In de tweede aflevering van De Publieke Tribune legden wijkagenten onder leiding van Coen Verbraak hun ervaringen voor aan hun baas, plaatsvervangend korpschef Liesbeth Huyzer. Samen met een oud-wijkagent, een politie-onderzoeker en een corporate antropoloog werden er oplossingen gezocht - en gevonden.

Waar Nederland jarenlang de wijkagent als hét unieke wapen tegen radicalisering had, wordt deze steeds vaker ingezet voor andere politietaken. En daarmee raakt de politie onmisbare voelsprieten kwijt. Kan de wijkagent nog de oren en ogen van de wijk zijn?

We hebben vijf belangrijke lessen uit het gesprek tussen de wijkagenten en hun baas, plaatsvervangend korpschef Liesbeth Huyzer, op een rijtje gezet.

#1. Solidariteit met collega's vraagt een offer van de wijkagent

"Ik ben eigenlijk te weinig op straat," aldus Deventer wijkagent Edwin Nikamp. "Zeker in de wijk waar ik werk, verdienen ze een wijkagent die honderd procent wordt ingezet." Hoe dat komt? Nikamp: "Ik wordt op dit moment twee dagen per week ingezet voor noodhulpdiensten." Wijkagent Ivo Krijnsen uit het Zeeuwse Kapelle vult aan: "Ik ben nu zo'n twee dagen per week zichtbaar aanwezig in de wijk. In een landelijk gebied met grote afstanden zoals bij mij, speelt veel op boerderijen en bedrijventerreinen. Ik heb onvoldoende tijd om daar achter de deur te kijken."

Plaatsvervangend korpschef Liesbeth Huyzer betreurt dit, maar herkent het: "Het is natuurlijk gewoon ongelofelijk jammer als de wijkagent niet in staat is om volledig z'n tijd in de wijk door te brengen. Maar op dit moment hebben we helaas te maken met een enorme onderbezetting bij met name collega's die in de noodhulp zitten. Dat betekent dat om solidariteit gevraagd wordt. Uiteindelijk wil niemand dat wij een burger in nood langer dan vijftien minuten laten wachten."

Toch denkt Krijnsen dat Huyzer hier wel degelijk invloed op kan uitoefenen: "Je kunt andere keuzes maken binnen de politie. Welke taken zijn in deze tijd van krapte en capaciteit belangrijk en zouden zeker overeind moeten blijven? Je moet wel alles blijven doen. Maar ondersteunende afdelingen als de opsoringsdienst, zedenpolitie en vreemdenlingendienst, zouden misschien ook kunnen bijspringen om de wijkagent meer vrijheid te geven."

Huyzer: "Daar zijn wij nu ook mee bezig. Hoewel dat ook weer moet worden afgestemd met burgemeesters en het Openbaar Ministerie, hebben wij nu ook gezegd: hier is de streep bereikt."

#2. Repressief optreden is kortetermijndenken

"Wil je de wijk fundamenteel beter maken, dan moeten meer partijen hun schouders eronder zetten," aldus Sherwin Tjin Asjoe, teamchef in de Zaanse wijk Poelenburg. Hij startte kort na de zogenoemde 'vlogcrisis' in de zomer van 2016, toen een lokale groep jongeren in korte tijd het middelpunt van een mediastorm werd. Tjin Asjoe: "Ik ben toen met de wijkagenten fijnmazig gaan kijken wat nu eigenlijk gebeurt in die wijk." Veel media en politici waren daar allang uit: er moest hard worden opgetreden.

Tjin Asjoe: "Wat ik uiteindelijk samen met wijkagenten heb gezien, is de kwetsbaarheid van die wijk. Niet alleen de politie was aan zet. Tegen de burgemeester heb ik gezegd: 'Als u wilt dat wij hier wezenlijk een verschil gaan maken, dan heb ik een aantal partijen nodig om dat offensief te starten.'"

Een pact volgde, samen met alle organisaties die actief waren in de wijk, waaruit bleek dat sprake was van hardnekkige sociaal-economische problematiek. Voor een duurzame oplossing was een lange adem nodig. Tjin Asjoe: "Vertrouwen creëren is een langzaam proces. Vraag me alsjeblieft niet om de wijk in te gaan en repressief op te treden, want dat lost niets op. Repressief optreden maakt dom en brandjes blussen is echt kortetermijndenken. Dan zien we onvoldoende wat in de samenleving speelt."

