verwerpen als een lelijk handtasje. Ik denk dat ze goed hebben nagedacht over of ze de optimale mogelijkheden kunnen bieden om zo’n kind te laten opgroeien.'

‘Zwangere vrouwen moeten zich opofferen en het gewoon vinden dat er van alles met hun lichaam gebeurt ten gunste van hun ongeboren kind. Bullshit!’

Waar ligt de grens?

Het zou goed kunnen zijn dat terwijl ik Elselijn Kingma spreek, de Geboortebeweging debatteert over het schildrecht: een principe dat bij zwangere vrouwen nogal eens op de helling staat. 'Stel: een vrouw is zwanger van een kind in stuitligging. Riskant. Toch heeft die vrouw het recht om te zeggen: blijf van mijn lichaam af, ik wil niet naar het ziekenhuis, waar ze in me gaan snijden en knippen. Ik wil thuis bevallen.'

Maar wacht eens even, zei Kingma niet dat het ging om een riskante bevalling? En moet je dan wel kiezen voor een koppige moeder die per se thuis wil bevallen? Ten koste van het leven van het kind? Ik zeg niet dat ik er juichend naast sta, maar het gaat mij om het beslissingsrecht, het schildrecht. Zolang wij voor volwassenen besluiten dat ze mogen zeggen: ‘Kom niet aan mijn lichaam’, kun je voor zwangere vrouwen geen uitzondering maken. Toch is het vreemd: als vrouwen tegen hun wil zijn opengesneden en daar een klacht over indienen, dan wordt die terzijde geschoven met argumenten als: u was toch zwanger, er is toch een gezond kind uitgekomen, u heeft ouderschapsverplichtingen, u lag toch al in het ziekenhuis.

Bullshit! We zijn er zo aan gewend dat zwangere vrouwen zich opofferen, het heel gewoon moeten vinden dat er van alles met hun lichaam gebeurt ten gunste van de geboorte van een kind. Maar stel nou eens: een kleuter heeft een ernstige bloedziekte en de artsen zien heil in een beenmergdonor. Er wordt een match gevonden met zijn vader. Maar die vader weigert. Hij twijfelt of zijn zoon er wel beter van wordt of wil gewoon niet dat in hemzelf wordt gesneden. Er bestaat geen jurisprudentie, toch weet ik zeker dat er geen rechter in Nederland is die zegt: ‘Die vader heeft ouderschapsverplichtingen, snij hem open en geef dat beenmerg aan zijn zoon.'

RELIGIES

Let’s Make Humans Better: onder dat motto maakte Kingma zeven jaar geleden als jongste hoogleraar van Nederland haar entree aan de TU in Eindhoven. De wetenschap is allang zover dat er menselijk leven kan worden gekweekt om het menselijk leven in zijn totaliteit beter te maken. Dan hebben we het onder meer over kiemcelmodificatie en kweekembryo-technologie waarmee het doorgeven van genetische afwijkingen - en dus erfelijke ziekten - kan worden voorkomen.

Maar nu er voor de helft een christelijk kabinet zit, roept de politiek halt! en belandt het embryo-onderzoek weer in de ijskast. Kingma betwijfelt of het bij een kweekembryo al om volwaardig menselijk leven gaat. 'Ik vind het prima als iemand dat gelooft op christelijke gronden, maar heel veel religies denken daar anders over. De islam vindt dat er pas sprake is van menselijk leven veertig dagen na de conceptie. En vanuit seculier oogpunt vind ik het moeilijk te verantwoorden om een embryo dat nog bezig is om het lichaam op te bouwen, als een baby te beschouwen. Kweekembryo’s, die geen onderdeel zijn van een moeder, daaraan zou ik niet dusdanig veel waarde willen hechten dat ze het onderzoek naar het medisch verbeteren van mensenlevens in de weg zitten.'