Hij heeft genoeg politici voorbij zien komen die de wereld kwamen veranderen. “Maar Tweede Kamerleden zijn er primair om de macht te controleren,” stelt politiek verslaggever Kees Boonman. Waar de politiek op tal van fronten toe is aan hervorming, mogen wat Boonman betreft ook journalisten, zijn eigen beroepsgroep, wel eens in de spiegel kijken. “Je moet lef hebben om iets niét te doen.”

Zoals hij zelf al toegeeft, praat hij zo nu en dan in “ontzettende clichés,” waar dan vrijwel meteen een “maar het is natuurlijk wel waar” op volgt. “Zelfreflectie is een onderontwikkelde eigenschap binnen de journalistiek” en “als iedereen het heeft over collateral damage in Irak, begin je niet over een autobom in Equador.” 

Toch zit daar meteen ook zijn eigen ongenoegen. Want terwijl Boonman (1954) is grootgebracht met actualiteitsjournalistiek en de waan van de dag, ziet ook hij dat het grote dilemma in Den Haag is “dat iedereen hetzelfde doet.”  

Laten we naar aanleiding van de opnames van De Publieke Tribune beginnen met een welbekende vraag in Den Haag: wat vond u ervan?

“Ik vind het altijd lastig als een programma over actuele of maatschappelijke onderwerpen zo ver van tevoren gemaakt wordt (het gesprek tussen Kamervoorzitter Khadija Arib en jongeren met politiek ambities is eerder opgenomen, red.). De tijd verandert dingen soms.

Ik ben daar wat ouderwets in. Ik ben iemand die z’n leven lang actuele journalistiek heeft bedreven. Als ik vandaag Rutte interview en ik zend het overmorgen pas uit, dan zou ik echt een paar nachten lang slecht slapen.” 

Die focus op de waan van de dag, weerspiegelt die ook niet meteen de rot in het systeem?

“Dat is wel waar. De huidige cultuur van politieke journalistiek wordt heel erg bepaald door de waan van de dag. ‘Welk onderwerp gaan we vandaag doen?’ Daarom zijn er ook heel veel onderwerpen die wel aandacht verdienen, maar geen aandacht krijgen. Als er één onderwerp is wat daar de afgelopen jaren natuurlijk in opvalt, is het wel het drama rond de kinderopvangtoeslag. Dat is door volhoudend onderzoek levend gehouden. Soms verdwijnen onderwerpen snel van de agenda, maar dat wil dan niet zeggen dat ze niet elke dag spelen.  

Aan de talkshowtafels zie je dat mainstream denken leidend is geworden en meningen dominant. In de printmedia zie je precies hetzelfde. 25 jaar geleden was die drang naar mainstream nog veel minder. Toen durfden media nog wat zijdelings naar het nieuws te kijken of wat sneller en makkelijker de diepte in te gaan.

Dat is allemaal een beetje fletser geworden. Iedereen wil een stukje van die aandacht van de kijker, lezer of luisteraar. Dat doe je toch het gemakkelijkst op het nieuws van de dag. In die 24-uursnieuwscyclus is wat vandaag nieuws is, morgen weer vergeten. Dat is raar.”

Politiek verslaggever Kees Boonman.

U noemde in De Publieke Tribune dat de politiek, de journalistiek en de burger elkaar gevangenhouden. In de 2Doc: Hart van de Democratie (2020) zei u: "Iedereen doet hetzelfde. Als je iets anders doet, dan mis je iets."

“Ja dat is het rare. Maar stel dat jij vorige week eindredacteur was van een talkshow. Je ziet dat het ongelofelijk gaat vriezen en je hele redactie denkt: ‘Jeetje, wat veel vorst, daar moeten we iets mee, want iedereen heeft het erover.’ Maar jij zegt: ‘Dat gaan we dus mooi niet doen, we gaan het hebben over de toekomst van de luchtvaart.’

