In de vijfde uitzending van 'De publieke tribune' legden (ex-)militairen, burgers, reservisten en veteranen hun persoonlijke ervaringen en vragen voor aan de Commandant der Strijdkrachten, admiraal Rob Bauer. Een gesprek over gebrek aan mensen, materieel, moreel en maatschappelijke erkenning binnen het leger.

Vroeger volstonden vaderlandsliefde en het zicht op een goede loopbaan voor voldoende toestroom bij Defensie. Vandaag lopen de kazernes leeg (meer dan 8.000 vacatures op krap 60.000 personeelsleden), hapert soms het materieel en zijn de talrijke buitenlandse missies vaak riskant. Weten we - na 75 jaar vrijheid - eigenlijk nog wel wie onze militairen zijn en vooral wat ze doen?

Uit het gesprek met de Commandant der Strijdkrachten ventileerden we een aantal belangrijke lessen. 

#1. Kapotte jassen zijn verleden tijd

Frank Jonk stond enkele jaren geleden als marinier nog bij de uitgiftebalie voor militaire 'spullen' en weet nog goed dat hoe dat ging: "Elke keer als iemand met een kapotte jas kwam, moest ik er een andere kapotte jas - die net iets minder kapot was - voor terug geven." Volgens Jonk spelen bureaucratie en de omvang van Defensie daar een grote rol in.

Volgens Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer is de huidige situatie niet meer zo nijpend als enkele jaren geleden: "Ik durf te beweren dat we dit probleem voor een groot deel hebben opgelost." Wel is het nog altijd zo dat er bepaalde keuzes gemaakt moeten worden om militairen keuzevrijheid te geven, bijvoorbeeld bij de aanschaf van schoenen. "En dat is en blijft niet gratis."

Tekst gaat door onder de video

#2. Waardering hoeven militairen niet in hun salaris te zoeken

Bouke Punter werkte als IT'er binnen Defensie mee aan de opsporing van kinderporno en ging zelfs op missie naar Kabul in Afghanistan. Door starheid binnen Defensie heeft hij het militaire leven inmiddels ingeruild voor een burgerbestaan, doet hij nu hetzelfde werk maar dan bij een online marketingbureau en verdient hij op het moment duizend euro meer per maand dan toen hij nog in dienst zat. Punter: "Toevallig is dat ook het bureau dat de online marketingcampagnes voor Defensie doet."

Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer over zijn verhaal: "Dat is gewoon niet goed. Ik denk dat we ons de laatste jaren steeds meer realiseren dat we heel vaak mensen hebben laten lopen. We hebben ons suf gedragen. Er waren kansen om mensen te behouden en die hebben we niet gepakt. Ik denk alleen wel dat we daar langzamerhand beter in geworden zijn."

Tekst gaat door onder de video

#3. De voorspoed van morgen, komt voor militairen van vandaag te laat

Sinds enkele jaren werkt de Nederlandse krijgsmacht intensief samen met het Duitse leger, bijvoorbeeld op het gebied van tanks, weet ook Wouter Rossen, pelotonscommandant bij het Duits-Nederlandse Panzer-bataljon. Dit bataljon bestaat uit ongeveer 350 Duitse en honderd Nederlandse soldaten en is gelegerd in Lohheide bij Bergen in de Duitse deelstaat Nedersaksen.

Alhoewel Rossen in die vervlechting van de Nederlandse en Duitse krijgsmacht alleen maar voordelen ziet, loopt hij wel tegen andere problemen aan: een gebrek aan 'spullen.' In dit geval tanks om mee te oefenen, laat staan om mee uit te rukken bij een echt conflict. Rossen ziet maar al te vaak jonge jongens vertrekken uit zijn eenheid door het gebrek aan materieel binnen Defensie.

Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer reageert. "Hier is echt een antwoord op, en dat is minder somber dan je hier nu schetst. Op dit moment zijn die tekorten er, maar de Duitsers zijn op dit moment bezig om de tanks die wij hadden te verbeteren tot een moderner type. Uiteindelijk, na een jaar of drie, vier, zijn al die gemoderniseerde tanks weer beschikbaar voor het Nederlandse tank-bataljon.

Rossen: "We maken daarin één denkfout. Ik ben er als iets oudere beroepsmilitair over drie, vier jaar nog wel. Maar die collega van 21, die wij nu hebben opgeleid, die de komende jaren niet de middelen krijgt om mee te werken, dat is de man die gaat denken: 'Ik kan 's avonds thuis zijn en als burger veel meer verdienen... ik ben weg.' We gaan dus echt een braindrain krijgen."

Tekst gaat door onder de video

#4. De krijgsmacht zou een militair nóg meer als individu kunnen zien

Arjan Hofsteenge is Irak- en Afghanistan-veteraan en weet maar al te goed wat voor impact een missie kan hebben op de geestelijke gezondheid een militair. Zelf kreeg hij kort na thuiskomst een burn-out en hij scheidde van zijn partner. Inmiddels heeft hij binnen Defensie een opleiding tot yoga-docent kunnen volgen, waar hij de krijgsmacht nog altijd dankbaar voor is. Toch mist Hofsteenge echt nog aansluiting bij het gevoel van de militair als individu, in plaats van als iemand die een nummertje is en een standaard protocol afdraait.

Commandant de Strijdkrachten Rob Bauer: "De vraag of wij genoeg aandacht hebben voor mensen is een hele belangrijke. Ook al doen we in vergelijking met tien jaar geleden al veel meer op dit vlak, denk ik dat we nog onvoldoende doen om mensen op een persoonlijke manier te banderen."

Hofsteenge denkt alleen dat het probleem dieper ligt dan hoe Bauer in de uitzending schetst. "We vormen mensen letterlijk om emotie en bepaalde gedragingen op een lager pitje te zetten. Je moet jezelf aan de kant kunnen zetten. Als jij vervolgens dan tijdens en na een uitzending door allerlei onbewuste emotionele processen heen gaat, is het heel moeilijk om daarna nog te begrijpen wat er met je gebeurt."

Tekst gaat door onder de video

#5. Meer militairen in het straatbeeld moet geen marketingstunt zijn

Joost de Kruif weet als officier bij de landmacht maar al te goed dat militairen hun werk vaak uit het zicht doen. Ondanks dat militairen zich daar al aan het begin van hun opleiding al bewust van zijn, komt De Kruif wel steeds vaker - of liever gezegd: té vaak - onbegrip tegen vanuit 'de burgermaatschappij'. "Zit jij bij het leger? Dat doet toch niks meer?" En dus is de afgelopen jaren bij hem de vraag ontstaan: "Moeten en kunnen we niet meer zichtbaar werk doen, ook in eigen land?"

Commandant der Strijdkrachten Rob Bauer: "We hebben het zo afgesproken in Nederland dat de politie het in beginsel regelt. Totdat die het niet meer aankan, waarop wij kunnen komen helpen. Het grappige is dat, als het echt fout gaat, mensen heel gauw snappen waarom we er eigenlijk zijn. Maar als we meer zichtbaar zouden worden vanuit een soort marketingstrategie, dan lijkt me dat geen goed idee."

Tekst gaat door onder de video

Kijk hieronder de hele uitzending van 'De publieke tribune' terug.