#3. De wijkagent zou geen afvoerputje van de samenleving mogen zijn

Koen Simmers, wijkagent in Tilburg en hoofdbestuurslid van politiebond NPB: "We moesten net allemaal lachen toen werd gevraagd of we minder meldingen wilden hebben. Maar dat willen we echt. We krijgen nu heel veel meldingen die helemaal niet voor de politie zijn, zoals verwarde personen. Als dat soort problemen landelijk en met goede zorg worden opgepakt, dan hebben wij misschien wel twintig tot dertig procent minder meldingen."

Tekst gaat door onder de video

Politie-expert Danielle Braun vult aan: "De wijkagent is zeker spil van de wijk, maar inmiddels ook het afvoerputje. De politie heeft enorm veel last van een tekortschietende ggz, maar daar hebben ze ook te maken met een vergelijkbaar personeelstekort. En natuurlijk, als echt ergens sprake is van huiselijk geweld, dan is politie natuurlijk altijd de sluitpost. Die zal dat dan ook oppakken, maar het is eigenlijk geen politiewerk. Dat meer bekendheid geven is een belangrijke taak voor Liesbeth Huyzer."

#4. De wijk is niet alleen maar offline

Wijkagent Koen Simmers uit Tilburg is ook nog eens digitaal wijkagent. "Waar de echte wijkagent in de wijk zit, begeef ik me in de digitale wereld. Als een gewone wijkagent naar een buurthuis gaat, dan zitten daar waarschijnlijk twintig of dertig mensen. Als ik live in een online groep op social media meelees, dan zitten daar waarschijnlijk een paar duizend mensen uit mijn wijk in. Ik kan precies zien wat er gebeurt, wat ik vervolgens weer kan uitzetten naar de andere wijkagenten."

Volgens Simmers moeten wijkagenten veel actiever worden op social media en beter gebruik maken van burgerparticipatie. Simmers: "Niet alleen maar met foto's laten zien waar je mee bezig bent. Ik krijg gewoon appjes van jongeren die informatie geven over een liquidatie."

Tekst gaat door onder de video

Daar is wel vertrouwen voor nodig. Simmers: "Dat vertrouwen win je door actief iets met die jongeren te gaan doen. Dan heb je een headset op tijdens een potje FIFA en vertellen ze gewoon dat volgende week op dat plein rellen in Den Haag zullen zijn.'Daar wisten we als politie van tevoren nog niks vanaf. Ik zeg niet dat we allemaal moeten gaan gamen, maar we moeten wel digitaal het contact zoeken."

#5. De wijkagent moet ook begrenzen

Tijdens het gesprek in De Publieke Tribune luisterde corporate antropoloog en politie-expert Danielle Braun aandachtig mee. Ze reed als onderzoeker anderhalf jaar mee op de achterbank van de politieauto, gaf les aan de politieacademie en adviseert de politie al jarenlang bij organisatievraagstukken.

Braun: "We zullen als samenleving toch moeten leren dat politiewerk er tegenwoordig anders uitziet. Voor jongeren aanwezig zijn op Instagram, of met een busje langs ouderen om ronselpraktijken aan de voordeur onder de aandacht te brengen, werkt misschien veel effectiever dan op je fiets door die wijk te gaan rijden. Dat romantische beeld van zichtbare politie is echt toe aan vervanging. Die ontwikkeling gaat iets te langzaam."

Tekst gaat door onder de video

Volgens Braun mogen we wel degelijk trots zijn op en zuinig zijn met onze wijkagent, waar veel landen watertandend naar kijken. "Maar de wijkagent moet ook met z’n tijd meegaan," zegt ze. "Dat betekent ook digitaal weten wat in een wijk speelt. En we moeten erkennen dat sommige problemen, zoals de drugscriminaliteit op het Brabantse platteland, gewoon niet tot het takenpakket van de wijkagent behoren.

"Daar moet veel harder worden doorgeschakeld en beter worden samengewerkt tussen wijkagenten - die als geen ander de sociale situatie van een plek kennen - en de zware interventietak van de landelijke politie. Met andere woorden, wijkagenten moeten zeker 'geüpleveld' worden naar de nieuwe tijd. Maar het concept van in die wijk zitten, verankerd zijn, kennen en gekend worden, dat is en blijft iets om heel zuinig en trots op te zijn."