Ik deug, dus ik ben

Moeten we ons erbij neerleggen dat het leven oneerlijk is? Hoe weet je dat je deugt? Is geld de grootste vijand van deugen? Wanneer weet ik of mijn mening de juiste is? En hoe zit het met het leugentje om bestwil?

Volgens Aristoteles zijn voorzichtigheid, rechtvaardigheid, moed en zelfbeheersing de vier belangrijkste deugden. De richtsnoeren voor het goede handelen.
Stine Jensen verkeert in tweestrijd: “Ik deug want ik koop meestal biologisch eten, ik verdien mijn eigen geld en ik gun de ander ook wat. Vrienden kunnen me vertrouwen.
Maar ik deug ook niet. Ik lieg bijvoorbeeld om ongemakkelijke situaties te voorkomen.”
Hoe weet je nou of dat wat je doet het goeie is? Jensen probeert daarachter te komen door aan bezoekers van Lowlands een dilemma voor te leggen: “Wat doe je als je weet dat de vrouw van een bevriend stel vreemd gaat?” De antwoorden zijn zeer gevarieerd.
Ook de Gebroeders Meester, te vinden op de Filosofie Nacht, zijn het zoals gewoonlijk radicaal met elkaar oneens. “Goed is wat goed voelt,” zegt de een. “Nee, het moet worden getoetst op rationele gronden. Je gevoel misleidt je,” vindt de ander.

Kan de Britse filosoof Michael Sandel, eveneens te gast op de Filosofie Nacht, meer duidelijkheid verschaffen? Zijn colleges over rechtvaardigheid zijn altijd drukbezocht.  Sandel is ervan overtuigd dat het antwoord op de vraag of iets deugt of niet, alleen te vinden is in samenspraak met anderen. In de dialoog zoals Socrates die voor ogen stond. “Hij laat je voortdurend je morele standpunt her-overwegen.”