Volgens econoom Barbara Baarsma lijdt dit kabinet aan bijziendheid en is het alleen maar op de korte termijn bezig. De tijden van ondernemers louter stutten en steunen moeten voorbij zijn. "Help ze te stoppen als dat niet anders kan of stimuleer ze om te investeren en te innoveren als de potentie er is om te groeien."

"Een open vizier." Dat hoopte ze bij demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra aan te treffen. Dat hij tijdens het gesprek met getroffen ondernemers in De Publieke Tribune zou luisteren naar hun noden, zorgen én creatieve ideeën. Zonder defensieve houding, wel te verstaan. Maar juist ook bereid om beleid aan te passen waar dat gewoon nodig is.

En dat is hard nodig, aldus Barbara Baarsma, directievoorzitter van Rabobank Amsterdam en hoogleraar toegepaste economie aan de Universiteit van Amsterdam. Volgens Baarsma moet het kabinet onnodige schade aan ondernemers echt zien te voorkomen. "Ik hoop dat er zaadjes in het hoofd van de minister zijn geplant en dat hij, ondanks zijn lijsttrekkerschap en de aanstaande verkiezingen, de ruimte van geest ervaart om echt meer maatwerk te leveren."

Tekst gaat door onder de banner

Zou u in de schoenen van de minister willen staan?

"Dat vind ik een rare vraag. Wat bedoel je?"

Ik bedoel: als je als demissionair minister van Financiën in deze tijden met zo’n verscheidenheid aan ondernemers in gesprek gaat, kun je het misschien maar moeilijk goed doen, toch?

"Maar je kan toch naar ze luisteren? Politiek is omgaan met schaarste en dat noopt altijd tot keuzes maken. Wat je van een minister mag verwachten is dat die op een zo transparant en expliciet mogelijke manier verantwoording aflegt over hoe die keuzes tot stand zijn gekomen. Te veel van de keuzes in het Nederlandse coronabeleid zijn impliciet en op basis van de korte termijn gemaakt. Ik vind dat je best kritisch mag zijn over het gebrek aan openheid over de politieke afwegingen in het coronabeleid en ook over de willekeur van genomen besluiten.

Wij moeten zelf maar afleiden dat jongeren nul gewicht krijgen in dit verhaal. Als je weet dat schoolsluitingen in de eerste lockdown hebben geleid tot 25.000 kinderen meer die te maken hebben gehad met mishandeling, en je gaat in de tweede lockdown gewoon weer de scholen sluiten, dan leid ik daar impliciet uit af dat die kindermishandelingen gewicht nul hebben.

En dat het voorkomen van coronaslachtoffers zwaarder weegt dan het voorkomen van deze kindermishandelingen. Ik vind daar iets van. Dit kabinet zet punten waar het komma's moet zetten. Ik snap dat het in het politieke proces veel makkelijker is om te zeggen: 'Wij redden corona-patiënten, punt,' in plaats van 'komma, en daardoor minder kankerpatiënten.' Maar dan moet je daar helder over zijn."

Tekst gaat door onder het kader

Uit onderzoek van het Instituut Pedagogische Wetenschappen van de Universiteit Leiden is gebleken dat naar schatting bijna veertig duizend kinderen in Nederland te maken hebben gehad met mishandeling tijdens de eerste lockdown, 25.000 meer dan in dezelfde periode, zonder lockdown, in 2017. Kinderen kregen vooral te maken met emotionele verwaarlozing en waren getuige van huiselijk geweld.

"Wat betreft die ondernemers kiest de minister ervoor om zestig procent van hun omzetschade te vergoeden. Waarom dat dan geen tachtig procent is, hoor je als kabinet gewoon uit te leggen. En ook waarom boekhandels geen essentiële winkels zijn en slijterijen wel. Mensen begrijpen die willekeur op een gegeven moment gewoon niet meer.

Om terug te komen op je vraag: als ik in het kabinet zat zouden die transparante besluitvorming en heldere communicatie topprioriteit zijn. Ik zou een afwegingskader maken waarin iedereen zich gekend voelt. Waar ook staat: 'Ik geef je inderdaad maar zestig procent omzetvergoeding, dat is nu even niet anders. Ik wil de staatsschuld niet zo hoog laten oplopen dat jongere generaties deze weet ik hoe lang aan het terugbetalen zijn.'

