De inperking van sociale contacten door de coronamaatregelen hebben een enorme impact op mensen met een verstandelijke beperking, omdat ze niet altijd begrijpen waarom dat nodig is. Anders dan in HUMANs documentaire Zie je me? Hoor je me?, waar is gefilmd in een verzorgingstehuis voor ouderen, zal het effect ervan zich pas later openbaren. "We zitten nog altijd in de overlevingsmodus."

In de bossen van Appelscha ligt zorginstelling en woon-werkgemeenschap OlmenEs. Op een terrein van vijftig hectare bevinden zich negen woonhuizen, zeven werkplaatsen, een boerderij, een winkeltje en een theeschenkerij. Hier wonen en leven 134 mensen met een matige tot ernstige verstandelijke beperking. 

De Tilia, een ruimte waar normaal gesproken de dagopening wordt gedaan en feesten en andere festiviteiten worden georganiseerd, is al tijden ingericht als corona-afdeling. Het ooit zo levendige en gallische dorp, zoals Rob de Breij, directeur van OlmenEs het omschrijft, is al maanden stil. "De levendigheid is eruit."

Een soort mantel

De meeste bewoners van OlmenEs hebben een ontwikkelingsleeftijd van een kind tot maximaal drie jaar. Zelfstandig functioneren binnen de maatschappij is daarom onmogelijk. Toch proberen ze zo veel mogelijk een samenleving te simuleren. "We hebben een dorp gecreëerd waar iedereen zijn eigen ambacht uitvoert. Onze focus ligt op een sociaal culturele leven, vanuit de visie dat je je ontwikkelt door elkaar," zegt De Breij. "Structuur en regelmaat zijn hier heel belangrijk."

Begin maart zag De Breij al dat het de verkeerde kant op ging met het aantal coronabesmettingen. "Alle niet primaire zorgmedewerkers werd daarom gevraagd thuis te werken, het terrein werd in compartimenten opgedeeld en bezoek werd afgeschermd. We hadden een soort mantel om ons heen gelegd," zegt De Breij. De structuur die zo belangrijk is, werd daardoor plotsklaps drastisch aangepast. "Dat was heel ingrijpend voor de bewoners."

Na de eerste lockdown konden ouders weer op bezoek in OlmenEs.

De angst slaat toe

De angst sloeg toe. De Breij: "We wisten op dat moment nog heel weinig van het virus. Behalve de verschrikkelijke beelden uit Italië en Brabant. De eerste cijfers waren toen net bekend. Het sterftepercentage door corona bij mensen met een verstandelijke beperking ligt hoger dan normaal. Één op de tien mensen gaat eraan dood."

De Breij zegt dat de meeste bewoners de ernst van corona niet begrepen. "We konden wel uitleggen dat er dingen ineens anders moesten door corona, maar de meerderheid snapte de context niet." Ook de anderhalve meter afstand was lastig te begrijpen. "Dat is bij deze doelgroep echt niet uit te leggen. Je ziet toch dat ze geneigd zijn naar je toe te lopen en je een hand te geven. Dat krijg je er echt niet uit."

De bewoners vertrouwen volledig op de begeleiders. "Dat is hun houvast en voelt veilig voor ze," zegt De Breij. "En daarmee redden ze het ook. Maar dat betekent wel dat ze overgaan in een soort overlevingsmodus. De effecten van de maatregelen komen later."

De lach is verdwenen

De eerste gevolgen van de coronamaatregelen tekenen zich af. "Op een aantal fronten zien we een toename in incidenten die we kunnen labelen aan de eerste lockdown," zegt De Breij. "Incidenten in de vorm van agressie. Dat komt omdat de mensen zich verbaal niet of moeilijk kunnen uiten."

Ook zien ze somberheid en depressie. Een van de bewoners die al 26 jaar in OlmenEs woont, logeert daarom tijdelijk weer bij haar ouders. De Breij: "We zagen haar steeds sneller geïrriteerd raken. Ze heeft heel lang op haar tenen moeten lopen. Ineens kon ze haar vrienden niet meer zien, mocht ze haar ouders niet meer zien, gingen activiteiten niet meer door. En ondanks alle uitleg en herhaling snapte ze niet waarom."

Een andere bewoner zagen ze steeds meer verpieteren en ook slechter slapen. De Breij: "Het is een bewoner die je normaal gesproken altijd ziet lachen als je haar over het terrein ziet lopen. En altijd naar je toe komt om je aan te raken. Opeens mocht dat niet meer. De lach is verdwenen."