Als je de volgende ochtend dan De Telegraaf ziet koppen ‘Schaatskoorts in Nederland,’ dan is op jouw redactievergadering de eerste opmerking: ‘Potverdomme, waarom hebben wij daar niks mee gedaan?’ Ik heb een van mijn hoofdredacteuren wel eens horen zeggen: ‘Ik vind het een waardeloos verhaal, maar iedereen doet het, dus dan doen we het ook maar.’

Daar ben ik persoonlijk niet anders in, hè. En het is goed om mij te wijzen op een zekere mate van hypocrisie in deze. Maar je moet momenteel echt lef hebben om iets niét te doen, als iedereen het er wél over heeft.” 

Johan Remkes, voorzitter van de Staatscommissie Parlementair Stelsel, concludeerde in 2018 dat het hoog tijd was voor aanpassingen van onze democratie en rechtsstaat, omdat de bestaande politieke onvrede bij een deel van de bevolking kan leiden tot afhaken en afkeer van de democratie. Kamerleden droeg hij op om te doen waar ze voor zijn ingehuurd: de bevolking vertegenwoordigen. In de 2Doc: Hart van de Democratie (2020) zei hij: “Dat is niet automatisch het verlengstuk zijn van de afdeling voorlichting van de fracties.” Hoe ziet u dat?

“Zo’n Pieter Omtzigt is misschien een goed voorbeeld. Die wordt dus nu geprezen omdat hij rekening houdt met de burger. Let wel: hij is natuurlijk ook gewoon van het CDA en hij wordt ook af en toe wel in de teugels gehouden. Maar hij probeert toch uit te stralen z’n eigen gang te gaan en aan niemand een boodschap te hebben op zijn onderwerpen. Sommige politici zijn er jaloers op. Maar is hij dan een ongeleid projectiel, een autonoom Kamerlid of iemand die uiteindelijk toch in de handboeien van de partijstrategie zit? 

Wat Remkes bedoelt is dat we in deze – ik vind het een rotwoord – gemediatiseerde wereld de boodschap en het effect van de boodschap volledig beheersen en van tevoren bedenken. Dat zie je in campagnetijd natuurlijk het best. Als je een Kamerlid vraagt wat hij of zij ergens van vindt, dan zeggen ze: 'dat is mijn portefeuille niet', 'dat moet u aan de woordvoerder vragen', 'dat gaat via de afdeling voorlichting' en 'nee, daar willen wij op dit moment niks over zeggen.'"

"Ik ben het wel eens met Remkes dat men veel te veel aan de leiband van strategen loopt. Door dat strategisch denken zijn politici soms gewoon bang om eerlijk en open te zeggen wat ze vinden. Dat je niet altijd weet hoe een probleem op te lossen, kun je ook gewoon zeggen. Dat snappen mensen ook wel. Ik hoorde vorige week Hugo de Jonge reageren op dat pleidooi van Femke Halsema richting jongeren. Dat antwoord moet je uittikken, dat is gewoon wartaal. Dan denk ik: doe niet zo ingewikkeld met dat verhullend taalgebruik, man. 

Juist in deze tijd, met die hoge omloopsnelheid, die snel beïnvloedbare publieke opinie en die enorme druk op politici waar ik soms echt mee te doen heb, kun je maar het beste eerlijk zijn. Als je iets niet weet kan je volgens mij beter zeggen dat je iets niet weet, dan zeggen dat je iets wel weet. Anders draagt dat alleen maar bij aan dat wantrouwen.” 

Maar het feit dat politici dat nu niet doen, heeft toch ook wel te maken met hijgerige journalistiek om hen heen?  

“Dat is ook wel zo. Over het onderwerp van de dag moet alles gezegd worden. Er wordt dan bijna niet meer getolereerd dat iemand het niet weet. Als er nu, God verhoede, een terreuraanslag is, willen wij vijf minuten later weten wat er is gebeurd, hoeveel slachtoffers er zijn, wie het heeft gedaan en of de daders al zijn gepakt. Dat is ook de spagaat van zo’n 24-uursniewuscyclus – we want it all, we want it now. Dat de burger alles meteen wil weten en een mening over wil hebben, zet journalistiek natuurlijk ook wel onder een enorme druk om die behoefte te bevredigen.”