Ik zeg niet dat het een goeie redenering is, maar het is wel een transparante. Politieke afwegingen moeten veel explicieter worden gemaakt. Net zoals de afweging om slijterijen wel cruciaal te vinden en boekhandelaren niet. Zelf kan ik die redenering namelijk niet recht praten."

Tekst gaat door onder de afbeelding

Barbara Baarsma, directievoorzitter Rabobank Amsterdam

Aan het gesprek met de minister deed een verscheidenheid aan ondernemers mee, van de horecasector tot de reisbranche, van de eigenaar van een groot familiebedrijf tot aan de zelfstandige taxichauffeur. Bij veel van hen was de onvrede overduidelijk merkbaar, terwijl juist de boekhandelaar degene was die als eerste noemde dankbaar te zijn voor het genereuze pakket dat er al lag. 

"De boekhandelaar had een mooi dialoog met de minister. Hij gaf een compliment – en terecht. Als je het vergelijkt met andere landen heeft Nederland ook een heel ruimhartig steunpakket, maar binnen dat Nederlandse steunpakket vroeg ook de boekhandelaar om meer maatwerk.

Of de datum waarop zijn omzetverlies zou worden berekend niet kon worden verschoven naar een moment dat voor hem opportuun was, zodat hij wél in aanmerking kwam voor compensatie. Hij had echt wel een forse boodschap, maar hij voerde op een hele constructieve manier het gesprek. Mogelijk is de politiek meer bereid te luisteren naar iemand die zo'n uitstraling heeft, dan naar iemand die met gestrekt been het gesprek ingaat."

Tekst gaat door onder de afbeelding

Demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra, met daarachter de Hilversumse boekhandelaar Amin Usman

De insteek in De Publieke Tribune was ook om wat verder te kijken dan alleen corona. Zoals u zelf al zei, zet het kabinet heel erg in op stutten en steunen, maar te weinig op stimuleren. Is dat punt wat u betreft voldoende aan bod gekomen?

"Wat voldoende aan bod is gekomen, is dat er een exit-strategie moet komen. Dat we ook moeten nadenken aan het leven ná corona en dat de keuzes die we vandaag maken, bepalend zijn voor hoe we uiteindelijk uit die crisis gaan komen. Ik heb tegen de minister kunnen zeggen: ga voor een OMT-II, waarbij die O staat voor ondernemers.

Wat iets minder uitvoerig ter sprake kwam is dat wat het kabinet nu aan het doen is, echt van de afdeling crisismanagement is. Stutten en steunen. Kijken wat het kan behouden van de ondernemers die buiten hun eigen schuld niet meer kunnen ondernemen zoals ze gewend zijn. Hup, met krukken lopen.

Nu we richting een exit-strategie gaan, moet je de bedrijven die eigenlijk al voor corona op krukken liepen, of waar na corona de markt zo is veranderd dat er overcapaciteit ontstaat, gaan aanbieden dat ze kunnen stoppen. Dat zijn de bedrijven die eigenlijk niet bijdragen aan het structureel groeivermogen van onze economie en die ons niet veerkrachtiger uit die crisis gaan brengen, omdat ze al niet helemaal fit waren.

In plaats van stutten en steunen: een stoppersloket. Niet voor een ongeordend faillissement, maar om de regie te voeren over je eigen besluit om bewust je bedrijf te beëindigen. Dat kan zijn door echt helemaal te stoppen, of door misschien nog een levensvatbaar onderdeel van je bedrijf te herstarten of te verkopen."

Tekst gaat door onder de banner

Dat is er nu nog niet?

 "Sinds begin van dit jaar hebben we nu de, let op: Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA, zie kader) die ondernemers inderdaad in staat stelt om te stoppen. In plaats van ze over te leveren aan schuldeisers die faillissement eisen, kunnen ondernemers nu met deze wet in de hand met een aantal schuldeisers om tafel om bindende afspraken te maken. Dus dat is een heel belangrijk instrument, maar ook heel ingewikkeld.