Toch reageren sommige bewoners ook positief op de lockdown. "Bij een aantal bewoners merken we dat de overgang van wonen en werken best ingrijpend was. Toen een aantal activiteiten wegvielen, gaf dat enorme rust, waaruit blijkt dat het voor sommige bewoners goed is om wat minder verplichtingen te hebben," zegt De Breij. "Dat is voor ons ook een leermoment."

Een bewoonster van een verpleeghuis in Italië knuffelt haar dochter door een plastic scherm.

De eerste besmetting

Toen de maatregelen in de zomer versoepelden, werden ook de compartimenten opgeheven in OlmenEs. De Breij: "De kwaliteit van leven was dusdanig afgenomen, dat we vonden dat we dat moesten aanpassen. Op een gegeven moment hebben we gezegd: 'Hoe lang kun je een kind het bezoek van zijn ouders nog ontzeggen?'" 

Bezoek werd weer toegestaan, de werkplaatsen weer geopend en de activiteiten kwamen langzaamaan weer op gang, wat de bewoners zichtbaar goed deed. Maar mede daardoor kon het virus zo snel om zich heen grijpen toen begin november de onvermijdelijke eerste besmetting kwam. 

"Het begon met een bewoner die klaagde dat hij zijn cracker niet meer proefde," zegt De Breij. Meteen gingen de alarmbellen af en werd de bewoner getest, waar inderdaad uit bleek dat hij corona had. "De bewoner werd uit voorzorg meteen in isolatie gezet. We waren er vroeg bij en hoopten dat de verspreiding mee zou vallen. Maar we waren toch te laat."

Binnen een week raakten 37 bewoners en 19 medewerkers besmet met het virus. "Het is niet dat we er geen rekening mee hadden gehouden, de protocollen lagen klaar. Maar het was toch schrikken toen het eenmaal gebeurde. Het ging echt als een speer over het terrein. Drie van de elf woonhuizen zaten zonder besmetting."

Angst voor quarantaine

Het verloop van de uitbraak liep vooralsnog mild, waarbij de bewoners geen tot weinig klachten hadden. Maar de psychische gevolgen van de quarantaine waren des te erger. De Breij: "Een jongen die in quarantaine moest, had dat achteraf gelabeld aan zijn spataderen. Toen hij weer terug naar huis mocht, heeft hij getracht zijn spataderen weg te snijden, uit angst terug te moeten."

Het illustreert volgens De Breij wat voor impact het heeft als iemand uit zijn vertrouwde omgeving wordt gehaald. "Als je ineens naar een slaapzaal in de Tilia wordt gebracht, waar normaal gesproken de dagopening plaatsvindt, dan zie je hoe ingrijpend dat kan zijn," zegt De Brij. "Het is fijn dat hij niet naar het ziekenhuis hoefde, maar zo’n quarantaine is niet zonder gevolgen."

Het gaat inmiddels goed met de bewoner, die de nodige steun en begeleiding krijgt van verzorgers. Maar De Breij benadrukt dat de medewerkers te allen tijde alert moeten blijven op kleine signaaltjes, al is dat met deze doelgroep soms erg lastig. "Een kind van nul tot drie jaar kan ook nog niet aangeven wat er met hem aan de hand is. Dat is met deze bewoners niet anders."

Het spandoek tijdens de coronaperiode op OlmenEs.

Terug bij af

Met de tweede lowdown zijn ze bij OlmenEs terug bij af. "We hebben het weer teruggebracht naar de compartimenten. Het verschil is dat het voor bewoners nu wel beter te snappen is, omdat ze hebben gezien dat medebewoners ziek zijn geworden," zegt De Breij. Ook hebben de bewoners nu meer perspectief. "Met het zicht op het vaccin hebben we een datum om naar toe te leven. Dat maakt het een stuk dragelijker."

Maar het ontzeggen van bezoek zal bij OlmenEs niet snel meer gebeuren. De Breij: "We hebben gezien dat het dermate ingrijpend is geweest om bezoek van buitenaf te weren, voor zowel de ouders als de bewoners. Dat is medisch te verantwoorden, maar ethisch niet."

De Breij kan niet wachten tot het sociale leven binnen OlmenEs weer opgepakt wordt. "Wij zijn een woon-werkgemeenschap, waarbij het draait om het leven samen. De collectiviteit van de maatregelen maakte het voor mensen draaglijk, maar het het kan misschien nog wel een jaar duren voordat de veiligheid voor de bewoners is hersteld en ze weer een kwaliteit van leven hebben."

Kijk de 2Doc: Zie je me? Hoor je me? op woensdag 23 december om 23:30 uur op NPO 2, of stream nu al op NPO Start.