Kees Boonman luistert tijdens opnames van De Publieke Tribune naar Sonny Speck, fractievoorzitter van DURF in de gemeenteraad van Katwijk.

Hand in eigen boezem voor de journalistiek dus?

“Zelfreflectie is een onderontwikkelde eigenschap binnen de journalistiek. Het is een ontzettend cliché, maar het is wel zo. Je moet lef hebben om iets niet te doen. Sommige dagbladen proberen soms een dag langer na te denken, iets uit te zoeken of iets niet te doen. Ik zit daar heel vaak over na te denken. Rob Wijnberg zei eens dat ze bij De Correspondent geen enkele boodschap hadden aan de nieuwagenda. Maar ja, als iedereen het over collateral damage in Irak heeft, dan begin je niet over een autobom in Equador. 

Ik steun De Correspondent, maar het is natuurlijk niet het eerste dat ik aanklik. Dan denk ik: daar gaat het nu even niet over. Dat mainstream denken, dat iedereen hetzelfde doet, dat vind ik wel het grote dilemma in de journalistiek. Iedereen probeert het natuurlijk weleens anders te doen.

Legendarisch uit mijn tijd bij de NOS was toen ik met eigen nieuws aankwam. Mijn eindredacteur van toen, God hebbe haar ziel, zei tegen me: ‘Ik het dat nog helemaal niet op het ANP zien staan.’ Waarop ik zei: ‘Nee dat klopt ook, het is namelijk nieuw – het is nieuws.’ Zij wilde doen wat iedereen deed.” 

Dat is er nu nog Bijna alle jongeren noemden in het gesprek op De Publieke Tribune dat ze het anders wilden doen. Is dat willen veranderen van het land de juiste ambitie??

“De wereld veranderen, dat willen we allemaal per definitie en het liefst vandaag. Maar de primaire taak van het hoogste orgaan - die Kamer - in ons democratisch bestel, is het controleren van de macht. Dat het door allerlei bestuurlijke misstanden niet altijd even goed lukt, zoals we bij de toeslagenaffaire zagen, draagt bij aan wantrouwen richting de overheid dat dreigt te ontstaan. Daarbij kan je je natuurlijk afvragen of de Kamer heeft zitten slapen.” 

Maar als de druk op Kamerleden al zo hoog is, hoe kunnen we dan verwachten dat ze de macht perfect controleren?

“Door meer te kijken naar wat de Kamer daadwerkelijk moet doen. Tientallen debatten over corona en dan na uren debatteren moeten concluderen dat het is zoals het is. Dat heeft natuurlijk niet zoveel zin. De Tweede Kamer zou veel meer in commissieverband kunnen doen. Als er dingen besloten worden, meteen een onderzoekscommissie erop. De Kamer zou beter en sneller moeten controleren, en ook meer losstaand van een regeerakkoord.” 

U zei aan het begin van dit gesprek dat u moeite had met het feit dat er tijd zat tussen opname en uitzending. U zei ook dat je zo nu en dan wel eens lef moet hebben om van de waan van de dag los te breken. Hoe ziet u deze poging van De Publieke Tribune nu? 

"Volgens mij lieg je als jullie ook niet af en toe dachten: gaat dat maar goed. Een programma opnemen in campagnetijd vlak voor de verkiezingen gewaagd. Voor je het weet gebeurt er iets wat de politieke atmosfeer bepaalt. Aan de andere kant wil je natuurlijk ook niet te veel meegaan met de waan van de dag, wat weer met elkaar in tegenspraak lijkt.

Dat is dus het dagelijkse dilemma in de journalistiek: de waan van de dag, een dagje wachten om goed na te denken hoe een kwestie aan te pakken en het lef hebben iets niet te doen."