Met het Nederlands Comité voor Ondernemerschap hebben we in december de Staat van het mkb 2020 uitgebracht, waarin we voor ondernemers een overzicht hebben gemaakt van alle stoppersloketten die er nu allemaal zijn. Je wordt er duizelig van. Ondernemers zien door de bomen het bos niet meer. Mijn oproep aan het kabinet luidt dan ook: maak één loket. Een one-stop-shop. Stop met nog meer subsidie uitgeven aan weer een nieuw stoppersloket, maar zorg ervoor dat alle betrokken instanties op één plek samenwerken en toegankelijk zijn voor ondernemers."

De Wet homologatie onderhands akkoord (WHOA) versterkt de mogelijkheden om te reorganiseren voor ondernemingen die vanwege een te zware schuldenlast 'insolvent' dreigen te raken, maar nog wel beschikken over activiteiten die levensvatbaar zijn.

Tot zover het stoppen. U had het over stimuleren. 

"Stoppen, stutten, steunen en stimuleren. Op dit moment staan er talloze bedrijven klaar om, zodra wij weer naar de horeca kunnen of weer op vakantie mogen, enorm op te bloeien. Sommige data- en techbedrijven groeien zelfs nu in coronatijd al. Die bedrijven wil je de mogelijkheid geven om te blijven investeren om goed die crisis uit te komen. Daar is inderdaad het grote geld van het Wopke-Wiebesfonds voor. Maar mijn oproep zou zijn: zorg ervoor dat het niet alleen het grote geld van grote ondernemers wordt.  

Het lijkt op het oog misschien kleingeld, maar precies dat soort kleine oplossingen zijn enorm belangrijk voor mkb’ers om hun productiviteit te versterken. Denk aan innovatievouchers, waarmee je als kleine ondernemer naar een kennisinstelling kunt gaan die jou gaat helpen innoverender te worden. Of denk aan alle innovatie-subsidie-regelingen waar veel ondernemers niets vanaf weten. Juist ondernemers die op dit moment stilstaan of zelfs krimpen door de crisis, kunnen echt met gerichte investeringen de weg omhoog weer vinden. Nu we naar een exit-strategie gaan, zijn er meer smaken nodig dan alleen maar stutten en steunen."

Tekst gaat door onder de afbeelding

Demissionair minister van Financiën Wopke Hoekstra

Krijgen dit soort oproepen voldoende gehoor wat u betreft?

 "Laat ik zeggen: we hebben hier Haagse gesprekken over. De ideeën over stoppen en stimuleren naast stutten en steunen zijn sinds de zomer deels al in beleid verwerkt. Politiek is minder ruimte genomen om alternatieven voor de lockdown te doordenken. Het is echt een gemiste kans dat die alternatieven, zoals risicogestuurd beleid, niet eens zijn doorgerekend. In dat opzicht lijdt dit kabinet aan bijziendheid en is het alleen maar op de korte termijn bezig. Het feit dat de verkiezingen eraan komen maakt helaas die bijziendheid niet per se kleiner.

Daarom zijn dit soort gesprekken in De Publieke Tribune extra belangrijk. Het is een katalysator van iets wat hopelijk in de denkcapaciteit van onze demissionair minister van Financiën belandt en hem en het kabinet uitnodigt tot verstandiger beleid."

Staat van het mkb

Van de bedrijven die in stagnatie verkeren blijkt zo'n tweederde in staat om weer te gaan groeien. Met name gerichte investeringen kunnen helpen de weg omhoog weer te vinden. Dat blijkt uit analyses van de Rotterdam School of Management (RSM), in opdracht van het Nederlands Comité voor Ondernemerschap. De ervaring leert dat bedrijven die in bepaalde fasen van hun bestaan stilstaan of krimpen, later alsnog productiever kunnen worden. Met name gerichte investeringen in internationalisering, research & development en kennisontwikkeling blijken doorslaggevend om weer te gaan groeien.

Zie: Staat van het mkb 2020